Practicum anatomie
-> 200 botstructuren
Nut skelet? = bewegingsapparaat
Rechthouden
Bescherming inwendige organen
Aanhechting van spieren/ ligamenten
Bewegen
Vorm in stevigheid
Doel van het skelet? = bewegingsapparaat
1 Overleven: spiermassa houden, energie kwijt ( we moeten zuinig zijn: reserve- energie om voedsel te zoeken
of te vluchten/ vechten -> gevaarlijk voor energiebalans)
Allemaal hetzelfde doel
We bewegen alleen om veilig te zijn of als we er iets voor terugkrijgen -> ergo: een patiënt wil stappen als hij er iets
voor terugkrijgt of bv. een coopertest: een leerkracht is weg, stoppen. Waarom zou ik lopen? Ik krijg er niks voor
terugkrijgt.
2 Voortplanting: anders einde soort
ASSEN EN VLAKKEN
ASSEN VLAKKEN
X- as = breedte Transversaal vlak
Craniocaudaal Boven en onder
Flexie/ extensie X-Z as
Z-as = diepte Frontaal vlak
Dorsoventraal Voor en achter
Abductie/ adductie X-Y as
-> Beschrijft de scoliose
Y-as = hoogte Sagittaal vlak
Laterolateraal Links en rechts
Rotatie/ endo-exorotatie Y-Z as
Anatomische eigenschap? Rechtop – armen los langs lichaam – handpalmen naar voor
! welke beweging gebeurt er in de rechter elleboog als je salueert met je rechter arm? Langs latero- laterale as
! bij het snuiten van je neus? In vlak dat gevormd door de dorso- ventrale en cranio- caudale as
! de bewegings(as) van een gewricht? Is bij een rotatie, de Y-as + is een theoretische as in het gewricht die tijdens de
beweging van plaats verandert
! de abductie? Loopt langs een dorso- ventrale as en in een frontaal vlak
! de cranio- caudale as? Vormt zowel het frontale- als het sagittale vlak
! de dorso- ventrale as? Wordt gebruikt voor de lateroflexie bewegingen van de wervelkolom
! een beweging in het transversale vlak? Is een rotatie + loopt langs een cranio- caudale as
! het transversale vlak? Staat loodrecht op het sagittale vlak + wordt bepaald door de Z-as en de X-as
! het vlak dat gevormd wordt door de cranio- caudale as en Z-as? Verdeelt lichaam in links en rechts
! rotatie? Is bij exorotatie, voor de pols een supinatie
, MOBILITEIT STABILITEIT
CRANIUM = SCHEDEL -- ++
THORAX = BORSTKAS +/- +/-
ADBOMEN = BUIKHOLTE ++ --
BEWEGING
*VORM -> FUNCTIE: als functie verandert, verandert vorm ook -> ! belangrijk
*medio- sagittaal vlak deelt het lichaam symmetrisch door 2. In theorie klopt het maar niet in het echt. Het is een
fictief gegeven
FUNCTIONELE KROMMING (WERVELKOLOM)
Sagittaal vlak = lateraal aanzicht
De functionele krommingen liggen in het sagittaal vlak en lopen langs de laterolaterale as/ X-as
lordose = cervicale wervels (7)
kyfose = thoracale wervels (12)
lordose = lumbale wervels (5)
kyfose = sacrale wervels (5)
coccigeale wervels = staartbeen (3/4) (verbonden met
bekken spieren; verschil van problemen tussen man en vrouw;
inzakken v/d inhoud als romp breekt)
! Als het lumbale deel van de wervelkolom de functionele
kromming groter wordt dan worden de andere krommingen
groter + vermindert de kwaliteit van de schokdemping
Voordelen kromming
1 Schokdemping: 1 remt, ander botst -> veel grotere impulsverkleining
Tijd winnen: zodat de impulswerking van de inwerkende kracht kleiner wordt
Hoofd + CZS beschermen (bewustzijn behouden)
Tussenwervelschijven kunnen helpen met dempen
Zorgen dat het bewegingsapparaat niet beschadigd wordt
Beschadiging aan botstructuren verminderen (geen schokken in hersenen -> hersenschudding)
Zwanger? Minder kwaliteit van schokdemping
Kromming: tijdsverlies -> functionele kromming; wanneer je recht op staat
Verandering kromming -> verandering kwaliteit schokdemping
2 Evenwicht: loodrechte projectie van zwaartepunt moet in steunvlak komen
Zwaartepunt: ligt 2-3 cm onder de navel wanneer men in anatomische houding staat
A.d.h.v. hoe het lichaam ligt/ zit -> zwaartepunt anders
Steunvlak: men valt niet wanneer ze steunvlak verplaatsen
Zwanger? Zwaartepunt naar achter; doet ze dit niet -> vallen
3 Ogen naar voor gericht: lijn tussen pupillen moet horizontaal zijn, anders zie je een hoek niet
Kromming wijzigen (1 groter -> andere ook groter; 1 kleiner -> andere ook kleiner)
4 Ruimtewinst t.h.v. thorax: plaatsverlies
Meer plaats voor vitale organen (longen, hart,…)
! als in het lumbale deel van de wervelkolom, de functionele kromming kleiner wordt, dan?
