Inhoudsopgave
Paragraaf 5.1 – De renaissance .......................................................................................................................... 2
Paragraaf 5.2 – De Europese expansie ............................................................................................................... 3
Paragraaf 5.3 – de Reformatie ........................................................................................................................... 4
Paragraaf 5.4 – De Nederlandse Opstand .......................................................................................................... 5
1
, Paragraaf 5.1 – De renaissance
Kenmerkende Aspecten:
1. Het veranderende mens- en wereldbeeld van de renaissance en het begin van een nieuwe
wetenschappelijke belangstelling.
2. De hernieuwde oriëntatie op het erfgoed van de klassieke oudheid.
Een nieuw levensgevoel
Ook in Italiaanse steden als Milaan, Rome en vooral Florence was in de late middeleeuwen en
machtige bovenlaag van handelaren en bankiers ontstaan. Zij hadden volop geprofiteerd van de
handel met het Midden-Oosten en met rijke steden in Vlaanderen. Om hun rijkdom te tonen,
bouwden zij riante huizen en villa’s en lieten ze de beste kunstenaars voor zich werken.
§ Mensbeeld – Het idee dat mensen hebben van de mens.
§ Wereldbeeld – Het idee dat mensen hebben van de mens en de wereld.
§ Erfgoed – Wat is geërfd van eerdere generaties.
§ Renaissance – Vernieuwing van de Europese cultuur van de 15e eeuw met een herboren
belangstelling voor de Grieks-Romeinse cultuur.
§ Vroeg Moderne-tijd – Vierde historische periode (1500-1800)
Het Humanisme
§ Humanisme – 1. Stroming van geleerden omstreeks 1500 die de klassieke cultuur
bestudeerden. 2. Levensbeschouwing die de nadruk legt op de menselijke waardigheid en
vrijheid.
Aanvankelijk was het humanisme vooral een beweging voor geleerden, maar op den duur ging het
lezen van klassieke teksten bij de opleiding van de gegoede burgerij horen.
Verspreiding over Europa
Rond 1500 verspreidde het humanisme zich ook buiten Italië, geholpen door de boekdrukkunst en
door onderlinge contacten.
In de tijd van ontdekkers en hervormers werd ook het wetenschappelijk denken gestimuleerd.
Klassieke kunst als voorbeeld
Net als humanistische geleerden, bestudeerden beeldhouwers, architecten en beeldende
kunstenaars het werk van de Grieken en Romeinen.
Beeldende kunstenaars wilden de werkelijkheid zo realistisch mogelijk weergeven. Ze onderzochten
de natuur en de menselijke anatomie om personages levensecht te kunnen schilderen en
beeldhouwen. Ze besteedden veel aandacht aan gezichtsuitdrukkingen en lichaamshoudingen. Met
lijnen, kleuren en schaduwen brachten ze diepte aan in hun schilderingen. Hierdoor werd de
onderwerpskeuze van de schilders ook breder.
Zo maakten ze niet alleen meer Bijbelse voorstellingen, maar ook portretten, landschappen en
mythologische figuren.
2