Verdieping inkomstenbelasting
Uitwerkingen werkcollegeopdrachten
Creditgroep: Groep J
Datum college: 10 september 2018
Onderwerp: Partnerschap
Aanmerkelijk belang
Reguliere voordelen
Partnerschap
, Opdracht 1
a) In beginsel beschrijft de Algemene wet inzake rijksbelastingen het
partnerbegrip. Omdat hier volgens art. 5a lid 1 AWR slechts sprake is van
partnerschap in geval een gehuwde situatie dan wel een aangegaan
samenlevingscontract behoort gekeken te worden of de Wet IB een
uitbreiding vormt. In art. 1.2, lid 1, sub e Wet IB 2001 staat beschreven
dat onder partner ook wordt begrepen het gezamenlijk staan
ingeschreven op eenzelfde woonadres en aanvullend een meerderjarig
kind van ten minste één van beide belastingplichtigen hebben
ingeschreven op dit adres. Gezien dochter Wendy tot het huishouden
behoort en Peter en Wendy samenwonen op hetzelfde adres kan men
spreken van een uitbreiding op de partnerregeling. Peter en Wendy zijn
fiscaal gezien partners.
b) Wederom betreft de beginsituatie de Algemene wet inzake
rijksbelastingen. Omdat hier volgens art. 5a lid 1 AWR slechts sprake is
van partnerschap in geval een gehuwde situatie dan wel een aangegaan
samenlevingscontract behoort gekeken te worden of de Wet IB een
uitbreiding vormt. In beginsel is een uitbreiding te vinden op art. 5a AWR
in de vorm van art. 1.2 lid 1 sub d Wet IB 2001. Omdat Wim en Fred
gezamenlijk een huis hebben gekocht, zijn zij fiscaal partner. Zij hebben
namelijk gezamenlijk een woning, die hen niet tijdelijk als hoofdverblijf ter
beschikking staat. In afwijking van deze bepaling is ingevolge art. 1.2 lid 4
sub a Wet IB 2001 geen sprake van partnerschap in het geval dat één van
de belastingplichtigen die bloed- of aanverwanten van elkander zijn de
leeftijd van 27 jaar niet reeds heeft bereikt. Zodoende zijn Fred en Wim
geen fiscale partners (Fred is zoals beschreven 23 jaar).
c) Omdat hier volgens art. 5a lid 1 AWR sprake is van partnerschap, dit is
reeds geregistreerd, behoort gekeken te worden of de Wet IB een
beperking vormt. Omdat Chris en Tiny ingevolge de Algemene wet inzake
rijksbelasting partners zijn en er geen beperking voorkomt in de Wet IB
zullen zij derhalve als partners worden aangemerkt.
d) Omdat hier volgens art. 5a lid 1 AWR sprake is van partnerschap, Floris en
Lidewij zijn gehuwd, behoort gekeken te worden of de Wet IB een
beperking vormt. Hierin is geen beperking te vinden, gehuwden zullen
immer als partners worden aangemerkt. Van echtgenoten wordt
overigens ook niet vereist dat zij op hetzelfde adres wonen.
Uitwerkingen werkcollegeopdrachten
Creditgroep: Groep J
Datum college: 10 september 2018
Onderwerp: Partnerschap
Aanmerkelijk belang
Reguliere voordelen
Partnerschap
, Opdracht 1
a) In beginsel beschrijft de Algemene wet inzake rijksbelastingen het
partnerbegrip. Omdat hier volgens art. 5a lid 1 AWR slechts sprake is van
partnerschap in geval een gehuwde situatie dan wel een aangegaan
samenlevingscontract behoort gekeken te worden of de Wet IB een
uitbreiding vormt. In art. 1.2, lid 1, sub e Wet IB 2001 staat beschreven
dat onder partner ook wordt begrepen het gezamenlijk staan
ingeschreven op eenzelfde woonadres en aanvullend een meerderjarig
kind van ten minste één van beide belastingplichtigen hebben
ingeschreven op dit adres. Gezien dochter Wendy tot het huishouden
behoort en Peter en Wendy samenwonen op hetzelfde adres kan men
spreken van een uitbreiding op de partnerregeling. Peter en Wendy zijn
fiscaal gezien partners.
b) Wederom betreft de beginsituatie de Algemene wet inzake
rijksbelastingen. Omdat hier volgens art. 5a lid 1 AWR slechts sprake is
van partnerschap in geval een gehuwde situatie dan wel een aangegaan
samenlevingscontract behoort gekeken te worden of de Wet IB een
uitbreiding vormt. In beginsel is een uitbreiding te vinden op art. 5a AWR
in de vorm van art. 1.2 lid 1 sub d Wet IB 2001. Omdat Wim en Fred
gezamenlijk een huis hebben gekocht, zijn zij fiscaal partner. Zij hebben
namelijk gezamenlijk een woning, die hen niet tijdelijk als hoofdverblijf ter
beschikking staat. In afwijking van deze bepaling is ingevolge art. 1.2 lid 4
sub a Wet IB 2001 geen sprake van partnerschap in het geval dat één van
de belastingplichtigen die bloed- of aanverwanten van elkander zijn de
leeftijd van 27 jaar niet reeds heeft bereikt. Zodoende zijn Fred en Wim
geen fiscale partners (Fred is zoals beschreven 23 jaar).
c) Omdat hier volgens art. 5a lid 1 AWR sprake is van partnerschap, dit is
reeds geregistreerd, behoort gekeken te worden of de Wet IB een
beperking vormt. Omdat Chris en Tiny ingevolge de Algemene wet inzake
rijksbelasting partners zijn en er geen beperking voorkomt in de Wet IB
zullen zij derhalve als partners worden aangemerkt.
d) Omdat hier volgens art. 5a lid 1 AWR sprake is van partnerschap, Floris en
Lidewij zijn gehuwd, behoort gekeken te worden of de Wet IB een
beperking vormt. Hierin is geen beperking te vinden, gehuwden zullen
immer als partners worden aangemerkt. Van echtgenoten wordt
overigens ook niet vereist dat zij op hetzelfde adres wonen.