Begrippen hoofdstuk 12
Aandachtsdeficiëntie- / Psychische stoornis die wordt gekenmerkt
hyperactiviteitsstoornis (ADHD) door gebrekkige impulscontrole,
problemen met concentratie en snel
afgeleidt zijn.
Aangeleerde hulpeloosheid Verschijnsel waarbij iemand geleerd heeft
negatieve gebeurtenissen toe te schrijven
als eigen persoonlijke gebreken of aan
externe omstandigheden waar hij geen
controle over heeft. Deze mensen hebben
waarschijnlijk een extreem externe locus of
control.
Beïnvloeden Term die verwijst naar een emotie of
stemming.
Agorafobie Angst voor openbare plaatsen of open
ruimten.
Angststoornis Psychisch probleem waarvan belangrijkste
kenmerk angst is. Verzamelnaam voor
stoornissen die met angst en paniek te
maken hebben.
Autismespectrumstoornis (ASS) Stoornis die ernstige belemmeringen van
aandacht, cognitie, communicatie en
sociaal functioneren heeft.
Bipolaire stoornis Psychische afwijking die gepaard gaat met
stemmingsschommelingen.
Depersonaliseren Mensen van hun identiteit en individualiteit
beroven door het te zien als voorwerp en
niet als individu.
Diathese-stresshypothese I.v.m. schizofrenie: stelling dat genetische
factoren een bepaald risico vormen, maar
dat stressfactoren uit de omgeving nodig
zijn om te zetten in een werkelijke
schizofrene stoornis.
Diagnostic and Statistical Manual of Wereldwijd het meest gebruikte
Mental Disorders (DSM) classificatiesysteem voor psychologische en
psychiatrische stoornissen.
Ecologisch model Vergelijkbaar met sociaal-cognitieve
gedragsmodel, maar heeft de nadruk op
sociale en culturele context.
Ernstig depressieve stoornis Stemminstoornis gekenmerkt door verlies
van levenslust en/of zware
neerslachtigheid.
Fobie Angststoornis die gekenmerkt wordt door
pathologische angst voor specifiek object of
situatie.
Aandachtsdeficiëntie- / Psychische stoornis die wordt gekenmerkt
hyperactiviteitsstoornis (ADHD) door gebrekkige impulscontrole,
problemen met concentratie en snel
afgeleidt zijn.
Aangeleerde hulpeloosheid Verschijnsel waarbij iemand geleerd heeft
negatieve gebeurtenissen toe te schrijven
als eigen persoonlijke gebreken of aan
externe omstandigheden waar hij geen
controle over heeft. Deze mensen hebben
waarschijnlijk een extreem externe locus of
control.
Beïnvloeden Term die verwijst naar een emotie of
stemming.
Agorafobie Angst voor openbare plaatsen of open
ruimten.
Angststoornis Psychisch probleem waarvan belangrijkste
kenmerk angst is. Verzamelnaam voor
stoornissen die met angst en paniek te
maken hebben.
Autismespectrumstoornis (ASS) Stoornis die ernstige belemmeringen van
aandacht, cognitie, communicatie en
sociaal functioneren heeft.
Bipolaire stoornis Psychische afwijking die gepaard gaat met
stemmingsschommelingen.
Depersonaliseren Mensen van hun identiteit en individualiteit
beroven door het te zien als voorwerp en
niet als individu.
Diathese-stresshypothese I.v.m. schizofrenie: stelling dat genetische
factoren een bepaald risico vormen, maar
dat stressfactoren uit de omgeving nodig
zijn om te zetten in een werkelijke
schizofrene stoornis.
Diagnostic and Statistical Manual of Wereldwijd het meest gebruikte
Mental Disorders (DSM) classificatiesysteem voor psychologische en
psychiatrische stoornissen.
Ecologisch model Vergelijkbaar met sociaal-cognitieve
gedragsmodel, maar heeft de nadruk op
sociale en culturele context.
Ernstig depressieve stoornis Stemminstoornis gekenmerkt door verlies
van levenslust en/of zware
neerslachtigheid.
Fobie Angststoornis die gekenmerkt wordt door
pathologische angst voor specifiek object of
situatie.