100% tevredenheidsgarantie Direct beschikbaar na je betaling Lees online óf als PDF Geen vaste maandelijkse kosten 4.2 TrustPilot
logo-home
Samenvatting

Samenvatting Narratieve communicatie

Beoordeling
-
Verkocht
1
Pagina's
82
Geüpload op
20-06-2024
Geschreven in
2023/2024

Een samenvatting van alle literatuur en college slides voor het vak Narratieve communicatie (master communicatie en beïnvloeding of als keuze vak) aan de Radboud Universiteit. De samenvatting bevat de volgende artikelen: Bruner, J. (1991). The narrative construction of reality. Critical inquiry, 18(1), 1-21. Sanders, J., & Van Krieken, K. (2023) Narratieve analyse. In J. Karreman & R. van Enschot (eds.) Tekstanalyse (vijfde, herziene druk). Van Gorcum. Sanders, J., & Van Krieken, K. (2018). Exploring narrative structure and hero enactment in brand stories. Frontiers in Psychology, 9, 1645. Coker, K. K., Flight, R. L., & Baima, D. M. (2021). Video storytelling ads vs argumentative ads: how hooking viewers enhances consumer engagement. Journal of Research in Interactive Marketing, 15(4), 607-622. Quesenberry, K. A., & Coolsen, M. K. (2019). Drama goes viral: Effects of story development on shares and views of online advertising videos. Journal of Interactive Marketing, 48(1), 1-16. Woodside, A. G., Sood, S., & Miller, K. E. (2008). When consumers and brands talk: Storytelling theory and research in psychology and marketing. Psychology & Marketing, 25(2), 97-145. Barker, R. T., & Gower, K. (2010). Strategic application of storytelling in organizations: Toward effective communication in a diverse world. The Journal of Business Communication 47(3), 295-312. Green, M. C. (2021). Transportation into narrative worlds. In L.B. Frank & P. Falzone (Eds.) Entertainment-education behind the scenes: Case studies for theory and practice (pp. 87-101). Palgrave McMilan. Cohen, E. L., Wasserman, J. A., Schlue, L. M., Keely, C., & Russell, A. (2020). Seeing is believing: The role of imagery fluency in narrative persuasion through a graphic novel. Psychology of Popular Media, 9(2), 176. Tukachinsky Forster, R., Walter, N., & Brooks, J. J. (2022). Narrative persuasion across the aisle: Mechanisms of engagement with discordant characters. Psychology of popular media, advance online publication, 1-13. Winkler, J. R., Appel, M., Schmidt, M. L. C., & Richter, T. (2023). The experience of emotional shifts in narrative persuasion. Media Psychology, 26(2), 141-171. Asbeek-Brusse, E. D., Fransen, M. L., & Smit, E. G. (2017). Framing in entertainment education: Effects on processes of narrative persuasion. Health Communication, 32(12), . Chen, M., & Bell, R. A. (2022). A meta-analysis of the impact of point of view on narrative processing and persuasion in health messaging. Psychology & Health, 37(5), 545-562. De Graaf, A. (2023). The role of identification and self-referencing in narrative persuasion. Communications, 48(2), 163-179. Boeijinga, A., Hoeken, H., & Sanders, J. (2017). Storybridging: Four steps for constructing effective health narratives. Health Education Journal, 76(8), 923-935. Polletta, F. (2008). Storytelling in Politics. Contexts, 7(4), 26–31. Burgers, C., Fa, M. J. T., & de Graaf, A. (2019). A tale of two swamps: Transformations of a metaphorical frame in online partisan media. Journal of Pragmatics, 141, 57-66. Fitzgerald, K., Green, M. C., & Paravati, E. (2020). Restorative narratives: Using narrative trajectory for prosocial outcomes. The Journal of Public Interest Communications, 4(2), 51-74. Hecht, M., Kloß, A., & Bartsch, A. (2022). Stopping the stigma. How empathy and reflectiveness can help reduce mental health stigma. Media Psychology, 25(3), 367-386. Ott, J. M., & Slater, M. D. (2022). Postexposure engagement with more and less eudaimonic films: 10-year patterns of response and the role of parasocial relationship and retrospective imaginative involvement. Psychology of Popular Media, 13(1), 150–161. Mar, R. A. (2018). Stories and the promotion of social cognition. Current Directions in Psychological Science, 27(4), 257-262. Valkenburg, P. M., & Peter, J. (2013). The differential susceptibility to media effects model. Journal of Communication, 63(2), 221-243. De Graaf, A. & Das, E. (under review). Confronting our ultimate fear through narrative: Eudaimonic entertainment and death acceptance.

Meer zien Lees minder











Oeps! We kunnen je document nu niet laden. Probeer het nog eens of neem contact op met support.

