0.1 t/m 0.9
De ruimte voor lastenverlichting (door lenen) wordt beperkt door Groei- en stabiliteitspact
EU.
Materiële definitie belasting = gedwongen financiële bijdragen van burgers en bedrijven
aan de overheid zonder individuele tegenprestatie, ter financiering van de collectieve
uitgaven, die geheven worden volgens democratisch tot stand gekomen regels.
Formele definitie belasting = elke heffing die door de wet zo wordt genoemd van
belang voor de Grondwet → belastingen moeten geheven worden vanuit een
formele wet
Premieheffing
- is geen belasting, want gebaseerd op solidariteit + premies komen niet in algemene
middelen maar apart fonds.
- is wel belasting, want geen individuele tegenprestatie, omslagstelsel en het wordt
gebaseerd op het inkomen net zoals ib.
Loonheffing → geen onderscheiding loonbelasting en premieheffing
volksverzekering.
Premieheffing werknemersverzekering → wel onderscheid verzekering.
Het zijn de volksverzekeringen en werknemersverzekeringen die lastendruk hoog maken,
niet zozeer belastingen.
Free-riders probleem: controle en handhaving noodzakelijk.
Financieringsfunctie = belastingopbrengsten worden gebruikt om beleid te voeren.
Instrumentele functie = inkomens- en vermogensverhoudingen om gedrag sturen.
Belastingmix = verhouding tussen de bijdragen van de verschillende belastingsoorten.
● Direct: winst, vermogen, inkomen
Vergt ontwikkeld overheidssysteem en controleapparaten, kan inkomens- en
vermogensverhoudingen beïnvloeden.
● Indirect: accijns, etc.
Laffer: er bestaat een optimaal punt in het inkomstenbelastingtarief (<50%) met de
optimale verhouding tussen opbrengst, compliance kosten en perceptiekosten.
Als inkomstenbelasting >50% → belastingontduiking.
Wet IB 2001 is globalisering belastingstelsel, omdat :
- belastingdruk verschoven is van direct naar indirect
- niet vermogensinkomsten belasten maar vermogen zelf
- aftrek van verwervingskosten werknemers is afgeschaft.
- Winstbelasting en loonheffing omlaag
- Aftrekposten verdwenen
- Ecotaxen en omzetbelasting omhoog
Belastingschuld = grondslag x tarief
Object = belastbaar feit
onroerend zaak belasting
→ objectief belastingplicht = belastbaar feit is voorgedaan.
De ruimte voor lastenverlichting (door lenen) wordt beperkt door Groei- en stabiliteitspact
EU.
Materiële definitie belasting = gedwongen financiële bijdragen van burgers en bedrijven
aan de overheid zonder individuele tegenprestatie, ter financiering van de collectieve
uitgaven, die geheven worden volgens democratisch tot stand gekomen regels.
Formele definitie belasting = elke heffing die door de wet zo wordt genoemd van
belang voor de Grondwet → belastingen moeten geheven worden vanuit een
formele wet
Premieheffing
- is geen belasting, want gebaseerd op solidariteit + premies komen niet in algemene
middelen maar apart fonds.
- is wel belasting, want geen individuele tegenprestatie, omslagstelsel en het wordt
gebaseerd op het inkomen net zoals ib.
Loonheffing → geen onderscheiding loonbelasting en premieheffing
volksverzekering.
Premieheffing werknemersverzekering → wel onderscheid verzekering.
Het zijn de volksverzekeringen en werknemersverzekeringen die lastendruk hoog maken,
niet zozeer belastingen.
Free-riders probleem: controle en handhaving noodzakelijk.
Financieringsfunctie = belastingopbrengsten worden gebruikt om beleid te voeren.
Instrumentele functie = inkomens- en vermogensverhoudingen om gedrag sturen.
Belastingmix = verhouding tussen de bijdragen van de verschillende belastingsoorten.
● Direct: winst, vermogen, inkomen
Vergt ontwikkeld overheidssysteem en controleapparaten, kan inkomens- en
vermogensverhoudingen beïnvloeden.
● Indirect: accijns, etc.
Laffer: er bestaat een optimaal punt in het inkomstenbelastingtarief (<50%) met de
optimale verhouding tussen opbrengst, compliance kosten en perceptiekosten.
Als inkomstenbelasting >50% → belastingontduiking.
Wet IB 2001 is globalisering belastingstelsel, omdat :
- belastingdruk verschoven is van direct naar indirect
- niet vermogensinkomsten belasten maar vermogen zelf
- aftrek van verwervingskosten werknemers is afgeschaft.
- Winstbelasting en loonheffing omlaag
- Aftrekposten verdwenen
- Ecotaxen en omzetbelasting omhoog
Belastingschuld = grondslag x tarief
Object = belastbaar feit
onroerend zaak belasting
→ objectief belastingplicht = belastbaar feit is voorgedaan.