SOORTEN MAGNETEN
voorbeelden van magneten:
- aarde
- branddeuren
magneet:
= voorwerp dat invloed (aantrekken/afstoten) uitoefent op sommige voorwerpen in
de omgeving
=> 2 kleuren → 2 polen
- noordpool: altijd rood
- zuidpool: andere kleur
als je een magneet laat vallen → sterkte van de magneet gaat verminderen
=> magnetische kracht opwarmen → dan gaat de N en Z ook verminderen
aantrekking:
=> tegenpolen
bv. N en Z
afstoting:
=> gelijke polen
bv. Z en Z
2 soorten magneten:
1) permanente magneten
=> het materiaal van de magneet vertoont de invloed continu
bv. magneten aan de frigo
twee polen: noordpool en zuidpool
N: wijst naar het geografische noorden
Z: wijst naar het geografische zuiden
bv.een kompas wordt aangetrokken tot het magnetische zuiden en dat ligt in het N
als je een andere permanente magneet in de buurt brengt
→ aantrekking tussen de ongelijke polen
→ afstoting tussen de gelijksoortige polen
, 2) elektromagneten
=> je kunt de invloed aan- en uitschakelen
=> pas magnetisch als de stroomkring gesloten is
bv. branddeuren
ferromagnetische stoffen (magnetische stoffen):
= alle stoffen die aangetrokken worden door een magneet
=> komt van Fe
- ijzer
- nikkel
- kobalt
● veldkrachten:
= geen contact nodig om contact te laten werken
=> zwaartekracht (zwaarteveldsterkte)
magnetische kracht: veldkracht
=> moet in magneet zitten om te werken
=> 2 magneten in elkaars buurt oefenen een aantrekkende of afstotende kracht uit
op elkaar
bv. als de fluostift in het zwaarteveld zit dan is er zwaartekracht
● contactkrachten
= kracht effect als je contact hebt gemaakt
bv. wrijvingskracht, windkracht, spierkracht,...
magnetische influentie: magnetische polarisatie
= het feit dat een ferromagnetische stof tijdelijk onder invloed van een magneet zelf
magnetisch zal worden
bv. paperclip