Taak 1
1. Vul de tabel in.
Chimpansee Jager-verzamelaar Moderne Westerse mens
Leefomgeving en Bos Veel lopen Westerse bewoning
dagbesteding Eten zoeken Jagen Veel zitten
Open vlaktes
Lichamelijke verschillen Kleine hersenen Grote hersenen Minder beweging
Lange armen Kleine darmen Meer overgewicht
Lopen op Mechanismen om te helpen Meer vet
handen en hardlopen (grote bilspier, groter Minder spieren
voeten evenwichtsorgaan, etc.)
Veel klimmen Langere duim
Uitstekende neus
Wat wordt er gegeten? Planten Relatief hoge dietary quality Gevarieerd dieet
Larven (DQ; veel vlees/hoge Verschilt ook sterk tussen
Heel af en toe energiedichtheid) populaties
vlees Licht bewerkt voedsel Veel zout, suiker, vet
Planten Bewerkt voedsel
Hoe komt men aan In het bos continu Plantaardig voedsel Supermarkt
voedsel? zoeken naar verzamelen Restaurants
eten Jagen voor vlees Via handel
2-3 km/dag Intensieve samenwerking
lopen Verwerking van voedsel
Inzicht in de natuur
Wanneer en onder Wanneer er eten Z.s.m. bereiden en eten Wanneer je zin hebt
welke omstandigheden gevonden wordt
eet men?
Hoe staat het met de Gezond Gezond Mismatchaandoeningen
gezondheid? Minder gezond
(Leonard, 2014)
(Lieberman)
2. Wat is de evolutietheorie?
De evolutietheorie is de natuurwetenschappelijke verklaring voor de evolutie van het leven en voor
de verscheidenheid aan soorten op Aarde. Ze beschrijft het proces waarbij erfelijke eigenschappen
binnen een populatie van organismen veranderen in de loop van de generaties als gevolg van
genetische variatie, voortplanting en natuurlijke selectie.
Principe van evolutie
Erfelijkheid
Organismen kunnen bepaalde eigenschappen doorgeven aan hun nakomelingen. Zulke
eigenschappen worden erfelijke eigenschappen genoemd en kunnen van ouders op nakomelingen
worden doorgegeven. Erfelijke eigenschappen kunnen op verschillende manieren worden
overgedragen:
• Overerving van de ouders op de nakomelingen; bij eukaryoten is dit de overdracht van het
genetisch materiaal in de celkern. Dit is de belangrijkste manier.
• Overdracht van genetisch materiaal van celorganellen van eukaryoten zoals mitochondriën en
plastiden, vaak via de eicel (de vrouwelijke lijn).