Uitgebreide samenvatting van relevante hoofdstukken uit Silverthorn met
aanvullende opmerkingen van de tutor in het rood aangegeven!
Uitwerking taak 1
TAAK 1 DE BASIS VAN BESTAAN
Probleemstelling:
Wat is een cel en waar bestaat het uit?
Leerdoelen:
1. Uit welke onderdelen bestaat een (dierlijke) cel? (functies van onderdelen)
2. Hoe verloopt de celcyclus?
a. Mitose
b. Meiose
3. Hoe komt een cel aan zijn energie?
4. Hoe ontstaat een mutatie en wat zijn de gevolgen? (wat gebeurt er in een
kankercel?)
a. Controlepunten, wat gebeurt hier?
Literatuur:
Silverthorn hoofdstuk 3 en 4
1. Uit welke onderdelen bestaat een (dierlijke) cel? (functies van onderdelen)
❖ Cel:
• Functionele eenheid van levend organisme
• Bestaat uit nucleus, cytoplasma en celmembraan
❖ Celmembraan (plasmamembraan, plasmalemma,
buitenste wand):
• Dunne laag van vetten dat een barrière en
opening vormt tussen de intracellulaire vloeistof
en de externe omgeving → scheidt de cel van
de omgeving → controleert de beweging van
materiaal tussen binnenkant en buitenkant van
de cel door het openen en sluiten van gates
gemaakt van eiwitten
• Dubbele laag van fosfolipiden (polaire/hydrofiele
kop, apolaire/hydrofobe staart: glycerol
ruggengraat met 2 vetzuren en fosfaatgroep)
met eiwitmoleculen erin
• Micellen: druppels van fosfolipiden → vertering van vetten
• Liposomen: in het centrum water (wateroplosbare stoffen kunnen zich in het
centrum bevinden)
• Sfingolipiden: kop van fosfolipiden of glycolipiden
• Cholesterol: membraan impermeabel maken
• Integrale eiwitten: strak gebonden tegen het membraan
• Perifere eiwitten: binden zich aan andere membraaneiwitten
• Transmembraan eiwitten: membraan spanning eiwitten
• Functies: