Samenvatting Bedrijfseconomie
Week I:
Een onderneming specialiseert zich in een deel van de maatschappelijke productie en bevindt
tussen verschillende markten: de inkoop- en verkoopmarkt, financiële markten en de
arbeidsmarkt.
Het productieproces is weergegeven op het onderstaande figuur:
Efficiency en effectiviteit kunnen als volgt worden aangemerkt in het voortbrengingsproces:
1
,Organisaties kunnen ‘profit’ (inkomenswervend), ‘non-profit’ (bestedingsgericht; bijv. de
overheid) of beursgenoteerd (tevens inkomenswervend) zijn.
Starreveld ontwikkelde een typologie die uitging van een vijfdeling tussen handels-,
productie-, dienstverlenend-, agrarische organisaties en bank- en verzekeringswezen.
Deze typologie is hieronder weergegeven:
2
, ‘Bedrijven met stuk- en serieproductie’ zijn bedrijven die luisteren naar de wensen van de
consumenten, zoals bijv. woningbouwproducten. Bedrijven met een beperkte
goederenbewegingen is bijv. een restaurant.
‘Corporate governance’: ethische spelregels voor ondernemen.
Deelnemingen: aandelen in andere bedrijven. Deze dienen voor de lange termijn te zijn en de
activiteiten van het bedrijf waarin men aandelen heeft gekocht dient te liggen in het verlengde
van de eigen activiteiten van de organisatie.
Ondernemingsvormen mét rechtspersoonlijkheid zijn de naamloze vennootschap (NV), de
besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid (BV), coöperatie, stichting (‘non-
profit’ maar soms ook ‘profit’) en de vereniging (‘non-profit’).
Ondernemingsvormen zonder rechtspersoonlijkheid zijn de eenmanszaak, de maatschap en
de vennootschap onder firma (VOF), alsook twee verschillende vormen van de
commanditaire vennootschap: beherende vennoten (privé aansprakelijk) en de commanditaire/
stille vennoten (niet privé aansprakelijk door louter kapitaalinbreng).
Nederland kent een duaal systeem: de RvC houdt toezicht op de RvB, die het dagelijkse
bestuur van de onderneming vormt.
De bedrijfskolom wordt hieronder weergegeven (links representeert boven, rechts onder):
Oerproducent – groothandel – fabrikant – grossier – detaillist (geen consument!).
Hierbij kunnen de volgende processen plaatsvinden:
3
Week I:
Een onderneming specialiseert zich in een deel van de maatschappelijke productie en bevindt
tussen verschillende markten: de inkoop- en verkoopmarkt, financiële markten en de
arbeidsmarkt.
Het productieproces is weergegeven op het onderstaande figuur:
Efficiency en effectiviteit kunnen als volgt worden aangemerkt in het voortbrengingsproces:
1
,Organisaties kunnen ‘profit’ (inkomenswervend), ‘non-profit’ (bestedingsgericht; bijv. de
overheid) of beursgenoteerd (tevens inkomenswervend) zijn.
Starreveld ontwikkelde een typologie die uitging van een vijfdeling tussen handels-,
productie-, dienstverlenend-, agrarische organisaties en bank- en verzekeringswezen.
Deze typologie is hieronder weergegeven:
2
, ‘Bedrijven met stuk- en serieproductie’ zijn bedrijven die luisteren naar de wensen van de
consumenten, zoals bijv. woningbouwproducten. Bedrijven met een beperkte
goederenbewegingen is bijv. een restaurant.
‘Corporate governance’: ethische spelregels voor ondernemen.
Deelnemingen: aandelen in andere bedrijven. Deze dienen voor de lange termijn te zijn en de
activiteiten van het bedrijf waarin men aandelen heeft gekocht dient te liggen in het verlengde
van de eigen activiteiten van de organisatie.
Ondernemingsvormen mét rechtspersoonlijkheid zijn de naamloze vennootschap (NV), de
besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid (BV), coöperatie, stichting (‘non-
profit’ maar soms ook ‘profit’) en de vereniging (‘non-profit’).
Ondernemingsvormen zonder rechtspersoonlijkheid zijn de eenmanszaak, de maatschap en
de vennootschap onder firma (VOF), alsook twee verschillende vormen van de
commanditaire vennootschap: beherende vennoten (privé aansprakelijk) en de commanditaire/
stille vennoten (niet privé aansprakelijk door louter kapitaalinbreng).
Nederland kent een duaal systeem: de RvC houdt toezicht op de RvB, die het dagelijkse
bestuur van de onderneming vormt.
De bedrijfskolom wordt hieronder weergegeven (links representeert boven, rechts onder):
Oerproducent – groothandel – fabrikant – grossier – detaillist (geen consument!).
Hierbij kunnen de volgende processen plaatsvinden:
3