Samenvatting reader Optometrisch onderzoek 2
Binoculair zien
Oogstand
Bij de bepaling van de oogstand wordt onderscheid gemaakt tussen heteroforie (een latente
deviatie) en heterotropie (een manifeste deviatie).
De oogstand wordt bepaald door houdings-, fixatie-, en fusiereflexen (actieve positie). Als de
fusiereflex wordt verbroken draait het oog naar passieve ruststand (passieve positie).
Dissociatie kan bereikt worden door de covertest of beelden te scheiden met spet (maddox
ring). Kan ook met grove distorsie met maddox cilinder of Von Graefe. Bij orthoforie is er
sprake van een gelijk passieve en actieve positie. Op die afstand hoeft er geen
gecorrigeerde fusiebeweging te worden uitgevoerd. Men gaat steeds uit van de patiënt. De
richting van de heteroforie kan horizontaal, verticaal of rotatoir zijn, combinatie zijn mogelijk.
Als na dissociatie de passieve positie ‘binnen’ is gericht: esoforie. Er moet een divergente
motorische fusie inspanning verricht worden om de convergente stand in rechte te draaien.
Bij exoforie is er een divergente ruststand. Om comfortabel binoculaire enkel te zien moet
een convergente motorische fusie beweging worden uitgevoerd. Bij hyperforie is de passieve
oogstand naar boven gericht. Bij hypoforie is de fusie vrije ruststand naar beneden gericht.
Cycloforie maakt het oog na dissociatie en rotatoire beweging (om de sagittale as). Bij
incycloforie draait van de actieve (12 uur) naar een meer nasale passieve positie. Bij
excycloforie in ruststand (12 uur) naar temporaal gedraaid.
4-6% van de bevolking heeft een heterotropie. Bij de grotere deviatie is het strabisme
zichtbaar (loensen en scheelzien). Bij esotropie of strabismus convergent staat het of naar
binnen. Bij een naar buiten wijkend oog: exotropie of strabismus divergens. Aanwezige
hoogtestand hypertropie of strabisumus sursumvergens. Laagstand hypotropie of strabismus
deorsumvergens. Er kan ook cyclotropie of combinaties van horizontaal, verticaal en rotatoir
scheel zien. Bij manifest strabisme wordt de deviatie groter bij toenemende dissociatie dan is
er sprake van een latente component. Dus een combinatie van heterotropie en heteroforie.
Hoeft niet constant aanwezig te zijn. Kan beïnvloed worden door accommodatie, afstand,
vermoeidheid. Wisseling gedurende een dag van een latente naar manifest deviatie, heet
intermitterend scheelzien. Indien het strabisme in alle blikrichtingen gelijk blijft spreekt men
van comitant scheelzien.
Oogbewegingen
Standaard binoculaire motiliteit onderzoeken, indien stoornis ook monoculair. Binoculaire
oogbewegingen in dezelfde richting noemen we versies. In tegenovergestelde richting
vergenties. Monoculaire en binoculaire volgbewegingen draait het oog mee om een
langzaam bewegend object te volgen. Sprongbeweging/ saccade is de draaisnelheid veel
hoger, wordt binoculaire uitgevoerd. Doel: om onder- of overactie van één of meerdere extra
oculaire spieren (of innervatie) op te sporen. Toepassing: klachten diplopie of scheelzien of
torticollis of andere afwijkende bevindingen.
Blikrichtingen – binoculair
Dextrosupraversie (tertiaire) supraversie/elevatie levosupraversie (tertiaire)
Dextroversie (secundaire) primaire blikrichting levoversie (secundaire)
Dextroinfraversie infraversie/depressie levoinfraversie
- Dextrosupraversie: OD m. rectus superior OS m. obliquus inferior.
- Levosupraversie: OD m. obliquus inferior OS m. rectus superior.
- Dextroversie: OD m. rectus lateralis OS m. rectus medialis.
- Levoversie: OD m. rectus medialis OS m. rectus lateralis.
- Dextroinfraversie OD m. rectus inferior OS m. obliquus superior.
- Levoinfraversie OD m. obliquus superior OS m. rectus inferior.
