Hoofdstuk 2 Bouwstenen van stoffen Scheikunde vwo 4
§2.1 Modellen
Model is een vereenvoudigde voorstelling van de werkelijkheid of van een deel van de
werkelijkheid.
2.2 De bouw van een atoom
Atoommodel volgens Dalton: een atoom is een massief bolletje. Elke atoomsoort heeft
zijn eigen afmetingen.
Atoommodel volgens Rutherford. Een atoom bestaat uit:
- een positief geladen atoomkern met daarin ongeladen neutronen
- en negatief geladen elektronen (bewegen om atoomkern).
De elektronenwolk bestaat uit negatief geladen elektronen.
Protonen = p
Elektronen = e-
Neutronen = n
Alle atomen van dezelfde soort hebben hetzelfde atoomnummer.
Het atoomnummer is gelijk aan het aantal protonen.
Massagetal = protonen + neutronen
Het aantal protonen (+) is gelijk aan het aantal elektronen(-).
Atoommodel van Bohr: gaat uit uit van het atoommodel van Rutherford, maar de
elektronen bevinden zich in elektronenschillen.
Elektronen in dezelfde schil hebben een gelijke gemiddelde afstand tot de kern.
De verdeling van elektronen over de schillen heet de elektronenconfiguratie.
Isotopen: atomen met hetzelfde aantal protonen, maar met verschillend aantal
neutronen.
Isotopen kun je weergeven met het symbool gevolgd door het massagetal.
§2.1 Modellen
Model is een vereenvoudigde voorstelling van de werkelijkheid of van een deel van de
werkelijkheid.
2.2 De bouw van een atoom
Atoommodel volgens Dalton: een atoom is een massief bolletje. Elke atoomsoort heeft
zijn eigen afmetingen.
Atoommodel volgens Rutherford. Een atoom bestaat uit:
- een positief geladen atoomkern met daarin ongeladen neutronen
- en negatief geladen elektronen (bewegen om atoomkern).
De elektronenwolk bestaat uit negatief geladen elektronen.
Protonen = p
Elektronen = e-
Neutronen = n
Alle atomen van dezelfde soort hebben hetzelfde atoomnummer.
Het atoomnummer is gelijk aan het aantal protonen.
Massagetal = protonen + neutronen
Het aantal protonen (+) is gelijk aan het aantal elektronen(-).
Atoommodel van Bohr: gaat uit uit van het atoommodel van Rutherford, maar de
elektronen bevinden zich in elektronenschillen.
Elektronen in dezelfde schil hebben een gelijke gemiddelde afstand tot de kern.
De verdeling van elektronen over de schillen heet de elektronenconfiguratie.
Isotopen: atomen met hetzelfde aantal protonen, maar met verschillend aantal
neutronen.
Isotopen kun je weergeven met het symbool gevolgd door het massagetal.