Begrippen hoofdstuk 10
Archetype Herinneringsbeeld in het collectief
onbewuste. Archetypen worden overal
gebruikt in beeldende kunst, literatuur en
sprookjes.
Betrouwbaarheid Kenmerk van psychologische test die de
mate aangeeft waarin meetresultaten een
afspiegeling zijn van de te meten variabele
en vrij zijn van invloed van toevallige
factoren.
Collectief onbewuste Jungs aanvulling op het onbewuste. Deel
van het onbewuste dat instinctieve
herinneringen bevat.
Dispositie Psychische en fysieke kwaliteit of
eigenschap van een persoon.
Dispositionele theorieën Verzamelnaam voor benaderingen van
persoonlijkheid op basis van temperament,
karaktertrekken en persoonlijkheidstypen.
Ego Bewuste, rationele deel van de
persoonlijkheid. Belast met het handhaven
van vrede tussen het superego en het id.
Ego-afweermechanisme Voornamelijk onbewuste psychische
strategie die gebruikt wordt om de ervaring
van een angst of conflict te verzachten.
Elektracomplex Volgens Jung: psychoseksuele competitie
van een meisje met haar moeder om de
liefde van vader. Wordt opgelost als
identificatie plaatsvindt met ouder van
hetzelfde geslacht.
Existentiële theorieën Theorieën die proberen het heden aan
geïdealiseerde toekomst te verbinden in
continue zoektocht naar de doelstellingen
en zin van iemands bestaan.
Extraversie Jungiaans persoonlijkheidskenmerk waarbij
de aandacht op de ander gericht is.
Fenomenaal veld Psychologische realiteit, bestaat uit
percepties en gevoelens.
Fixatie Stagnatie van psychoseksuele ontwikkeling
in onvolwassen stadium.
Fundamentele attriubtiefout (FAE) Neiging om bij het interpreteren van
andermans gedrag een nadruk te leggen op
persoonlijke karaktertrekken en anderzijds
worden de situationele invloeden
geminimaliseerd.
Humanistische peroonlijkheidstheorie Type theorie dat accent legt op menselijke
Archetype Herinneringsbeeld in het collectief
onbewuste. Archetypen worden overal
gebruikt in beeldende kunst, literatuur en
sprookjes.
Betrouwbaarheid Kenmerk van psychologische test die de
mate aangeeft waarin meetresultaten een
afspiegeling zijn van de te meten variabele
en vrij zijn van invloed van toevallige
factoren.
Collectief onbewuste Jungs aanvulling op het onbewuste. Deel
van het onbewuste dat instinctieve
herinneringen bevat.
Dispositie Psychische en fysieke kwaliteit of
eigenschap van een persoon.
Dispositionele theorieën Verzamelnaam voor benaderingen van
persoonlijkheid op basis van temperament,
karaktertrekken en persoonlijkheidstypen.
Ego Bewuste, rationele deel van de
persoonlijkheid. Belast met het handhaven
van vrede tussen het superego en het id.
Ego-afweermechanisme Voornamelijk onbewuste psychische
strategie die gebruikt wordt om de ervaring
van een angst of conflict te verzachten.
Elektracomplex Volgens Jung: psychoseksuele competitie
van een meisje met haar moeder om de
liefde van vader. Wordt opgelost als
identificatie plaatsvindt met ouder van
hetzelfde geslacht.
Existentiële theorieën Theorieën die proberen het heden aan
geïdealiseerde toekomst te verbinden in
continue zoektocht naar de doelstellingen
en zin van iemands bestaan.
Extraversie Jungiaans persoonlijkheidskenmerk waarbij
de aandacht op de ander gericht is.
Fenomenaal veld Psychologische realiteit, bestaat uit
percepties en gevoelens.
Fixatie Stagnatie van psychoseksuele ontwikkeling
in onvolwassen stadium.
Fundamentele attriubtiefout (FAE) Neiging om bij het interpreteren van
andermans gedrag een nadruk te leggen op
persoonlijke karaktertrekken en anderzijds
worden de situationele invloeden
geminimaliseerd.
Humanistische peroonlijkheidstheorie Type theorie dat accent legt op menselijke