Omzetbelasting
Omzetbelasting is een belangrijke inkomst voor de overheid.
Belastingen = onvrijwillige betalingen aan de overheid, zonder individuele tegenprestaties.
Functies:
- financiering
- instrument (gedrag)
Belastingmix = verschillende verhoudingen van de inkomsten voor de overheid.
Laatste jaren een verschuiving van directe naar indirecte belastingen.
Beginselen: efficiëntie (betere welvaart), draagkracht (meer verdienen, is meer betalen),
consumptie (belasting heffen waar het meest besteed wordt), profijt (degene die het meer
gebruiken, moeten meer betalen).
Materieel en formeel belastingrecht ⇒ algemene controle heffingen, abr, awb
algemeen wet bestuur recht, invorderingswet geeft bevoegdheden.
Voornaamste rechtsbronnen omzetbelasting:
- Europese Btw-richtlijn: beperkte keuzevrijheid voor lidstaten om dit uit te
voeren. Lidstaat mag kiezen of zij dit opnemen. Dit kan verkeerd
geïnterpreteerd worden door vertalingen. Dit wordt gecontroleerd door het
Hof van justitie in Luxemburg. Als het in strijd is, moet het worden aangepast.
- Europese Btw-uitvoeringsverordening: verduidelijking.
- Wet op de omzetbelasting 1968
- Uitvoeringsbesluit omzetbelasting
- Uitvoeringsbeschikking omzetbelasting
Btw is een indirecte verbruiksbelasting. De consument draagt de lasten, maar draagt het niet
zelf af aan de fiscus.
Doel is omzet voor de overheid, basis van draagkrachtbeginsel, kan ook worden gebruikt
voor sturing van gedrag.
Systeem omzetbelasting resulteert in een belasting over toegevoegde waarde, in principe
per kwartaal. artikel 14 voor aangifte belasting ondernemer
Opbouw Wet OB 1968
1. Prestatie (wat?)
- Belang onderscheid: Plaats, tarief, vrijstelling, recht op aftrek. Prestaties:
Leveringen en diensten, invoer en intracommunautaire verwerving.
- Bezwarende titel (arrest-Tolsma) = rechtsbetrekking tussen dienstbetrekker
en dienstontvanger. Bv een straatmuzikant kan niet van te voren bepalen wat
hij krijgt.
- Artikel 3 en 4 voor levering of dienst?:
Levering (goederen) = macht om als eigenaar te beschikken gaat over met
levering gelijkgestelde handelingen. Diensten = “niet-leveringen”.
- Oplevering onroerend goed is het moment waar belasting wordt betaald.
2. Plaats van prestatie (waar?)
Artikel 5 →
Omzetbelasting is een belangrijke inkomst voor de overheid.
Belastingen = onvrijwillige betalingen aan de overheid, zonder individuele tegenprestaties.
Functies:
- financiering
- instrument (gedrag)
Belastingmix = verschillende verhoudingen van de inkomsten voor de overheid.
Laatste jaren een verschuiving van directe naar indirecte belastingen.
Beginselen: efficiëntie (betere welvaart), draagkracht (meer verdienen, is meer betalen),
consumptie (belasting heffen waar het meest besteed wordt), profijt (degene die het meer
gebruiken, moeten meer betalen).
Materieel en formeel belastingrecht ⇒ algemene controle heffingen, abr, awb
algemeen wet bestuur recht, invorderingswet geeft bevoegdheden.
Voornaamste rechtsbronnen omzetbelasting:
- Europese Btw-richtlijn: beperkte keuzevrijheid voor lidstaten om dit uit te
voeren. Lidstaat mag kiezen of zij dit opnemen. Dit kan verkeerd
geïnterpreteerd worden door vertalingen. Dit wordt gecontroleerd door het
Hof van justitie in Luxemburg. Als het in strijd is, moet het worden aangepast.
- Europese Btw-uitvoeringsverordening: verduidelijking.
- Wet op de omzetbelasting 1968
- Uitvoeringsbesluit omzetbelasting
- Uitvoeringsbeschikking omzetbelasting
Btw is een indirecte verbruiksbelasting. De consument draagt de lasten, maar draagt het niet
zelf af aan de fiscus.
Doel is omzet voor de overheid, basis van draagkrachtbeginsel, kan ook worden gebruikt
voor sturing van gedrag.
Systeem omzetbelasting resulteert in een belasting over toegevoegde waarde, in principe
per kwartaal. artikel 14 voor aangifte belasting ondernemer
Opbouw Wet OB 1968
1. Prestatie (wat?)
- Belang onderscheid: Plaats, tarief, vrijstelling, recht op aftrek. Prestaties:
Leveringen en diensten, invoer en intracommunautaire verwerving.
- Bezwarende titel (arrest-Tolsma) = rechtsbetrekking tussen dienstbetrekker
en dienstontvanger. Bv een straatmuzikant kan niet van te voren bepalen wat
hij krijgt.
- Artikel 3 en 4 voor levering of dienst?:
Levering (goederen) = macht om als eigenaar te beschikken gaat over met
levering gelijkgestelde handelingen. Diensten = “niet-leveringen”.
- Oplevering onroerend goed is het moment waar belasting wordt betaald.
2. Plaats van prestatie (waar?)
Artikel 5 →