Onderwerp van de tekst: een woord(groep) die aangeeft waarover de tekst gaat (geen zin!)
Hoofdgedachte: mededelende zin (geen vraag!), die het belangrijkste weergeeft wat in de tekst over
het onderwerp gezegd wordt.
Soorten tekstdoelen:
1. Amuseren: publiek vermaken met iets wat leuk, spannend of ontroerend is
2. Informeren: publiek uitleggen hoe iets in elkaar zit, hoe iets is
3. Opiniëren: publiek zelf een mening laten vormen
4. Overtuigen: publiek een mening laten overnemen
5. Activeren: publiek aanzetten iets (niet) te gaan doen
Verband hoofdgedachte & tekstdoel:
Hoofdgedachte:
- Constatering -› tekstdoel: informeren of opiniëren
- Mening -› tekstdoel: overtuigen en/of activeren
Soorten titels:
- Informerende titel geeft aan waarover een tekst gaat
- Motiverende titel maakt lezer nieuwsgierig naar de tekst
Inleiding functie:
- Aandacht van publiek trekken
- Onderwerp vd tekst introduceren
Inleiding aantrekkelijk maken:
- Naar actuele gebeurtenis verwijzen
- Kort de voorgeschiedenis beschrijven
- Aantrekkelijk voorbeeld geven
- Het belang voor het publiek aangeven
Inleiding aantrekkelijk door sterke 1e zin:
- Intrigerende vraag
- ‘ schokkende’ of opvallende cijfers
- Paradox (schijnbare tegenstelling)
- Prikkelend citaat
- Suggestieve of raadselachtige opsomming
Onderwerp vd tekst introduceren:
- 1 of meer vragen gesteld
- Mening (standpunt) geformuleerd
- Probleem geschetst
Inhoud slot:
- Samenvatting in enkele zinnen (niet bij korte teksten)
- Afweging
- Aansporing of aanbeveling
- Toekomstverwachting
Slot aantrekkelijk eindigen:
- Aansluiting bij begin (cirkel rondmaken): in slot terugkomen op inleiding