100% tevredenheidsgarantie Direct beschikbaar na je betaling Lees online óf als PDF Geen vaste maandelijkse kosten 4,6 TrustPilot
logo-home
Samenvatting

blok 1 samenvatting

Beoordeling
5,0
(1)
Verkocht
2
Pagina's
9
Geüpload op
29-11-2013
Geschreven in
2019/2020

Zeer uitgebreide samenvatting van blok 1: aandoeningen aan het bewegingsapparaat Anatomie, pathofysiologie, histologie, radiologie en uiteraard klinische ziektebeelden. Verdeeld in 7 hoofdstukken: 1: Botvorming; ontwikkeling en tumoren 2: Onderste extremiteit en reumatische aandoeningen 3: Inflammatoire aandoeningen van het bewegingsapparaat 4: Letsels en fracturen 5: Bovenste extremiteit en wervelkolom 6: Spier-en peesletstels 7: Maligniteiten

Meer zien Lees minder










Oeps! We kunnen je document nu niet laden. Probeer het nog eens of neem contact op met support.

Documentinformatie

Geüpload op
29 november 2013
Bestand laatst geupdate op
7 december 2016
Aantal pagina's
9
Geschreven in
2019/2020
Type
Samenvatting

Onderwerpen

  • bewegingsapparaat

Voorbeeld van de inhoud

Samenvatting blok 1

Algemene termen/vaardigheden
Arbeid: newton x meter, vb. rolstoel duwen 1000m over gras met weerstand van 55N -> 55000J
arbeid (55KJ).
Calorie: 1 joule = 0,24 calorie. 1 calorie = 4.18 joule
Vermogen: arbeid/tijd.
Capaciteit: hoelang je met de beschikbare energie een prestatie kunt volhouden.

Oefentherapie hoeft geen training te zijn.
Training: zorgt voor fysiologische aanpassingen die het prestatievermogen vergroten.
Paramedische training: doelen: belastbaarheid vergroten, herstel bevorderen, verbeteren van
prestaties, preventie.
Aspecten van presteren:
- Technisch aspect
- Tactisch aspect: anders aanpakken
- Mentaal aspect
- Lichamelijk aspect
Methodisch handelen:
- Verwijzing
- Anamnese: inzicht krijgen in de huidige situatie.
- Onderzoek: inspectie, palpatie, functieondezoek, analyseren.
- Behandelplan: doelen omschreven
- Behandeling
- Evaluatie
- Afsluiting

Assen en vlakken


Grondmotorische eigenschappen
Kracht: spierkracht, verschillende vormen:
- Maximale kracht: is de grootste kracht die een spier(groep) kan ontwikkelen bij een
eenmalige contractie. Dit is 1RM.
- Snelkracht: weerstanden met een zo hoog mogelijke snelheid te verplaatsen.
- Explosieve kracht: zo explosief mogelijk tegen weerstand in, accent op maximale
versnelling.
- Krachtuithoudingsvermogen: vaker achtereen een contractie tegen submaximale
weerstand in uitvoeren.
- Absolute kracht:
Snelheid: bewegingssnelheid van lichaamsdelen, uitgedrukt in hoeksnelheden (veranderingen van
gewrichtshoek in de tijd).
Uithoudingsvermogen: maakt het mogelijk lichaamsbelasting vol te houden.
- Anaerobe uithoudingsvermogen: kortdurende activiteiten, hoge intensiteit.
- Aerobe uithoudingsvermogen: belastingen langer dan 2-3 min.
Lenigheid: flexibiliteit, bewegingsuitslag gewrichten.
Coördinatie: actieve en onderlinge afstemming van de activiteit van de motorische eenheden in
spieren.
- Intramusculaire coördinatie: afstemming van de spiervezels in 1 spiergroep.

, - Intermusculaire coördinatie: afstemming van de activatie van verschillende spiergroepen
in een beweginsketen.

