A - Voorstelling (Wat je ziet, hoort en herkent)
Wat voor soort kunstwerk is dit?
Theater → Komedie, tragedie of een musical
Museum → Een stilleven, portret of installatie
Waar gaat het kunstwerk over? (zichtbaar of hoorbaar)
B - Vormgeving (Hoe een kunstwerk is gemaakt)
Bij het beschrijven van de vormgeving gebruikt elke discipline eigen begrippen en een eigen
indeling van aspecten.
Schilderij → Gebruikte kleuren en compositie
Dans → Ruimte, tijd en kracht
C - Betekenis (Het idee, doel of de diepere inhoud van het kunstwerk)
Hiervoor is kennis over de context nodig
- Periode waarin het kunstwerk is gemaakt
- Kennis over de kunstenaars
- Het publiek waarvoor het kunstwerk is gemaakt
, 1. BEELDENDE KUNST
A - VOORSTELLING
- Er is een schilderij/tekening/foto/beeldhouwwerk/installatie/videokunstwerk te zien
^-- figuratieve voorstelling, te onderscheiden in genres → Portret/landschap/stilleven
Bij een abstract kunstwerk verwijst het niet naar iets herkenbaars in de werkelijkheid
B - VORMGEVING
Hoe interpreteren toeschouwers het werk? → Vorm/kleur/licht/ruimte/compositie
Vorm
Een kunstwerk kan ruimtelijk (3D) of plat (Schilderij/foto) zijn
Er zijn verschillende vormsoorten:
1. Geometrisch: Wiskundige vormen
2. Organisch: Vloeiende vormen die doen denken aan de natuur
3. Gestileerd: Sterk vereenvoudigde, geabstraheerde, maar nog steeds herkenbare vormen
Kleur
1. Primaire kleuren: Geel, rood en blauw
2. Secundaire kleuren: Oranje, paars en groen
^--- beide zuivere kleuren (minder zuivere kleuren als je alle primaire kleuren met elkaar
mengt)
3. Kleurcontrasten: Tegenstellingen tussen kleuren (vallen op, blikvanger)
4. Complementair contrast: Staan tegenover elkaar in de kleurencirkel (blauw-oranje,
rood-groen en geel-paars
5. Koude kleuren: De component blauw overheerst
6. Warme kleuren: Rood of geel overheerst
7. Warm-koud contrasten: Als koude tegenover warme kleuren staan
8. Licht-donker contrast: Zwart en wit die rol spelen bij lichter en donkerder maken van
kleuren
Licht
Een veranderende lichtval laat ruimtelijk werk er anders uit zien
2D werk → Weergeven licht en schaduw
Eigenschaduw: Een schaduw die je ziet op de niet belichte kant van een object (verhoogt
plasticiteit: Het suggereren dat een object driedimensionaal is door het toevoegen van
schaduwen en highlights.
Slagschaduw: De schaduw van een object op een ondergrond of ander object
Clair-obscur: Sterke contrasten tussen licht en donker in een tweedimensionaal werk
Ruimte
3D kunstwerken die ruimte suggereren:
- Neemt letterlijk ruimte in
- Sokkel om meer afstand tussen object en omgeving te bewerkstellen