Obligaties
Er zijn een aantal begrippen omtrent obligaties. De nominale waarde van een obligatie is de
hoofdsom die op de eind datum terugbetaald moet worden. De vervaldatum, oftewel maturity date
is de aflossingsdatum. De couponrente is de reguliere rentebetaling. Deze rentebetaling kan
jaarlijks of halfjaarlijks zijn. De kredietwaardigheidscategorie waarin een obligatie valt, wordt ook
wel de rating genoemd. Deze rating varieert van AAA tot D. Het rendement tot aan de (laatste)
vervaldatum is de Yield to Maturity. De yield to maturity is een maatstaf voor het gemiddelde
rendement van een obligatie. Dit is de juiste disconteringsvoet voor het contant maken van
kasstromen. Daarnaast is de yield to maturity een manier om verschillende soorten obligaties met
elkaar te vergelijken. De yield to maturity wordt berekend met de volgende formule:
n C Fn
P0
t 11 r 1 r n
t
Een obligatie is een rentedragende waarde en er zijn één of een aantal vaste of variabele
uitkeringen. Er zijn verschillende soorten obligaties. Zo er is natuurlijk de gewone obligatie, waarbij
rente wordt uitbetaald, maar er is ook een nul-coupon obligatie. Hierbij wordt er geen rente
uitbetaald. Het is dus een eenmalige vaste uitkering aan het einde van de looptijd. De waarde van
zo’n nul-coupon obligatie wordt bepaald met behulp van een eenvoudige disconteringsmethode:
Fn €1.000
P0 Vb : P0 €821,93
1 r n (1 0,04) 5
De waarde van gewone obligaties worden bepaald met behulp van de volgende formule:
C1 C2 Cn Fn
P0 .....
1 r 1 r
1 2
1 r 1 r n
n
Er zijn ook meer specifiekere vormen van obligaties. Zo zijn er obligaties waarbij er meer risico
gelopen wordt. Voorbeelden hiervan zijn de achtergestelde obligaties, afvalobligaties, obligaties
zonder onderpand en obligaties zonder convenanten. Bij de achtergestelde obligatie, ook wel
“junior debt”, gaat de uitbetaling van andere obligaties voor. Afvalobligaties, ook wel “junk bonds”
zijn gewone obligaties met een hoog risico. Obligaties zonder onderpand of zekerheid lopen ook
meer risico, denk bijvoorbeeld maar aan een bank die een hypotheek zou verstrekken zonder de
woning als onderpand. Bij obligaties zonder convenanten zijn er geen beschermende
voorwaarden, waardoor er ook een hoger risico is. Er kunnen ook speciale voorwaarden zijn bij
obligaties. Een variabele rente die periodiek aanpasbaar is, een vervroegd aflosbare obligatie, een
winstdelende obligatie (waarbij de rente afhankelijk is van de winst) en converteerbare obligaties
(aflosbaar in aandelen) zijn voorbeelden van speciale voorwaarden.
Naast langlopende obligaties zijn er ook kortlopende schuldpapieren. Dit kunnen betalingsbeloften
en –opdrachten zijn. Daarnaast zijn er ook kortlopende obligaties, ook wel “notes”, die door banken
en overheden worden uitgegeven. Een laatste voorbeeld van een kortlopend schuldpapier is de
Amerikaanse “treasury bill”. De prijs van zo’n kortlopend schuldpapier kan met de volgende
formule berekend worden:
-P0 = Fn (1- ((r x (n / 360))
-Vb : P0 = € 1.000 x ((1- 0, 04 x ()) = € 992