THEMA 4 COLUMNA
VERTEBRALIS
MBRT-leerjaar 1 (2019/2020. Hanze
hogeschool
,Inhoudsopgave
Anatomie, fysiologie en pathologie - Osteogenese .......................................................................................... 2
Wervelkolom .................................................................................................................................................. 7
Nucleaire geneeskunde ................................................................................................................................. 14
Calciumhuishouding ......................................................................................................................................... 14
Skeletscintigrafie .............................................................................................................................................. 14
Methoden ......................................................................................................................................................... 16
Indicaties........................................................................................................................................................... 17
.......................................................................................................................................................................... 20
Pathologie......................................................................................................................................................... 20
Insteltechniek wervels .................................................................................................................................. 23
Techniek ............................................................................................................................................................ 23
Stralingshygiëne ............................................................................................................................................... 23
Insteltechniek CWK C1 en C2 ............................................................................................................................ 24
Insteltechniek CWK C3-7 AP.............................................................................................................................. 25
Insteltechniek CWK lateraal .............................................................................................................................. 26
Insteltechniek TWK AP ...................................................................................................................................... 27
Insteltechniek TWK lateraal .............................................................................................................................. 28
Insteltechniek LWK PA ...................................................................................................................................... 29
Insteltechniek LWK lateraal .............................................................................................................................. 30
CT ................................................................................................................................................................. 31
Standaarddeviatie ............................................................................................................................................ 31
Signaalintensiteit .............................................................................................................................................. 32
Kernels .............................................................................................................................................................. 33
CT-contrastresolutie ......................................................................................................................................... 35
Echo.............................................................................................................................................................. 37
Echogeniteit ...................................................................................................................................................... 37
Echotextuur ...................................................................................................................................................... 37
Artefacten ......................................................................................................................................................... 37
,Anatomie, fysiologie en pathologie - Osteogenese
Botten zijn levende delen van het lichaam.
206 botten in je lichaam. Soms vergroeiing door operatie of extra
(extra wervel).
Functies skelet:
• Ondersteuning
• Opslag calciumzouten (calcium, fosfaten)
• Reservevoorraad energie.
• Vorming bloedcellen
• Bescherming
• Hefboomwerking, bewegen (doormiddel van spieren)
Gele beenmerg heeft vet wat we kunnen we gebruiken als energie.
Wervels maken vanaf een jaar of 7 een groot percentage aan
bloedcellen
Sternum en costae maken ook een groot percentage
bloedcellen.
Vorming bloedcellen gebeurt in het rode beenmerg.
Longen en ruggenmerg worden speciaal beschermd door
het skelet, ribben en wervels.
Substansia compacta, compact weefsel in het bot.
Substansia spongiosa, weefsel met veel gaatjes erin.
Periost is het beenvlies, hier lopen de bloedvaten door en dat
worden capillairen. Botbalkjes bevatten allemaal een vat. In
het bot wordt constant bot aangemaakt en afgebroken.
Kanalen van havers, komen de bloedvaten doorheen naar het bot.
Het skelet is het samenstel van
botten, kraakbeen en bindweefsel
dat het lichaam ondersteund en
veel kwetsbare organen beschermd.
Het skelet is voornamelijk gebouwd
uit botweefsel. Botweefsel leeft en
vervangt zichzelf. Macroscopisch
houden de afbraak en aanmaak van
botweefsel elkaar in evenwicht
maar, als microscopische afbraak en
opbouwprocessen door ziekte of
invloeden van buitenaf niet meer in evenwicht zijn kunnen de veranderingen macroscopisch
zichtbaar worden.
, Macroscopisch: blote oog zichtbaar.
Microscopisch: niet met het blote oog zichtbaar.
Botweefsel bestaat uit verschillende cel soorten:
• Osteocyten: botcellen
• Osteoclasten: botresorptie
• Osteoblasten: botaanmaak
Deze cellen zijn ingebed in de botmatrix (osteoïd).
Osteocyten zijn vroegere osteoblasten, die geheel omgeven zijn geraakt door uitgerijpt
botweefsel. Osteocyten hebben lange uitlopers waarmee ze met andere osteocyten in
verbinding staan. Voedingsstoffen worden via deze uitlopers opgenomen. Ze spelen ook een
rol bij de homeostase van het calciumgehalte in het bloed door het veroorzaken van een
osteolyse (afbraak beenweefsel) onder invloed van het PTH-hormoon.
Als de activiteit van de osteoclasten toeneemt heb je een lage botdichtheid. Als de activiteit
van de osteoblasten toeneemt heb je een hoge botdichtheid.
Collageen is het meest voorkomende eiwit in je lichaam. Het heeft een vezelstructuur. Door
het collageen bezit botweefsel een grote trek- en buigsterkte.
Meer botbalkjes, verticaal dan horizontaal. Meer druk verticaal op de botten. Als je springt
dan kunnen deze botbalkjes de druk opvangen.
Soorten botten
• Platte beenderen
• Korte beenderen
• Lange beenderen
• Onregelmatige beenderen
Foetus van 6 weken heeft al een heel deel van de ontwikkeling van botten doorgemaakt.
Fontanellen groeien vanzelf allemaal samen, vanuit de vliezen.
Intramembraneuze botvorming: botvorming vanuit de vliezen
Enchondrale botvorming: (lengte groei)
1. Begint met kraakbeen, heeft al de vorm dat het ongeveer moet vormen
2. In de diafyse zie je dat er een geel streepje aan de zijkant komt
3. Vanuit de binnenkant van het kraakbeen ontstaat een primaire beenkern waarin
bloedvaten gaan zitten om voedingsstoffen en zuurstof te brengen.
4. De epifysair schijf begint bot te groeien, bloedvaten breiden uit.
5. Er ontstaan secundaire beenkernen, deze maken botweefsel aan.