language?
Inferences
We maken een inferentie tijdens het lezen wanneer we onze kennis van de wereld gebruiken om informatie te
activeren dat niet expliciet vermeld wordt in de tekst.
3 soorten inferenties:
Logical inferences hangen af van de betekenis van woorden.
> We kunnen afleiden dat een weduwe een vrouw is
Bridging inferences/backward inferences zijn inferenties die worden gemaakt om de samenhang tussen de
huidige en voorgaande delen van een tekst te vergroten.
2 stages:
1) Bonding is een laag-level proces wat de automatische activatie van woorden van een voorgaande zin
bevat.
2) Resolution is een proces waarbij wordt gezorgd dat de algemene interpretatie consistent is met de
contextuele informatie. Resolutie wordt beïnvloed door context, maar bonding niet.
Elaborative inferences/forward inferences zijn inferenties die details toevoegen aan een tekst door onze
eigen algemene kennis te gebruiken.
Constructionist view
Volgens de constructionist views van inferences, trekken lezers conclusies over de oorzaken van gebeurtenissen
en de relaties tussen gebeurtenissen. Dit is een top-down proces
Het is een constructieperspectief omdat lezers actief een uitleg construeren terwijl we de huidige informatie
integreren met relevante delen uit vorige delen van de tekst en de achtergrondkennis.
Onderzoek 4 condities:
Verre/inconsistente versie
Verschillende regels tekst scheiden de zin met het doel van de
inconsistente uitspraak.
Dichtbij/inconsistent versie
Het doel en de inconsistente uitspraak stonden in aangrenzende
zinnen
Verre/consistente versie
Verschillende regels tekst scheiden het doel en de consistente
uitspraak
Dichtbij/consistente versie
Het doel en de consistente uitspraak stonden in aangrenzende zinnen.
Mensen lezen langzamer in de dichtbij/inconsistente versie, dan de dichtbij/consistente versie. Hetzelfde geldt
bij de verre versie.
Lezers proberen duidelijk materiaal te verbinden binnen een tekst en raadplegen informatie die is opgeslagen
in het langetermijngeheugen.
Minimalist hypothese
Mckoon en Ratcliff daagden de constructionist view uit. De minimalist hypothese zegt dat bij de afwezigheid
van specifieke, doelgerichte strategische processen 2 soorten conclusies geconstrueerd worden:
1) Die lokaal coherente representaties tot stand brengen van delen tekst die gelijktijdig worden verwerkt
2) Die afhankelijk zijn van informatie die snel en gemakkelijk beschikbaar is.
, Dit is een bottom-up proces.
Belangrijke aannames:
Inferenties zijn automatisch of strategisch (doel gericht)
Sommige automatische inferenties zorgen voor lokale samenhang. Deze inferenties treffen tegelijkertijd
delen van de tekst in het werkgeheugen.
Andere automatische inferenties vertrouwen op gelijk beschikbare informatie, omdat het expliciet in de
tekst staat
Strategische inferenties worden gevormd om doelen van de lezer na te streven. Soms dienen ze om lokale
samenhang te produceren
De meeste elaborative inferenties worden gemaakt bij het terugroepen i.p.v. tijdens het leven.
Het grootste verschil met de constructionist view is het aantal automatische inferenties die gevormd worden.
Constructionisten zeggen dat veel automatische inferenties worden getrokken tijdens het lezen, terwijl
minimalisten zeggen dat er sterke beperkingen zijn aan het aantal automatische inferenties.
Factoren die het maken van inferences aanmoedigen
Groot werkgeheugencapaciteit
Goede metacomprehension skills
Ze zijn er van bewust dat ze moeten zoeken naar connecties tussen niet-gerelateerde zinnen
Achtergrondinformatie of expertise over het onderwerp
Kan compenseren voor een relatief kleine werkgeheugencapaciteit
Iemand met een depressie maakt minder inferenties
Manier waarop je het leest
Mensen falen bij het maken van inferenties wanneer ze wetenschappelijke teksten lezen.
Hoger-level inferenties
Een soort hoger-level inferentie is gebaseerd op onze eigen voorkeuren over de manier waarop we het verhaal
willen laten uitkomen.
Mensen die betrokken zijn bij het verhaal, ontwikkelen sterke mentale voorkeuren voor een bepaald resultaat.
Discourse comprehension
Discourse zijn taalunits die langer zijn dan een zin. Bottom-up en top-down processen hangen samen.
Het vormen van een geïntegreerde representatie van de tekst
Mensen moeten informatie verzamelen en concepten herinneren zodat het bericht geïntegreerd en stabiel is.
We gebruiken subtiele cues wanneer we een geïntegreerde representatie vormen. Wanneer we een
geïntegreerde representatie vormen, construeren we vaak mentale modellen van het materiaal dat we lezen.
Lezers construeren interne representaties dat beschrijvingen van de karakters van een verhaal bevat. De
beschrijvende informatie kan werk, relaties, emotionele staat, eigenschappen, doelen en acties bevatten.
3 levels:
1) Surface code is letterlijk de tekst
2) Text base zijn de feiten van de tekst
3) Situation model is de wereld die je zelf schetst. Mentale representaties van een situatie
Op basis van deze levels trekken we conclusies inferenties
Tekstbegrip hangt af van:
Local structure. Dit is de samenhang van zinnen minimalist view
Global structure. Dit is de algemene kennis die je gebruikt bij het lezen constructionist view.