Hoorcollege 2- Communicatie Basics
H2, H3 en H4 Communicatieleer
Non- verbale communicatie = communicatie met lichaamstaal
Verbale communicatie = communicatie met woordentaal
Analoge en digitale communicatie
Analoge taal = beeldend, direct, weerspiegelt de werkelijkheid
Digitale taal = symbolisch, abstract (letters, cijfers)
Bijna alle verbale communicatie is digitaal, en praktisch alle lichaamstaal analoog!
Communicatie en metacommunicatie
- Inhoudsniveau> letterlijke inhoud van woorden
- Betrekkingsniveau> alles wat aangeeft hoe die woorden moeten worden opgevat
(bijv. met gezichtsuitdrukkingen)
Communiceren op betrekkingsniveau kan op 2 manieren: met of zonder woorden. Beide
gevallen vallen onder metacommunicatie.
Metacommunicatie is communicatie over de communicatie. Dit is de belangrijkste functie
van lichaamstaal.
Andere functies van non-verbale communicatie
-aanvulling van de boodschap> met gebaren, lichaamshouding of gezichtsuitdrukkingen
bepaalde woorden of uitspraken illustreren (bijv. gebaren met je handen dat de vis die je
gevangen had zó groot was)
-benadrukking van de boodschap> door gezichtsuitdrukkingen, bewegingen met het hoofd
en gebaren wordt er versterkt wat er zojuist met woorden is gezegd. Ook het verheffen van
de stem valt hieronder, bijv. om iets met veel nadruk te zeggen.
-vervanging van de boodschap> wanneer woorden volledig door gebarentaal worden
vervangen, bijv. wanneer de gesprekspartners elkaars taal niet verstaan, of bij lichamelijke
aandoeningen zoals doofstommen, zwaar gehandicapten etc., ook sommige
omstandigheden zoals diepzeeduiken of bij het regelen van het verkeer wordt dit gebruikt
-regeling van het gesprek> het gesprek regelen doormiddel van regelmogelijkheden in
gesprekken, bijv. voorover leunen en aanleiding geven dat je wilt praten, of tijdens een
gesprek jezelf even afwenden wat aanduidt dat je wilt stoppen met het gesprek
-terugkoppeling of feedback> als iemand spreekt, heeft hij de reactie van de ander nodig.
Onder andere daarom kijk je naar de ander (begrijpt de ander je, is hij verrast of luistert hij
nog wel?)
H2, H3 en H4 Communicatieleer
Non- verbale communicatie = communicatie met lichaamstaal
Verbale communicatie = communicatie met woordentaal
Analoge en digitale communicatie
Analoge taal = beeldend, direct, weerspiegelt de werkelijkheid
Digitale taal = symbolisch, abstract (letters, cijfers)
Bijna alle verbale communicatie is digitaal, en praktisch alle lichaamstaal analoog!
Communicatie en metacommunicatie
- Inhoudsniveau> letterlijke inhoud van woorden
- Betrekkingsniveau> alles wat aangeeft hoe die woorden moeten worden opgevat
(bijv. met gezichtsuitdrukkingen)
Communiceren op betrekkingsniveau kan op 2 manieren: met of zonder woorden. Beide
gevallen vallen onder metacommunicatie.
Metacommunicatie is communicatie over de communicatie. Dit is de belangrijkste functie
van lichaamstaal.
Andere functies van non-verbale communicatie
-aanvulling van de boodschap> met gebaren, lichaamshouding of gezichtsuitdrukkingen
bepaalde woorden of uitspraken illustreren (bijv. gebaren met je handen dat de vis die je
gevangen had zó groot was)
-benadrukking van de boodschap> door gezichtsuitdrukkingen, bewegingen met het hoofd
en gebaren wordt er versterkt wat er zojuist met woorden is gezegd. Ook het verheffen van
de stem valt hieronder, bijv. om iets met veel nadruk te zeggen.
-vervanging van de boodschap> wanneer woorden volledig door gebarentaal worden
vervangen, bijv. wanneer de gesprekspartners elkaars taal niet verstaan, of bij lichamelijke
aandoeningen zoals doofstommen, zwaar gehandicapten etc., ook sommige
omstandigheden zoals diepzeeduiken of bij het regelen van het verkeer wordt dit gebruikt
-regeling van het gesprek> het gesprek regelen doormiddel van regelmogelijkheden in
gesprekken, bijv. voorover leunen en aanleiding geven dat je wilt praten, of tijdens een
gesprek jezelf even afwenden wat aanduidt dat je wilt stoppen met het gesprek
-terugkoppeling of feedback> als iemand spreekt, heeft hij de reactie van de ander nodig.
Onder andere daarom kijk je naar de ander (begrijpt de ander je, is hij verrast of luistert hij
nog wel?)