Inleiding
Het was de humanist Johannes Vives die in de 16e eeuw met het idee kwam om een
minimuminkomen in te voeren. Hij stelde in 1526 voor dat gemeenten verantwoordelijkheid
moesten nemen om alle inwoners te verzekeren van een bestaansminimum. Aan het einde
van de 18e eeuw kwamen ideeën over een onvoorwaardelijke ‘eenmalige’ schenking. Deze
twee soorten ideeën leidden in de 19e eeuw tot het ontstaan van het basisinkomen. In de
daaropvolgende eeuw kwamen er discussies over het basisinkomen. In deze eeuw werd ook
het onvoorwaardelijke basisinkomen dat we vandaag de dag kennen ontwikkeld en
uitgebreid besproken. We leven nu in 2018 en de discussies over het basisinkomen zijn nog
steeds gaande. De vraag is momenteel: moet het basisinkomen wel worden ingevoerd of
niet? Het basisinkomen moet wel worden ingevoerd in Nederland. Dat ga ik ondersteunen
met drie argumenten voor en twee weerleggingen.
Argument 1
Ten eerste zal de overheid veel geld besparen. Deze kostenbesparing heeft betrekking op
het controlerende en herverdelende apparaat en op criminaliteit, jeugdhulp en
gezondheidszorg. Op het herverdelende en het controlerende apparaat zullen kosten
worden bespaard omdat deze met invoering van het basisinkomen kan worden afgeschaft.
Dit apparaat is namelijk gecreëerd voor de huidige uitkeringen, toeslagen en dergelijke. Tot
het herverdelende gedeelte van het apparaat horen onder andere instanties als de Sociale
Verzekeringsbank, Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen en Dienst uitvoering
onderwijs. Het controlerende apparaat heeft betrekking op instanties die fraude tegengaan.
Als er een basisinkomen wordt ingesteld dient er slechts één instantie aangewezen te
worden om het basisinkomen uit te betalen. Daarnaast kan er geen fraude meer worden
gepleegd omdat het basisinkomen geldt voor iedereen en niet meer voor bepaalde groepen
in de samenleving. Het gehele apparaat kan dus worden afgeschaft en zo zal er veel op
uitvoeringskosten worden bespaard. Ook zal er geld bespaard worden op criminaliteit,
jeugdhulp en gezondheidszorg. Deze komen namelijk vooral voort uit armoede. Met het
instellen van een basisinkomen zal armoede worden bestreden. Dat resulteert in een
verlaging van de kosten binnen deze sectoren. Met de invoering van een basisinkomen zal
de overheid dus veel geld besparen.
Argument 2
Ten tweede zal de deelname van mensen in de samenleving verbeteren. Het basisinkomen
geeft namelijk bestaanszekerheid. Nu zijn mensen vaak gedwongen om betaald werk te
gaan doen door de noodzaak om een inkomen te verwerven, maar als het basisinkomen
wordt ingesteld is er een vast inkomen, ongeacht welk werk er wordt gedaan en hoeveel uur
per week er wordt gewerkt. Een basisinkomen stelt mensen in staat om zelf een goede
afweging te maken tussen betaald werk enerzijds en hun persoonlijke leven en vrijwillige
werkzaamheden anderzijds. Het instellen van een basisinkomen zal er dus in resulteren dat
meer mensen in de samenleving tijd zullen gaan besteden aan andere zaken dan werk. Zo
zullen er bijvoorbeeld meer mensen vrijwilligerswerk gaan doen of komen er meer
mantelzorgers. Vrijwilligers en mantelzorgers leveren een grote maatschappelijke bijdrage.
De deelname van mensen in de samenleving zal dus met de invoering van een
basisinkomen worden verbeterd.