Meso niveau
Macro niveau
1. Demografisch: bevolking, huishoudens, geografische spreiding, opleiding, beroep en
inkomen
2. Politiek juridisch: belastingen, subsidies
3. Ecologisch
4. Technologie: kunnen we straks vliegen met elektriciteit bijvoorbeeld.
5. Economische ontwikkelingen:
- prijsgedrag, substitutiegedrag en uitstelgedrag
- koopkracht, inkomenselasticiteit
- Invloed van politiek, koersontwikkeling
6. Sociaal cultureel opvattingen (cognitief en affectief) gedrag (conatieve component)
- Nieuwe relatie met maatschappij
- Machtsverschuiving
- Relaties van individu (t.o.v. kerk, overheid, bedrijven, familie)
- Nieuwe relaties met in en externe fysieke omgeving (eigen gezondheid en omgeving)
- Nieuwe relatie normen en waarden
SWOT
Case 7.4 ‘’Nederlanders kopen minder deoderant’’
Vraag: U bent productmanager ‘deoderant’ bij unilever. Welke omgevingsfactoren zijn in de
casus van toepassing? Verdeel de omgevingsfactoren in macro- en mesofactoren.
Macrofactoren:
- Ecologisch: gassen in de lucht
- Demografisch, economisch ethisch: of dat het ethisch geaccepteerd wordt
- Demografisch: meer inwoners maar ze komen minder deodorant, markt moet
vergroot worden.
Antwoord: Macrofactoren:
Technologie: productvarianten, duurzamer spuitbussystemen
Sociaal cultureel: populariteit product: stick vs spuitbus
Ecologie: schadelijke drijfgas
Demografie: inwonersaantallen in VS en Nederland
Mesofactoren:
Belangengroepen: De mate waarin je invloed kan hebben (in Nederland is er altijd
overleg met andere partijen, daarom zijn er nauwelijks
stakingen)
Leveranciers: Marktonderzoekbureau: Euromonitor
, Stakeholders: Krant: NRC, Wall Street Journal
Markten omvang en groei: Marktomvang deodorantvarianten: Nederland versus VS
Concurrenten: Beiersdorf (Nivea), P & C
Alles wat nu in de markt wordt gezet, wordt op abonnementsniveau gepresenteerd.
Hoorcollege Donderdag 28 september 2019
Het koopbeslissingsproces (klassieke vijffasenmodel)
1. Behoeft/probleemherkenning
2. Informatie zoeken
3. Evalueren alternatieven
4. Aankoopbeslissing
5. Evaluatie na aankoop
Interpersoonlijke stimuli
1. Cultuur: het complexe geheel van kennis, overtuigingen, kunst , wetten, waarden en
normen en overige gedragingen, kundes en gewoonten dat eigen is aan de leden van
een bepaalde gemeenschap. Oftewel wat is normaal/de norm?!
2. Megatrends: maatschappelijke trends etc.
3. Referentiegroepen: sociale klasse (groep waar je bij hoort, lijken op elkaar),
levensstijl, AIO (activiteiten, interesse en opinie), Vals typologie (value en lifestyle)
Affiliatiebehoefte (identificatie en associatie met de groep!) Het basis principe achter
affiliatiemarketing
Intrapersoonlijke stimuli
Langdurige situationele factoren:
- Leeftijd/fase
- Economische omstandigheden (inkomenselasticiteit)
- Zelfbeeld
Blackbox (je kan niet van binnen kijken wat er gebeurt)
Bijvoorbeeld: als je verlegen bent denken veel mensen ook dat je arrogant bent, is
vervelend.