OPENBAAR BESTUUR:
bestaat uit Organisaties
- structuur (arbeidsverdeling en gezagsverhouding)
- cultuur (waarden en normen)
- Organisaties binnen de overheid zijn vaak bureaucratieën
- De cultuur binnen de overheid is vaak nog een rolcultuur
- Scheiding tussen politiek bestuur en ambtelijke organisatie
die beleid maken, uitvoeren, controleren of evalueren
Een plan met één of meerdere doelstellingen en een aantal instrumenten of middelen om deze
doelstellingen te bereiken
Openbaar
bindend besluiten kunnen vaststellen
afdwingbaar (op basis van de wet)
Bestuur
richting geven, koers geven, maatschappelijke publieke vraagstukken aanpakken
De kwaliteit van het openbaar bestuur stel je vast met acht criteria
Democratie:
Responsief bestuur
Wisselwerking met
omgeving
Uitslag verkiezingen,
totstandkoming regering, coalitieakkoord
en resultaten beleid
Opkomst populistische
partijen (pvv, FvD)
kernvraag: beantwoordt het openbaar
bestuur voldoende de maatschappelijke
vraagstukken die ‘spelen’ in de samenleving
Rechtmatigheid:
Iedere publieke
bevoegdheid die door een persoon of
organisatie wordt uitgeoefend, dient een
wettelijke grondslag te hebben
Doeltreffendheid en Doelmatigheid:
Doeltreffendheid of
effectiviteit, Behalen van formele
beleidsdoelstellingen
output en outcome (effect)
Doelmatigheid of efficiency, Middelen moeten zoveel mogelijk bijdragen aan de oplossing
van het vraagstuk
be:
Geen corruptie, geen vriendjespolitiek, dienen van het publieke belang en niet het individuele belang
beroepsethiek van ambtenaren en publieke bestuurders