juncto voor verwijzen naar andere artikelen
Grondslag(object) * Tarief = Belastingschuld
Inkomstenbelasting (Wet IB 2001)
- Subject: natuurlijk persoon art.1.1
- Object: inkomen en/of winst
- Tarief: wisselend
Vennootschapsbelasting (Wet Vpb 1969)
- Subject: rechtspersonen
- Object: winst
- Tarief 2019: 19% & 25%
Wet IB 2001
● H1 bundel: legt de algemene bepalingen uit die de volgende hoofdstukken van
toepassing is.
- Hoofdregel : iedereen in NL is individueel belastingplichtig.
- Uitzonderingen: minderjarige kinderen (18 jaar)(art. 2.15) en in bepaalde
gevallen voor fiscale partners.
- Partners kunnen een aantal inkomensbestanddelen naar eigen inzicht
verdelen (art. 2.17 lid 5), zoals: Inkomen uit eigen woning; Inkomen uit box 2;
Inkomen uit box 3; en Persoonsgebonden aftrek.
- Partnerschap volgt uit de algemene wet art. 5a AWR.
Aanvullingen specifiek voor IB 2001 art. 1.2.
● H2: Algemeen kader
- het subject van belasting art 2.1.
- Er wordt getoetst naar centrum van levensbehoeften om te bepalen in welk
land iemand gevestigd is.
- Is er inkomen? Vervolgens indelen →
1. Belastbaar inkomen uit werk en woning.
2. Belastbaar inkomen uit aanmerkelijk belang.
3. Belastbaar inkomen uit sparen en beleggen.
- Art. 2.14 is de rangorderegeling.
Uitzondering rangorderegeling: schulden waarvan de rente in box 1 en 2 is
uitgesloten. Vermogensbestanddelen die korter dan 3 maanden inkomen uit
box 1 of 2 genereren en daarvoor box 3 inkomen genereerde.
● H3: box 1
- Art 3.1 staat box 1 etc.
Progressief tarief van max 52%. Art 2.10 en 2.10a
- Belastbaar inkomen uit eigen woning: Art. 3.110
Begrip eigen woning in art. 3.111 lid 1.
→ In beginsel één eigen woning per belastingplichtige / fiscaal
partners, maar er zijn uitzonderingen (art 3.111 lid 2, 3, 4, 5, 6), zoals
verhuizing, in bouw, echtscheiding, opname zorginstellingen, uitzending
buitenland.
- Belastbaar inkomen uit eigen woning = voordelen - aftrekbare kosten
Voordelen:
Grondslag(object) * Tarief = Belastingschuld
Inkomstenbelasting (Wet IB 2001)
- Subject: natuurlijk persoon art.1.1
- Object: inkomen en/of winst
- Tarief: wisselend
Vennootschapsbelasting (Wet Vpb 1969)
- Subject: rechtspersonen
- Object: winst
- Tarief 2019: 19% & 25%
Wet IB 2001
● H1 bundel: legt de algemene bepalingen uit die de volgende hoofdstukken van
toepassing is.
- Hoofdregel : iedereen in NL is individueel belastingplichtig.
- Uitzonderingen: minderjarige kinderen (18 jaar)(art. 2.15) en in bepaalde
gevallen voor fiscale partners.
- Partners kunnen een aantal inkomensbestanddelen naar eigen inzicht
verdelen (art. 2.17 lid 5), zoals: Inkomen uit eigen woning; Inkomen uit box 2;
Inkomen uit box 3; en Persoonsgebonden aftrek.
- Partnerschap volgt uit de algemene wet art. 5a AWR.
Aanvullingen specifiek voor IB 2001 art. 1.2.
● H2: Algemeen kader
- het subject van belasting art 2.1.
- Er wordt getoetst naar centrum van levensbehoeften om te bepalen in welk
land iemand gevestigd is.
- Is er inkomen? Vervolgens indelen →
1. Belastbaar inkomen uit werk en woning.
2. Belastbaar inkomen uit aanmerkelijk belang.
3. Belastbaar inkomen uit sparen en beleggen.
- Art. 2.14 is de rangorderegeling.
Uitzondering rangorderegeling: schulden waarvan de rente in box 1 en 2 is
uitgesloten. Vermogensbestanddelen die korter dan 3 maanden inkomen uit
box 1 of 2 genereren en daarvoor box 3 inkomen genereerde.
● H3: box 1
- Art 3.1 staat box 1 etc.
Progressief tarief van max 52%. Art 2.10 en 2.10a
- Belastbaar inkomen uit eigen woning: Art. 3.110
Begrip eigen woning in art. 3.111 lid 1.
→ In beginsel één eigen woning per belastingplichtige / fiscaal
partners, maar er zijn uitzonderingen (art 3.111 lid 2, 3, 4, 5, 6), zoals
verhuizing, in bouw, echtscheiding, opname zorginstellingen, uitzending
buitenland.
- Belastbaar inkomen uit eigen woning = voordelen - aftrekbare kosten
Voordelen: