Deze samenvatting bevat de volgende artikelen*:
‘Open Europese arbeidsmarkt zet nationale arbeidswetgeving onder druk’ – Jan Cremers
‘De zoektocht naar goedkope arbeid ondergraaft het arbeidsbestel’ – Jan Cremers
*Volgens de verplicht voorgeschreven literatuur aan de Universiteit van Tilburg – 2019/2020
‘Open Europese arbeidsmarkt zet nationale arbeidswetgeving onder druk’ – Jan Cremers
Na een wat sluimerend bestaan ten tijde van de Europese Economische Gemeenschap kwam de integratie van de
Europese markten in een stroomversnelling door de Verdragen van Maastricht (1992) en van Amsterdam (1997).
De vier fundamentele interne marktvrijheden werden centraal gesteld, en verschaften ondernemingen een
juridisch kader dat belemmeringen wegnam voor grensoverschrijdende mobiliteit op tal van terreinen die direct of
indirect met de arbeidsmarkt samenhingen.
Het vrije verkeer van personen en diensten creëerde voor ondernemers, het uitzendwezen en voor andere
bemiddelaars de mogelijkheid om in de hele EU personeel te werven. EU-burgers verkregen immers het recht om
overal binnen die EU aan de slag te gaan en het werd voor in de EU gevestigde dienstverleners gemakkelijker om
personeel grensoverschrijdend te detacheren via het vrije dienstenverkeer. Daarnaast maakte de vrije vestiging
het mogelijk om in het ene land een economische entiteit te registreren en om, in combinatie met de vrije
dienstverlening, in het andere land aan de slag te gaan – al of niet met tijdelijk gedetacheerde werknemers.
Macro-economische effecten
De macro-economische literatuur stelt in het algemeen dat de inzet van arbeidsmigranten voor het gastland
voornamelijk gematigd positieve effecten heeft, in het bijzonder door de productiviteitsgroei en een verbeterde
werkgelegenheid. Daarnaast dragen migranten gemiddeld netto bij aan het stelsel van sociale zekerheid, en helpt
hun aanwezigheid om sommige bedrijfstakken in stand te houden.
Productiviteit
Over het algemeen gaan economen ervan uit dat arbeidsmigratie de arbeidsproductiviteit verhoogt.
Werkgelegenheid
De sociaaleconomische literatuur gaat er in het algemeen van uit dat de groei van het aantal arbeidsmigranten
uiteindelijk een positief effect heeft op de binnenlandse werkgelegenheid. Hooggeschoolde migranten leveren
talent en kennis, terwijl laaggeschoolden belangrijke beroepen invullen als er sprake is van tekorten.
Per saldo heeft de migratie een (klein) neerwaarts effect op het gemiddelde loonniveau. Dat effect is waar te
nemen in de laagste loonklasse en afwezig in hogere loongroepen. Vooral in groeisegmenten kunnen positieve
effecten worden opgetekend; daar blijkt de inzet van migranten complementair aan het binnenlandse aanbod. In
krimpsegmenten kunnen negatieve effecten optreden: arbeidsmigratie blijkt dan concurrerend te zijn met het
binnenlandse aanbod.
Sociale zekerheid
Wat betreft de effecten op het terrein van de sociale zekerheid is de traditionele literatuur over migratie altijd
uitgegaan van een social welfare magnet, een aantrekkingskracht die migranten toegang doe toeken tot landen
met een hoog niveau van sociale zekerheid.
Recent onderzoek van Oxford Economics concludeert dat de levenscylusbijdrage van migranten aan het gastland
om drie redenen positief is. Ten eerste arriveren migranten meestal pas na de voltooiing van een opleiding in hun
thuisland, waardoor de aanzienlijke onderwijskosten voor autochtonen worden vermeden. Ten tweede worden, bij
een groep van overwegend jongvolwassene, de verwachte pensioenkosten i.v.m. de latere jaren van het leven
verminderd aangezien een groot deel van hen geneigd is om het werkland te verlaten voordat zij met pensioen
gaan. Ten slotte, omdat de migrantenpopulatie jonger is, treden hun positieve bijdragen onmiddellijk op, terwijl
hun bijbehorende pensioen- en gezondheidskosten doorgaans vele jaren in de toekomst liggen en daarom in de
huidige omstandigheden minder effect hebben.
Voortbestaan bedrijfstakken
1