Clinimetrics
Samenvatting module 6:
Clinimetrics
1
, Samenvatting module 6:
Clinimetrics
Inhoudsopgave
1. College 1: Introduction to clinimetrics ................................................................................................ 4
1.1 Leerdoelen ..................................................................................................................................... 4
1.2 Klinimetrie ..................................................................................................................................... 4
1.3 Indeling meetinstrumenten .......................................................................................................... 4
1.4 Theoretische modellen .................................................................................................................. 6
1.5 Eindpunten .................................................................................................................................... 7
2. College 2: Reliability ............................................................................................................................ 9
2.1 Leerdoelen ..................................................................................................................................... 9
2.2 Betrouwbaarheidstheorie ............................................................................................................. 9
2.3 Intra class correlation .................................................................................................................. 10
2.4 Kappa ........................................................................................................................................... 11
2.5 Klassieke test theorie .................................................................................................................. 11
2.6 Interne consistentie..................................................................................................................... 12
2.6. Absolute maten .......................................................................................................................... 13
3. College 3: Validity ............................................................................................................................. 15
3.1 Leerdoelen ................................................................................................................................... 15
3.2 Validiteit en betrouwbaarheid .................................................................................................... 15
3.3 Vormen van validiteit .................................................................................................................. 15
3.3.1 Face validiteit........................................................................................................................ 16
3.3.2 Content validiteit .................................................................................................................. 16
3.3.3 Criterium validiteit................................................................................................................ 18
3.3.4 Construct validiteit ............................................................................................................... 19
3.4 Klinische validiteit ........................................................................................................................ 20
4. College 4: Development, scoring, scaling .......................................................................................... 22
4.1 Leerdoelen ................................................................................................................................... 22
4.2 Ontwikkelen van een meetinstrument ....................................................................................... 22
4.2.1 Definitie construct: conceptueel raamwerk ......................................................................... 22
4.2.2 Opsporen / schrijven / beoordelen items ............................................................................ 23
4.2.3 Keuze antwoordschaal ......................................................................................................... 24
4.2.4 Ruwe item pool afnemen (pilot studie / veld studie) .......................................................... 25
4.2.5 Statistische analyse: item reductie (selectie beste items, optimaliseren lengte) ................ 25
4.3 Scaling methodes ........................................................................................................................ 25
2
, Samenvatting module 6:
Clinimetrics
4.4 Klinisch relevant verschil ............................................................................................................. 26
5. College 5: Reliability II: Item response theory ................................................................................... 28
5.1 Leerdoelen ................................................................................................................................... 28
5.2 Item response theory .................................................................................................................. 28
5.3 Rasch’s theorie ............................................................................................................................ 29
5.4 Toepassingen IRT ......................................................................................................................... 31
3
, Samenvatting module 6:
Clinimetrics
1. College 1: Introduction to clinimetrics
1.1 Leerdoelen
De student heeft kennis van de achtergronden van klinimetrie.
De student begrijpt de basisprincipes en herkomst van het meten van gezondheid.
De student kent het verschil tussen surrogaat eindpunten, intermediaire eindpunten en
klinische eindpunten en de eigenschappen van instrumenten om deze eindpunten te meten.
De student heeft kennis van de verschillende soorten eindpunten en hun plaats binnen het
evaluatie onderzoek.
1.2 Klinimetrie
Klinimetrie wordt gebruikt om gezondheid te meten. Dit wordt gebruikt om het effect van interventies te
meten of juist om vast te stellen of het nodig is om interventies toe te passen ten behoeve van de
volksgezondheid. Om het resultaat van behandeling vast te stellen moet worden gemeten of er sprake
is van gezondheidswinst. Soms is dit heel duidelijk, bijvoorbeeld door als eindpunt dood of levend te
gebruiken. Deze uitkomst is een event. Vanwege de toegenomen welvaart neemt de prevalentie van
chronische ziektes ook toe. Hierdoor is de uitkomst dood of levend vaak niet van toepassing. Er
ontstaat meer behoefte om de gradaties van ziekte nader te specificeren. Er is behoefte aan fasering
van ziektes. Hiervoor kan een single item scale worden gebruikt. Voorbeelden hiervan zijn de Glasgow
Outcome Scale (neurologie) of de New York Hart Association Functional Classification (cardiologie).
In de jaren ’60 werden multi item schalen geïntroduceerd, gebaseerd op de psychometrie. Hierbij
wordt bij elk item een score gegeven en deze worden bij elkaar opgeteld. Hierdoor krijg je een som
score die meer informatie geeft dan een multi item schaal. Hierdoor kunnen ook meer subtiele effecten
worden gemeten. De Barthel index is een voorbeeld van een multi item schaal. Multi item schalen
kunnen voor verschillende doeleinden worden gebruikt, zoals de uitkomsten van een onderzoek,
diagnostiek, het monitoren van behandeling en bevolkingsonderzoek. Het woord klinimetrie is afgeleid
van het woord psychometrie, psychometrie wordt vooral in het onderwijs gebruikt. Het betreft een
deelgebied van de klinische epidemiologie voor de ontwikkeling van multi item schalen. Vaak zijn het
schalen die op zoek zijn naar patiënt georiënteerde uitkomstmaten, zoals kwaliteit van leven. De
klinimetrie doet geen metingen, er worden scores gegeven met als doel het meten van een latent
kenmerk. Er is dan ook geen gouden standaard voor klinimetrische schalen. De klinimetrie doet vooral
onderzoek naar de betrouwbaarheid van een schaal, het antwoord op de vraag of er goed wordt
gemeten.
1.3 Indeling meetinstrumenten
Er zijn verschillende manieren om meetinstrumenten te classificeren. Eén ervan is de indeling op
basis van meetniveaus. Verschillende bekende meetniveaus zijn nominaal en ordinaal (beide
4