College 1
Bij een dynamisch onderzoek volg je de weg van het radiofarmacon vanaf het
moment van inbrengen. Het radiofarmacon is de dynamische factor.
Het doel van een dynamisch onderzoek is het verkrijgen van een serie planaire
(statische) afbeeldingen van een orgaan, opgenomen in één richting, gedurende een
zekere tijd. Een dynamisch onderzoek wordt gebruikt als je inzicht wilt verkrijgen in
processen zoals: doorbloeding, uitscheiding urine, maagontlediging, lymfeafvloed
etc.
De kenmerken van een dynamisch onderzoek:
- De verdeling van het radiofarmacon verandert tijdens het onderzoek.
- De gammacamera legt de passage van het radiofarmacon vast.
- Weinig telstatistiek, weinig dosis, korte opnames.
- Positionering gebeurd voor het toedienen van het radiofarmacon.
Voordelen van dynamisch onderzoek:
- Functionele informatie over dynamische processen in het lichaam
- Snel, makkelijk, weinig invasief
Nadelen van dynamisch onderzoek:
- Nauwelijks anatomische informatie (mogelijk aanvullende onderzoeken)
- Geringe telstatistiek
Bij het toedienen van het radiofarmacon volgens een bolusinjectie (intraveneus)
wordt gezorgd voor een kleine hoeveelheid lucht in de injectie voor en na het
radiofarmacon, waardoor bij toediening de radioactiviteit als een pakketje met een
hoge concentratie het orgaan/doelgebied passeert. Door een shot fysiologisch zout
na de injectie kan het proces ook versneld worden.
Bij dynamische processen wordt gebruik gemaakt van tijd per frame. Hoe meer
frames, hoe gedetailleerder de film. De snelheid wordt aangepast aan de snelheid
van het lichaamsproces; temporele resolutie: het scheidend vermogen in de tijd
(welke tijd/frame instellen om het proces goed te kunnen volgen?). Tijd per frame kan
soms niet gelijk zijn voor het totale onderzoek.
Wanneer tijd/frame relatief kort is kun je beter een High Sensitivity collimator gaan en
een grotere matrix (grover, grotere pixels).
Met een TAC (tijd activiteit curve) kun je informatie krijgen over hoe goed de nier de
activiteit opneemt, hoelang het duurt voor de piek de helft van de activiteit bereikt
(t1/2 of HVT) en hoeveel activiteit er overblijft aan het einde.
Voorbeelden van een dynamisch onderzoek:
- 3 fase skeletscintigrafie
Fase 1: perfusie (doorbloeding)
Fase 2: bloodpool (verdeling van bloed)
Fase 3: skelet (statisch)
, - Lymfescintigrafie
Functionele afbeelding van de lymfevaten van de armen of benen. Subcutane injectie
(onder de huid) met 99mTc-Nano-colloïd (eiwitinjectie). Kan gebruikt worden bij
vochtophoping in ledematen.
- Gastro-Intestinaal bloedverlies (minimale maag-darm bloedverlies)
99mTc gelabeld aan rode bloedcellen. Soms meerdere acquisities op 1 dag nodig,
afhankelijk van wanneer de patiënt bloedt.
Praktijk 1
Aanvraag botscintigrafie 3-fasen handen
Scaphoïd fractuur = botje in hand gebroken
X-foto uitslag dubieus = uitslag onduidelijk
Aanvraag botscintigrafie 3-fasen bekken
THP li heup: prothese
Recidiverende pijnklachten: terugkerende pijnklachten
Infectie/loslating > meer doorbloed dus meer activiteit doorbloeding en blood-pool
fase
Fase 1: perfusie (doorbloeding)
Fase 2: bloodpool (verdeling van bloed)
Fase 3: skelet (statisch)
Bekken opname craniaal grens crista illiaca
Aanvraag renogram
Stentplaatsing rechts bij UPJ stenose: vertraagde afvoer door verstopping
urineleider. Buisje wordt geplaatst bij UPJ.
Stenose: verstopping in urineleider
Evaluatie nierfunctie en afvloedstoornis: li-re verhouding, afvloed > rechte lijn aflopen
Renogram centrering 3 vingers boven crista illiaca, craniaal onderzijde sternum.
Stappenplan injectie
1. Klaarleggen; RF, ontsmettingsmiddel, stuwband, handschoenen, evt penpoint
2. Schermpje draaien zodat je hoofd niet stoot en snel op start kunt drukken
3. Kleding laten verwijderen van arm
4. Stuwband aanleggen bovenarm en aantrekken
5. Vuist laten maken
6. Juiste vene palperen
7. Ontsmetten
8. Handschoenen aan
9. Nogmaals geboortedatum en volledige naam checken volgens injectiespuit
10. RF spuit uit de koffer halen
11. Naald inbrengen
12. Stuwband verwijderen en vuist los
13. Stamper indrukken