Documentinformatie

Geüpload op
20 juni 2024
Aantal pagina's
82
Geschreven in
2023/2024
Type
Samenvatting

Voorbeeld van de inhoud

Samenvatting Narratieve communicatie – Master
Communicatie & Beïnvloeding (2023-2024)
Onderwerpen per week:
1. Introductie, wat is een narratief?
2. Narratieven in organisationele communicatie
3. Cognitieve verwerking van narratieven
4. Narratieven in gezondheidscommunicatie
5. Narratieven in politieke communicatie
6. Eudaimonische narratieven (proeftentamen online)
7. Overzicht (woe) en conclusie (responsiecollege, vrijdag)



Week 1 – Introductie: wat is een narratief?

Artikelen deze week:
 Artikel Burner (1991): The narrative construction of reality ( focus op sectie 3: de eerste 6
kenmerken van een narratief)
 Hoofdstuk Sanders & Van Krieken (2023): Narratieve analyse
 Artikel Sanders & Van Krieken (2018): Exploring narrative structure and hero enactment in
brand stories

Hoorcollege:
Wat is een narratief?:
Er zijn verschillende definities voor een narratief, zoals
 Narratief (Green & Brock, 2000, p. 701): in essentie vereist een narratief verslag een verhaal
dat onbeantwoorde vragen oproept, onopgeloste conflicten presenteert of een nog niet
voltooide activiteit laat zien.
 Narratief (Escalas, 2004, p. 168): verhalen voegen de stukjes van het leven van mensen
samen met causale links: verhalen verduidelijken doelen, evalueren acties om doelen te
bereiken en interpreteren uitkomsten.

Maar uiteindelijk bestaat er niet echt één definitie voor een narratief, narrativiteit kan meer gezien
worden als een schaal van zeer weinig narratief tot zeer narratief, op basis van een aantal kenmerken
( artikel Burner et al., 1991).

Artikel Burner (1991): The narrative construction of reality (6
kenmerken van een narratief)
Burner onderscheidt in zijn ‘narrative construction of reality’ diverse kenmerken van narratieven.
Vooral de eerste zes zijn belangrijk .

Kenmerk 1: Diachroniciteit
 Diachroniciteit: het begrijpen of interpreteren van gebeurtenissen door de manier waarop ze
zich in de loop van de tijd verhouden, in plaats van door hun betekenis van moment tot
moment.  ontwikkeling over tijd. Er is sprake van twee soorten structuren:
o Event structure: de structuur van de gebeurtenissen in de verhaalwereld.

,  De koning vraagt om een drankje. De lakei gaat het halen. De lakei mengt
iets door het drankje. De lakei brengt het drankje. De koning drinkt het op.
De koning valt dood neer.
o Discourse structure: de structuur van de vertelling van de gebeurtenissen.
 De koning valt dood neer. 1 uur daarvoor: de koning vraagt om een drankje.
De lakei gaat het halen. De lakei mengt iets door het drankje. De lakei brengt
het drankje. De koning drinkt het op.

Het verschil tussen event structuur en discourse structuur is belangrijk omdat het voor
verschillende effecten/gevoelens kan zorgen.




Kenmerk 2: Specificiteit: het gaat over bepaalde personage(s) wie iets heeft/hebben meegemaakt.
Niet over de mensen in het algemeen. Er worden details gegeven. Omdat het specifiek is vraagt het
om generalisatie (vaak verbonden aan de les/boodschap die in een verhaal zit).

Kenmerk 3: Belang van intentionele staat: er is altijd een ervarend subject nodig. Het is altijd aan
elkaar gerelateerd, subjectief bewust zijn.
a. Filmpje  de lijn is een personage: entiteiten waar een bepaalde interne
staat/gebeurtenis plaatsvindt.

Kenmerk 4: Hermeutische composability: samenhang van delen en geheel  gebruik
achtergrondkennis om narratief te interpreteren.
 ‘Haar broer raakte altijd muntjes kwijt in de bank.’  deze zin nodig om de middelste zin te
begrijpen
 ‘Ze liep snel naar de bank,’  bank als in om op te zitten of
bank voor geld
 Want ze had geld nodig.  deze zin nodig om middelste zin
te begrijpen.

Kenmerk 5: standaard en breuk: vertelwaardigheid, er is een breuk met wat normaal is.
 Het voorbeeld hieronder is geen vertelwaardig verhaal (er gebeurt niks wat niet normaal is).
o Ik ben gisteren uit eten geweest. Ik bestelde de tomatensoep en vervolgens at ik de
tomatensoep. Daarna kreeg ik de rekening die ik heb betaald.
 Het voorbeeld hieronder wel, omdat het vertelwaardig is.
o Ik ben gisteren uit eten geweest. Ik bestelde de tomatensoep. Toen ik de
tomatensoep at werd ik licht in mijn hoofd. Ik kan me niet herinneren dat ik meer dan
3 happen heb gegeten. Daarna werd ik wakker in het ziekenhuis.

Dingen die verhalen vertelwaardig kunnen maken:
 (in Sociale verhalen): onverwachte verhalen:
o Onverwachte gebeurtenissen  hoe gaan mensen ermee om?

