Beco Investeren
Hoofdstuk 1 Investeringsselectie
Uitbreidingsinvestering: extra productiemiddelen aanschaffen. Vaak wordt de
productiecapaciteit groter.
Vervangingsinvestering: Productiecapaciteit verandert meestal niet.
§1.1 Cashflow
Wanneer een ondernemer investeert, schaft hij met liquide middelen activa aan. Zijn
liquide middelen nemen af, er is sprake van een negatieve cashflow.
De cashflow is in principe gelijk aan de nettowinst + afschrijvingen.
§1.2 Terugverdienperiode
De terugverdienperiode is de periode waarin de investering zichzelf terugverdiend via
positieve kasstromen, die voortvloeien uit de toekomstige opbrengsten die de
investering voortbrengt.
Nadelen is dat er niet wordt gekeken naar de interestkosten, de verdeling van de
positieve kasstromen over de verschillende perioden speelt geen rol en de positieve
cashflows ná de terugverdienperiode worden verwaarloosd.
§1.3 De netto contante waarde
Bij de netto contante waarde methode berekent je allereerst de contante waarde van
alle toekomstige uitgaven en daarna haal je het inversteringsbedrag er vanaf. Het
bedrag dat resulteert, noem je de netto contante waarde.
Hoogste netto contante waarde wordt gekozen.
Je houdt automatisch rekening met de interestkosten. Als er sprake is van een
restwaarde dan levert dit op het eind van de levensduur ook een positieve kasstroom
op en deze moet je dus meetellen bij het bepalen van de contante waarde .
Hoofdstuk 1 Investeringsselectie
Uitbreidingsinvestering: extra productiemiddelen aanschaffen. Vaak wordt de
productiecapaciteit groter.
Vervangingsinvestering: Productiecapaciteit verandert meestal niet.
§1.1 Cashflow
Wanneer een ondernemer investeert, schaft hij met liquide middelen activa aan. Zijn
liquide middelen nemen af, er is sprake van een negatieve cashflow.
De cashflow is in principe gelijk aan de nettowinst + afschrijvingen.
§1.2 Terugverdienperiode
De terugverdienperiode is de periode waarin de investering zichzelf terugverdiend via
positieve kasstromen, die voortvloeien uit de toekomstige opbrengsten die de
investering voortbrengt.
Nadelen is dat er niet wordt gekeken naar de interestkosten, de verdeling van de
positieve kasstromen over de verschillende perioden speelt geen rol en de positieve
cashflows ná de terugverdienperiode worden verwaarloosd.
§1.3 De netto contante waarde
Bij de netto contante waarde methode berekent je allereerst de contante waarde van
alle toekomstige uitgaven en daarna haal je het inversteringsbedrag er vanaf. Het
bedrag dat resulteert, noem je de netto contante waarde.
Hoogste netto contante waarde wordt gekozen.
Je houdt automatisch rekening met de interestkosten. Als er sprake is van een
restwaarde dan levert dit op het eind van de levensduur ook een positieve kasstroom
op en deze moet je dus meetellen bij het bepalen van de contante waarde .