Wordt de schokdemping minder efficiënt
-> 200 botstructuren
Nut skelet? = bewegingsapparaat
Rechthouden
Bescherming inwendige organen
Aanhechting van spieren/ ligamenten
Bewegen
Vorm in stevigheid
Doel van het skelet? = bewegingsapparaat
1 Overleven: spiermassa houden, energie kwijt ( we moeten zuinig zijn: reserve- energie om voedsel te zoeken
of te vluchten/ vechten -> gevaarlijk voor energiebalans)
Allemaal hetzelfde doel
We bewegen alleen om veilig te zijn of als we er iets voor terugkrijgen -> ergo: een patiënt wil stappen als hij er iets
voor terugkrijgt of bv. een coopertest: een leerkracht is weg, stoppen. Waarom zou ik lopen? Ik krijg er niks voor
terugkrijgt.
2 Voortplanting: anders einde soort
ASSEN EN VLAKKEN
ASSEN VLAKKEN
X- as = breedte Transversaal vlak
Craniocaudaal Boven en onder
Flexie/ extensie X-Z as
Z-as = diepte Frontaal vlak
Dorsoventraal Voor en achter
Abductie/ adductie X-Y as
-> Beschrijft de scoliose
Y-as = hoogte Sagittaal vlak
Laterolateraal Links en rechts
Rotatie/ endo-exorotatie Y-Z as
Anatomische eigenschap? Rechtop – armen los langs lichaam – handpalmen naar voor
! welke beweging gebeurt er in de rechter elleboog als je salueert met je rechter arm? Langs latero- laterale as
! bij het snuiten van je neus? In vlak dat gevormd door de dorso- ventrale en cranio- caudale as
! de bewegings(as) van een gewricht? Is bij een rotatie, de Y-as + is een theoretische as in het gewricht die tijdens de
beweging van plaats verandert
! de abductie? Loopt langs een dorso- ventrale as en in een frontaal vlak
! de cranio- caudale as? Vormt zowel het frontale- als het sagittale vlak
! de dorso- ventrale as? Wordt gebruikt voor de lateroflexie bewegingen van de wervelkolom
! een beweging in het transversale vlak? Is een rotatie + loopt langs een cranio- caudale as
! het transversale vlak? Staat loodrecht op het sagittale vlak + wordt bepaald door de Z-as en de X-as
! het vlak dat gevormd wordt door de cranio- caudale as en Z-as? Verdeelt lichaam in links en rechts
! rotatie? Is bij exorotatie, voor de pols een supinatie
, MOBILITEIT STABILITEIT
CRANIUM = SCHEDEL -- ++
THORAX = BORSTKAS +/- +/-
ADBOMEN = BUIKHOLTE ++ --
BEWEGING
*VORM -> FUNCTIE: als functie verandert, verandert vorm ook -> ! belangrijk
*medio- sagittaal vlak deelt het lichaam symmetrisch door 2. In theorie klopt het maar niet in het echt. Het is een
fictief gegeven
FUNCTIONELE KROMMING (WERVELKOLOM)
Sagittaal vlak = lateraal aanzicht
De functionele krommingen liggen in het sagittaal vlak en lopen langs de laterolaterale as/ X-as
lordose = cervicale wervels (7)
kyfose = thoracale wervels (12)
lordose = lumbale wervels (5)
kyfose = sacrale wervels (5)
coccigeale wervels = staartbeen (3/4) (verbonden met
bekken spieren; verschil van problemen tussen man en vrouw;
inzakken v/d inhoud als romp breekt)
! Als het lumbale deel van de wervelkolom de functionele
kromming groter wordt dan worden de andere krommingen
groter + vermindert de kwaliteit van de schokdemping
Voordelen kromming
1 Schokdemping: 1 remt, ander botst -> veel grotere impulsverkleining
Tijd winnen: zodat de impulswerking van de inwerkende kracht kleiner wordt
Hoofd + CZS beschermen (bewustzijn behouden)
Tussenwervelschijven kunnen helpen met dempen
Zorgen dat het bewegingsapparaat niet beschadigd wordt
Beschadiging aan botstructuren verminderen (geen schokken in hersenen -> hersenschudding)
Zwanger? Minder kwaliteit van schokdemping
Kromming: tijdsverlies -> functionele kromming; wanneer je recht op staat
Verandering kromming -> verandering kwaliteit schokdemping
2 Evenwicht: loodrechte projectie van zwaartepunt moet in steunvlak komen
Zwaartepunt: ligt 2-3 cm onder de navel wanneer men in anatomische houding staat
A.d.h.v. hoe het lichaam ligt/ zit -> zwaartepunt anders
Steunvlak: men valt niet wanneer ze steunvlak verplaatsen
Zwanger? Zwaartepunt naar achter; doet ze dit niet -> vallen
3 Ogen naar voor gericht: lijn tussen pupillen moet horizontaal zijn, anders zie je een hoek niet
Kromming wijzigen (1 groter -> andere ook groter; 1 kleiner -> andere ook kleiner)
4 Ruimtewinst t.h.v. thorax: plaatsverlies
Meer plaats voor vitale organen (longen, hart,…)
! als in het lumbale deel van de wervelkolom, de functionele kromming kleiner wordt, dan?
Wordt de schokdemping minder efficiënt