, o Onverwachte acties  waarom doen mensen dat?
 Existentiële verhalen: verhalen over dood, ziekte, relaties
Hoe groter de breuk (onverwachter/bedreigender) van het verhaal is, hoe groter de
vertelwaardigheid. Maar ook hoe minder geloofwaardig het verhaal is.  paradox:
vertelwaardigheid vs. geloofwaardigheid.

Labov heeft een oplossing voor deze paradox  Narrative preconstruction:
 Terug gaan in tijd vanaf het critical event naar objectieve situatie van waaruit het
begon: orientation.
 Taak van de verteller: ergens een gebeurtenis/situatie vaststellen:
o Die zelf niet vertelwaardig is,
o En die geen verdere uitleg behoeft (“common ground”);
o Van waaruit de gebeurtenissen naar het vertelwaardige moment leiden.

Verhaal construeren = teruggaan in de tijd (toegepast op een voorbeeld)
 Event 0: This Norwegian sailor cut my throat  Reportable event.
 Event 1: I had shoved him  Complicating action.
 Event 2: I had refused to listen to him  Complicating action.
 Event 3: He had complained that I was sitting with his woman. 
Complicating action.
 Event 4: He had come over to where I was  Initiating event, unexpectedly
triggering reportable event
 Event 6: I had been sitting with my shipmates drinking  Orientation /
unreportable event.

Kenmerk 6: referentialiteit(/geloofwaardigheid): criterium is geloofwaardigheid, niet feitelijke
waarheid (het kan wel waar zijn). The lion king voorbeeld: kun je je inleven in simba.

Anneke de Graaf (docent) vindt het belangrijk om onderscheid te maken tussen definiërende
kenmerken en beschrijvende kenmerken  zonder definiërende kenmerken is het geen verhaal
(mening docent)
Definiërende kenmerken Beschrijvende kenmerken
Er komt minstens één personage in voor Vertelwaardigheid
Deze maakt een reeks samenhangende Boodschap/moraal
gebeurtenissen mee
In een bepaalde tijd en ruimte Geloofwaardigheid


Wat is non-narratief?:
Volkswagen voorbeeld: dit zijn kenmerken die naast elkaar staan, zonder causaal verband.

Waarom narratieven?:
Het kennen van verhalen is een universele menselijke eigenschap. Al vanaf de prehistorische tijd
worden verhalen gebruikt om informatie door te geven. Je kunt via verhalen ook van
de cultuur leren.

Voordelen narratieven vanuit de zender:
 Verhalen zijn gemakkelijk te verwerken
 Verhalen worden gemakkelijk onthouden
 Verhalen wekken de aandacht op
 Verhalen roepen emotie op

,  Verhalen maskeren de mogelijke persuasieve bedoeling

Voordelen narratieven vanuit de ontvanger:
Ontvangers kunnen:
 Op een veilige manier dingen uitproberen
 Leren zonder alles zelf te hoeven meemaken’
 Even ontsnappen aan zichzelf
 Voelen hoe het is om iemand anders te zijn
 Leren van gedeelde waarden

Narratieven om van te leren:
 Sprookjes  bv. roodkapje  boodschap zit vooral in de tegenstelling




o De moraal van het verhaal?
 Blijf op het pad  doen wat er van je verwacht wordt
 Luister naar oudere vrouwen
 Pas op voor vreemde mannen (de wolf als symbool voor mannen met slechte
bedoelingen.
 Moderne moralen  bv. big ben theory en Dr, House

Soorten effecten:
Er zijn verschillende soorten effecten die narratieven teweeg kunnen brengen. Narratieven kunnen
effecten teweeg brengen via het beïnvloeden van:
 Overtuigingen: bv. als je rookt krijg je long kanker vs. als je rookt, ben je als James Bond
 Attitudes: bv. roken is slecht - goed 7-punts Likertschaal
 Intenties: bv. Ik ben van plan te stoppen met roken
 Gedrag: bv. Ik steek er nog een op


!!Narrativiteit, kenmerken!!:
 Gedetailleerdheid van narratieve wereld;
 Duidelijkheid causale en psychologische verbanden;
 Toegang tot bewustzijn van personage;
 Aanwezigheid van verschillende elementen:
o Inciting incident;
o Complicatie;
o Crisis, etc.
 Hoe meer van deze elementen terug komen, hoe narratiever. Je kunt narrativiteit zien als
een continuüm:

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
De reputatie van een verkoper is gebaseerd op het aantal documenten dat iemand tegen betaling verkocht heeft en de beoordelingen die voor die items ontvangen zijn. Er zijn drie niveau’s te onderscheiden: brons, zilver en goud. Hoe beter de reputatie, hoe meer de kwaliteit van zijn of haar werk te vertrouwen is.
naomivanderaa Radboud Universiteit Nijmegen
Bekijk profiel
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
50
Lid sinds
7 jaar
Aantal volgers
23
Documenten
8
Laatst verkocht
3 weken geleden

4,3

3 beoordelingen

5
1
4
2
3
0
2
0
1
0

Recent door jou bekeken

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Veelgestelde vragen