Voedingsmiddelen en voedingsstoffen
Eiwitten (proteïnen)
- Functie: bouwstof & regulator (transport, celcommunicatie &
chemische reacties)
- Overschot: dissimilatie tot oa. ureum of gebruik als brandstof (bij
gebrek aan glucose)
- In het verteringsstelsel worden eiwitten afgebroken tot aminozuren en
via het bloed getransporteerd
- Eiwitsynthese: Aminozuren worden in de cellen weer gekoppeld tot
eiwitten
- Transaminering: overplaatsing van een aminogroep in de lever,
waardoor twaalf aminozuren gemaakt kunnen worden van andere
aminozuren
Koolhydraten
- Overschot: omzetting in vet en opslag onder de huid
- Voedingsvezels: stoffen die niet door menselijke enzymen kunnen
worden verteerd
Vetten (lipiden)
- Functie: brandstof & bouwstof
- Cholesterol: vet in celmembranen en bloedplasma, wordt aangemaakt
door de lever
o Verzadigde vetten bevorderen afzetting cholesterol in bloedvaten
vernauwing
o Onverzadigde vetten reduceren afzetting cholesterol in
bloedvaten verwijding
Water
- 60% van het menselijk lichaam
- Functie: bouwstof, oplosmiddel & transportmiddel
Mineralen (zouten)
- Functie: bouwstof (slechts in kleine hoeveelheden nodig)
- Spoorelementen: elementen die slechts in zeer geringe hoeveelheden
nodig zijn
Vitaminen
- A, vitamine-B-complex, C, D en K
- Functie: oa. Co-enzym
- Worden niet of in onvoldoende mate door het lichaam gemaakt
worden niet verbruikt, dus weinig nodig
- Gebreksziekten: ziekten wegens te weinig vitaminen
- Provitaminen: stoffen in je voedsel waar je lichaam vitamine uit kan
maken
Gezonde voeding
Additieven: stoffen die aan voeding zijn toegevoegd, kunnen schadelijk zijn
Energiebehoefte: afhankelijk van geslacht, leeftijd, lichaamsgewicht,
milieutemperatuur & lichamelijke inspanning