China 1842-2001
Deel 1: 1842-1911
33. De moderne vorm van imperialisme die verband hield met de industrialisatie
34. De opkomst van emancipatiebewegingen
36. De opkomst van politiek-maatschappelijke stromingen: liberalisme,
nationalisme, socialisme, confessionalisme en feminisme
44. Vormen van verzet tegen het West-Europese imperialisme
19e eeuw: China geregeerd door Qing-dynastie (keizerrijk). Absoluut: keizer Hemels Mandaat
keizerrijk verzwakt door hongersnood, corrupt bestuur en buitenlandse inmenging.
KA33: door toenemende industrialisatie (GB) behoefte grondstoffen en afzetgebieden.
Superioriteitsgevoel accepteerde geen beperking vanuit China. China voelt superieur aan westerse
goederen. GB betreed Chinese markt met opium ontwrichting Chinese samenleving
1839 1e Opiumoorlog. Aanleiding: vernietigen opium keizer. Britten winnen (veel sterker)
GB legt China een ongelijk verdrag op (verlies grondgebied, schadevergoeding)
1956 2e Opiumoorlog. Aanleiding: onvrede bevolking over concessies, verdragen.
China verloor. Nog meer ongelijke verdragen en verlies zeggenschap.
KA34: er kwam binnenlands verzet tegen het falende keizerlijke bestuur en de buitenlandse
inmenging. Opstand Taiping (streven gelijkheid) neergeslagen door hulp vanuit Europa. Opstand Nian
(verdelen rijkdom onder bevolking). Opstanden met moeite neergeslagen.
KA34: door buitenlandse invloed en opstanden besef dat militaire en bestuurlijke hervormingen
Zelfversterkingsbeweging: modernisering naar Japans voorbeeld. Toenadering tot westen: boeken
vertaalt, scholing, democratische invloeden. Afschaffing ambtenarenexamen in bestuur (KA36)
Hervormingspogingen mislukten door tegenwerking aan het hof: hervormingen werden gezien als
buitenlandse invloeden.
KA44: 1900 Bokseropstand. Boeren gewelddadig verzet tegen buitenlandse aanwezigheid. Keizerin
Cixi steunt opstand. strafmaatregelen buitenland.
Door strafmaatregelen, mislukte hervormingen en toenemende invloed buitenland onvrede onder
bevolking. Geen vertrouwen in keizerrijk.
1911 eind Chinees keizerrijk
Deel 1: 1842-1911
33. De moderne vorm van imperialisme die verband hield met de industrialisatie
34. De opkomst van emancipatiebewegingen
36. De opkomst van politiek-maatschappelijke stromingen: liberalisme,
nationalisme, socialisme, confessionalisme en feminisme
44. Vormen van verzet tegen het West-Europese imperialisme
19e eeuw: China geregeerd door Qing-dynastie (keizerrijk). Absoluut: keizer Hemels Mandaat
keizerrijk verzwakt door hongersnood, corrupt bestuur en buitenlandse inmenging.
KA33: door toenemende industrialisatie (GB) behoefte grondstoffen en afzetgebieden.
Superioriteitsgevoel accepteerde geen beperking vanuit China. China voelt superieur aan westerse
goederen. GB betreed Chinese markt met opium ontwrichting Chinese samenleving
1839 1e Opiumoorlog. Aanleiding: vernietigen opium keizer. Britten winnen (veel sterker)
GB legt China een ongelijk verdrag op (verlies grondgebied, schadevergoeding)
1956 2e Opiumoorlog. Aanleiding: onvrede bevolking over concessies, verdragen.
China verloor. Nog meer ongelijke verdragen en verlies zeggenschap.
KA34: er kwam binnenlands verzet tegen het falende keizerlijke bestuur en de buitenlandse
inmenging. Opstand Taiping (streven gelijkheid) neergeslagen door hulp vanuit Europa. Opstand Nian
(verdelen rijkdom onder bevolking). Opstanden met moeite neergeslagen.
KA34: door buitenlandse invloed en opstanden besef dat militaire en bestuurlijke hervormingen
Zelfversterkingsbeweging: modernisering naar Japans voorbeeld. Toenadering tot westen: boeken
vertaalt, scholing, democratische invloeden. Afschaffing ambtenarenexamen in bestuur (KA36)
Hervormingspogingen mislukten door tegenwerking aan het hof: hervormingen werden gezien als
buitenlandse invloeden.
KA44: 1900 Bokseropstand. Boeren gewelddadig verzet tegen buitenlandse aanwezigheid. Keizerin
Cixi steunt opstand. strafmaatregelen buitenland.
Door strafmaatregelen, mislukte hervormingen en toenemende invloed buitenland onvrede onder
bevolking. Geen vertrouwen in keizerrijk.
1911 eind Chinees keizerrijk