Binoculair zien
Oogstand
Bij de bepaling van de oogstand wordt onderscheid gemaakt tussen heteroforie (een latente
deviatie) en heterotropie (een manifeste deviatie).
De oogstand wordt bepaald door houdings-, fixatie-, en fusiereflexen (actieve positie). Als de
fusiereflex wordt verbroken draait het oog naar passieve ruststand (passieve positie).
Dissociatie kan bereikt worden door de covertest of beelden te scheiden met spet (maddox
ring). Kan ook met grove distorsie met maddox cilinder of Von Graefe. Bij orthoforie is er
sprake van een gelijk passieve en actieve positie. Op die afstand hoeft er geen
gecorrigeerde fusiebeweging te worden uitgevoerd. Men gaat steeds uit van de patiënt. De
richting van de heteroforie kan horizontaal, verticaal of rotatoir zijn, combinatie zijn mogelijk.
Als na dissociatie de passieve positie ‘binnen’ is gericht: esoforie. Er moet een divergente
motorische fusie inspanning verricht worden om de convergente stand in rechte te draaien.
Bij exoforie is er een divergente ruststand. Om comfortabel binoculaire enkel te zien moet
een convergente motorische fusie beweging worden uitgevoerd. Bij hyperforie is de passieve
oogstand naar boven gericht. Bij hypoforie is de fusie vrije ruststand naar beneden gericht.
Cycloforie maakt het oog na dissociatie en rotatoire beweging (om de sagittale as). Bij
incycloforie draait van de actieve (12 uur) naar een meer nasale passieve positie. Bij
excycloforie in ruststand (12 uur) naar temporaal gedraaid.
4-6% van de bevolking heeft een heterotropie. Bij de grotere deviatie is het strabisme
zichtbaar (loensen en scheelzien). Bij esotropie of strabismus convergent staat het of naar
binnen. Bij een naar buiten wijkend oog: exotropie of strabismus divergens. Aanwezige
hoogtestand hypertropie of strabisumus sursumvergens. Laagstand hypotropie of strabismus
deorsumvergens. Er kan ook cyclotropie of combinaties van horizontaal, verticaal en rotatoir
scheel zien. Bij manifest strabisme wordt de deviatie groter bij toenemende dissociatie dan is
er sprake van een latente component. Dus een combinatie van heterotropie en heteroforie.
Hoeft niet constant aanwezig te zijn. Kan beïnvloed worden door accommodatie, afstand,
vermoeidheid. Wisseling gedurende een dag van een latente naar manifest deviatie, heet
intermitterend scheelzien. Indien het strabisme in alle blikrichtingen gelijk blijft spreekt men
van comitant scheelzien.
Oogbewegingen
Standaard binoculaire motiliteit onderzoeken, indien stoornis ook monoculair. Binoculaire
oogbewegingen in dezelfde richting noemen we versies. In tegenovergestelde richting
vergenties. Monoculaire en binoculaire volgbewegingen draait het oog mee om een
langzaam bewegend object te volgen. Sprongbeweging/ saccade is de draaisnelheid veel
hoger, wordt binoculaire uitgevoerd. Doel: om onder- of overactie van één of meerdere extra
oculaire spieren (of innervatie) op te sporen. Toepassing: klachten diplopie of scheelzien of
torticollis of andere afwijkende bevindingen.
Blikrichtingen – binoculair
Dextrosupraversie (tertiaire) supraversie/elevatie levosupraversie (tertiaire)
Dextroversie (secundaire) primaire blikrichting levoversie (secundaire)
Dextroinfraversie infraversie/depressie levoinfraversie
- Dextrosupraversie: OD m. rectus superior OS m. obliquus inferior.
- Levosupraversie: OD m. obliquus inferior OS m. rectus superior.
- Dextroversie: OD m. rectus lateralis OS m. rectus medialis.
- Levoversie: OD m. rectus medialis OS m. rectus lateralis.
- Dextroinfraversie OD m. rectus inferior OS m. obliquus superior.
- Levoinfraversie OD m. obliquus superior OS m. rectus inferior.