Biologische psychologie
Toets: 40 meerkeuzevragen in NL
HC 1 15-2-2023
Wetenschappelijke studie van de biologische basis van psyche en gedrag.
Vraagstukken in de biopsy
- Verklaringen vinden voor gedrag
- Bewustzijn als concept onderzoeken
- Genetische invloed vs. omgevingsinvloed
‘G x E model’ gen x environment.
4 biologische verklaringsmodellen:
1. Fysiologische verklaring: focus op gedrag gerelateerd aan lichamelijke
processen
2. Ontogenetische verklaring: focus op beschrijving hoe het gedrag zich kon
ontwikkelen
3. Evolutionaire verklaring: focus op gedrag als gevolg van de evolutie van
een soort
4. Functionele verklaring: focus op doel van het gedrag, waarom is het zo
ontwikkeld?
Enkele feiten over evolutie:
- Genen muteren random
- Fittest = best aangepast aan de omgeving
- Reproductie van genen is van belang
- Er is geen doelgerichte selectie
HC 2 24-2-2023
Verschil tussen ontogenetisch en evolutionair
Ontogenetisch is: hoe kon gedrag zich ontwikkelen. Bv door genen, voeding en
ervaring
Evolutionair is: gedrag door ontwikkeling van een soort. Bv een zelfde manier van
praten, vervanging van paard en wagen door auto.
Mind-body issue
Werken lichaam en bewustzijn samen of staan ze los van elkaar? Bij biopsychologie
staat body voorop.
Wat betekenen de 3 R’s – 3 V’s:
De 3R’s van dierenonderzoek:
1. Replacement (vervanging)
2. Reduction (vermindering)
3. Refinement (verfijning)
Bv: computermodellen gebruiken, ‘slim’ onderzoek doen en pijnbestrijding geven.
, Centraal zenuwstelsel (CZS)
Hersen EN ruggenmerg
1. Neuronen (zenuwcel): informatie- of
prikkeloverdracht
2. Glia cellen: diverse ondersteunende functies
Neuronen
- Dendrieten zorgen voor input
- Axon verzorgt output
- Putten energie uit glucose
Santiago Ramon y Cajal tekende als eerste
neuronen.
Structuur van een neuron
- Dendrieten: ontvangen informatie
- Soma: cellichaam
- Axon geeft informatie door aan andere neuronen
Soorten neuronen
- Motorische neuronen, efferent: CZS -> spieren en klieren
- Interneuronen: in en output vanuit andere neuronen
- Sensorische neuronen, afferent: zintuigen -> CZS
Richting informatie/prikkel
- Efferent: van hersen- en beenmergstructuur weg
- Interneuronen: binnen een structuur, kan beide kanten op
- Afferent: naar hersen- en beenmergstructuur toe (licht zien, geluid horen)
Vorm neuron door functie
- Neuronen in de kleine hersenen integreren informatie uit andere neuronen:
veel dendrieten
- Neuronen in de retina krijgen in put van weinig zintuigcellen: weinig dendrieten
- Neuronen veranderen de dendrieten voortdurend door te leren en zich aan te
passen.
Gliacellen ondersteunen (weten hoe ze werken/functie, niet hoe ze eruit zien)
- Astrocyten: neurotransmitters op nemen en afgeven, en verteren
afvalproducten
- Microglia: verteren afvalproducten en virussen
- Oligo dendro cytes & cellen van Schwann: voeden en isoleren axonen en
dendrieten
- Rediale glia & cellen van Schwann: ontwikkeling en herstel van axonen en
dendrieten
Olio dendro cytes, redia glia en cellen van Schwann zijn allemaal voor ontwikkelen
en herstellen van axonen en dendrieten
Bloed-brein-barrière
- Ondoordringbare wand van bloedvaten
Toets: 40 meerkeuzevragen in NL
HC 1 15-2-2023
Wetenschappelijke studie van de biologische basis van psyche en gedrag.
Vraagstukken in de biopsy
- Verklaringen vinden voor gedrag
- Bewustzijn als concept onderzoeken
- Genetische invloed vs. omgevingsinvloed
‘G x E model’ gen x environment.
4 biologische verklaringsmodellen:
1. Fysiologische verklaring: focus op gedrag gerelateerd aan lichamelijke
processen
2. Ontogenetische verklaring: focus op beschrijving hoe het gedrag zich kon
ontwikkelen
3. Evolutionaire verklaring: focus op gedrag als gevolg van de evolutie van
een soort
4. Functionele verklaring: focus op doel van het gedrag, waarom is het zo
ontwikkeld?
Enkele feiten over evolutie:
- Genen muteren random
- Fittest = best aangepast aan de omgeving
- Reproductie van genen is van belang
- Er is geen doelgerichte selectie
HC 2 24-2-2023
Verschil tussen ontogenetisch en evolutionair
Ontogenetisch is: hoe kon gedrag zich ontwikkelen. Bv door genen, voeding en
ervaring
Evolutionair is: gedrag door ontwikkeling van een soort. Bv een zelfde manier van
praten, vervanging van paard en wagen door auto.
Mind-body issue
Werken lichaam en bewustzijn samen of staan ze los van elkaar? Bij biopsychologie
staat body voorop.
Wat betekenen de 3 R’s – 3 V’s:
De 3R’s van dierenonderzoek:
1. Replacement (vervanging)
2. Reduction (vermindering)
3. Refinement (verfijning)
Bv: computermodellen gebruiken, ‘slim’ onderzoek doen en pijnbestrijding geven.
, Centraal zenuwstelsel (CZS)
Hersen EN ruggenmerg
1. Neuronen (zenuwcel): informatie- of
prikkeloverdracht
2. Glia cellen: diverse ondersteunende functies
Neuronen
- Dendrieten zorgen voor input
- Axon verzorgt output
- Putten energie uit glucose
Santiago Ramon y Cajal tekende als eerste
neuronen.
Structuur van een neuron
- Dendrieten: ontvangen informatie
- Soma: cellichaam
- Axon geeft informatie door aan andere neuronen
Soorten neuronen
- Motorische neuronen, efferent: CZS -> spieren en klieren
- Interneuronen: in en output vanuit andere neuronen
- Sensorische neuronen, afferent: zintuigen -> CZS
Richting informatie/prikkel
- Efferent: van hersen- en beenmergstructuur weg
- Interneuronen: binnen een structuur, kan beide kanten op
- Afferent: naar hersen- en beenmergstructuur toe (licht zien, geluid horen)
Vorm neuron door functie
- Neuronen in de kleine hersenen integreren informatie uit andere neuronen:
veel dendrieten
- Neuronen in de retina krijgen in put van weinig zintuigcellen: weinig dendrieten
- Neuronen veranderen de dendrieten voortdurend door te leren en zich aan te
passen.
Gliacellen ondersteunen (weten hoe ze werken/functie, niet hoe ze eruit zien)
- Astrocyten: neurotransmitters op nemen en afgeven, en verteren
afvalproducten
- Microglia: verteren afvalproducten en virussen
- Oligo dendro cytes & cellen van Schwann: voeden en isoleren axonen en
dendrieten
- Rediale glia & cellen van Schwann: ontwikkeling en herstel van axonen en
dendrieten
Olio dendro cytes, redia glia en cellen van Schwann zijn allemaal voor ontwikkelen
en herstellen van axonen en dendrieten
Bloed-brein-barrière
- Ondoordringbare wand van bloedvaten