Week 1: het zenuwstelsel
Indeling zenuwstelsel:
• Anatomisch, waar ligt het
▫ Centraal / Perifeer:
• Centraal: alle zenuwcellen die behoren tot hersenen en ruggenmerg
• Perifeer: alles wat daar buiten ligt.
• Functioneel, wat doet het
▫ Vegetatief / animaal:
• vegetatief: het onbewuste zenuwstelsel. Heeft als functie homeostase
(bijvoorbeeld bloeddruk, hersenfunctie, hartfunctie etc.).
• Animaal: het bewuste zenuwstelsel sensorische en motorische zenuwen.
• Motorisch = aansturen skeletspieren
• sensorisch = ruiken, horen, proeven, zien etc.
• Motorisch of sensorisch kunnen zowel animaal of vegetatief voorkomen.
Neuron = zenuwcel, neurogene pijn, pijn met oorsprong in de zenuwen
Bouw centraal zenuwstelsel:
1. Grote hersenen (cerebrum)
2. Kleine hersenen (cerebellum)
3. Hersenstam (truncus cerebri) functie het lichaam in leven houden, bewegingen in het
gezicht en als doorgeefluik.
4. Ruggenmerg (medulla spinalis)
De opbouw van hersengebieden bestaat uit het hoogste hersengebied de cortex, corticale
hersengebied (meest ontwikkelde hersengebied) daarna subcorticale hersengebieden die ook goed
ontwikkeld zijn en daaronder ligt de hersenstam. De corticale en subcorticale hersengebieden
hebben een functie op de hersenstam (remmende werking) zonder deze remmende werking op de
hersenstam kunnen er dingen plaats vinden die niet plaats moeten vinden. Het brein is plastisch =
veranderbaar, denk aan het opbouwen van geheugen.
Cerebrum (hersenschors/ cortex):
- Cerebrum bestaat uit het grootste gedeelte uit
hersenschors cortex van het cerebrum (cortex
cerebri)
- Grote hersenschors onderscheid ons van dieren,
met de cortex doen we al het bewuste
(zintuigelijke waarnemingen en bewuste
bewegingen).
- De cortex maakt ons tot wie we zijn, belangrijkste
deel wat ons mens maakt.
- We voelen, zien, ruiken, horen, proeven en
bewegen met de cortex
- De cortex bestaan uit allerlei groeven/ spleten
(sulcus) en windingen/ verdikkingen (gyrus)