DEVELOPMENTAL BIOLOGY OF ANIMALS
I COMPARATIVE EMBRYOLOGY
I.1 OVERVIEW OF DEVELOPMENT
Cleavage delen van cellen in een embryo, waardoor het embryo niet groeit
Gereguleerd door maternale genoom
Activatie embryonale genoom formatie van blastula
Hol balletje gevuld met een klompje cellen
Gastrulatie rearrangments of cells vormen van
kiemlagen
Ectoderm
o Vormen epidermis + zenuwstelsel
Mesoderm
o Spieren, bindweefsel, bloed, nieren
Endoderm
o Vormen darmen, alvleesklier, longen,
lever
Gedurende ontwikkeling specialisatie van cellen
Pluripotent mogelijkheid om tot bijna alle celtypen te differentiëren
Pluripotentie verloren tijdens verloop van gastrulatie
Cell memory
Opslag aan extracellulaire signalen die vooroudercellen hebben ontvangen zorgt ervoor dat cel zijn
functie weet
Verschillen in cellen verschillende genexpressie
Genen belangrijk in dierlijke ontwikkeling
Genen die eiwitten coderen die gebruikt worden voor celadhesie en cel signalering
Genen die eiwitten coderen die gebruikt worden voor regulatie transcriptie + chromatine structuur
Noncoding RNAs functie nog onzeker, grote rol in reguleren genexpressie
Regulatory DNA bepaalt genexpressie en daarmee dus ook de ontwikkeling van een
dier
Regulatory DNA minder geconserveerd veroorzaakt verschillen tussen
diersoorten
Inductive signalling
Signaal buiten een groep cellen stuurt cellen die zich dichtbij het signaal
bevinden aan tot een specifiek differentiatieproces
3 mechanismen verantwoordelijk voor grote verscheidenheid in cellen en patronen
genduplicaties
combinaties van verschillende signalen
o reactie van cel op een signaal afhankelijk van de rest
van de signalen die de cel ontvangt
cell memory
o eerder ontvangen signalen in combinatie met huidige
signalen kunnen resulteren in het ontstaan van
verschillende typen cellen
I COMPARATIVE EMBRYOLOGY
I.1 OVERVIEW OF DEVELOPMENT
Cleavage delen van cellen in een embryo, waardoor het embryo niet groeit
Gereguleerd door maternale genoom
Activatie embryonale genoom formatie van blastula
Hol balletje gevuld met een klompje cellen
Gastrulatie rearrangments of cells vormen van
kiemlagen
Ectoderm
o Vormen epidermis + zenuwstelsel
Mesoderm
o Spieren, bindweefsel, bloed, nieren
Endoderm
o Vormen darmen, alvleesklier, longen,
lever
Gedurende ontwikkeling specialisatie van cellen
Pluripotent mogelijkheid om tot bijna alle celtypen te differentiëren
Pluripotentie verloren tijdens verloop van gastrulatie
Cell memory
Opslag aan extracellulaire signalen die vooroudercellen hebben ontvangen zorgt ervoor dat cel zijn
functie weet
Verschillen in cellen verschillende genexpressie
Genen belangrijk in dierlijke ontwikkeling
Genen die eiwitten coderen die gebruikt worden voor celadhesie en cel signalering
Genen die eiwitten coderen die gebruikt worden voor regulatie transcriptie + chromatine structuur
Noncoding RNAs functie nog onzeker, grote rol in reguleren genexpressie
Regulatory DNA bepaalt genexpressie en daarmee dus ook de ontwikkeling van een
dier
Regulatory DNA minder geconserveerd veroorzaakt verschillen tussen
diersoorten
Inductive signalling
Signaal buiten een groep cellen stuurt cellen die zich dichtbij het signaal
bevinden aan tot een specifiek differentiatieproces
3 mechanismen verantwoordelijk voor grote verscheidenheid in cellen en patronen
genduplicaties
combinaties van verschillende signalen
o reactie van cel op een signaal afhankelijk van de rest
van de signalen die de cel ontvangt
cell memory
o eerder ontvangen signalen in combinatie met huidige
signalen kunnen resulteren in het ontstaan van
verschillende typen cellen