Trainingsleer
VO2max: maximale O2 concentratie in het bloed
Aerobe drempel: wanneer er over wordt gegaan op anaeroob verbranding, ±90% HFmax.
Hoe hoger VO2max, hoe hoger anaerobe drempel.
HFmax: 220-leeftijd
Trainingsprincipes:
- Overload: opgelegde belasting is groter dan het lichaam gewend is, dit levert
trainingsprikkels. Minimaal 3 keer per week trainen, meer dan 50% VO2max (duur), meer
dan 50% Fmax (kracht).
- Supercompensatie: na de overload: tijdelijke vermindering van belastbaarheid. Dan
begint herstel, dit proces loopt door tot een hoger belastbaarheidsniveau dan daarvoor.
Intensieve krachttraining: 48-96uur, lange duurtraining: 48uur, korte duurtraining: 24uur.
- Specifiteit: 4 facetten:
o Activiteiten: alleen in wat je traint wordt je beter.
o Gebruikte spieren: train de spieren die je nodig hebt.
o Energiesystemen:
o Coördinatiepatronen:
- Reversibiliteit: wanneer iemand na een periode van trainen stopt of verminderd, past
het lichaam zich opnieuw aan, maar nu aan het lagere belastingsniveau.
- Afnemende meeropbrengst: er is steeds sterke belastingsprikkel nodig om tot een
verder trainingseffect te komen.

Trainingsvariabelen: welke keuzes er gemaakt zijn ten aanzien van de volgende aspecten. Niet alle
variabelen hoeven bij elke training ingevuld worden, alleen die een effectieve prikkel vormen.
- Intensiteit: hoe hard of zwaar de oefening is.
o Relatieve intensiteit: de belasting tov de belastbaarheid, percentage van het
maximum.
- Frequentie: aantal trainingen in de week.
- Duur: inspanningsduur van de oefening.
- Omvang: duur maal de frequentie, hoeveel duur per week.
- Dichtheid: (bij intervaltraining): hoe dicht de prikkels op elkaar zitten binnen de
oefensessie, inspanningsduur tov duur van de rust – de arbeid-rustverhouding.
- Lonende pauze: (intervaltraining): rust als onderdeel van de training. Hartslag daalt in
rust, daardoor hoger slagvolume, beter fysiek prestatievermogen (max
duuruithoudingsvermogen).

Periodisering: systematische toename overload en periodes van rust
- microcycli: week
- mesocycli: 3-4 microcycli: extensieve week (lage intensiteit), intensieve week (hoge
intensiteit), rustweek
- macrocycli: 3-4 mesocycli

Duurtraining
Duurtraining: langdurig en zonder onderbreking verrichten van arbeid.
- Extensieve duurtraining: laag tempo, accent totale trainingsomvang (groot), verbranden
van vetten, toename mitochondriëndichtheid, minder schade mitochondriën, toename
haarvaten type1 vezels, krachtiger hartspier.
o LongSlowDistance: 70-75% HFmax, duur: in de buurt van doel

, - Intensieve duurtraining: hoger tempo, accent intensiteit, verbetering maximale aerobe
uithoudingsvermogen, verbranding koolhydraten.
o Tempoduur: 95% aerobe drempel, 2/3/4 blokken, duur: ±60min, VO2max
omhoog, specifieke training.
- Intervaltraining: (relatief korte) perioden van lichamelijke belasting worden afgewisseld
met (korte) herstelperioden. Minder spiervermoeidheid bij zelfde intensiteit, langere tijd
op zelfde niveau te trainen. Alle energiesystemen trainen. Toename VO2max, toename
mitochondriën. Specifieke training.
o Fartlek: ongestructureerde intervallen gedurende een duurtraining. Toename
VO2max, toename mitochondriën, verbeterd lactaattransport.

Krachttraining
Krachttraining: intensiteit tussen 50-100% van Fmax, 2-3 keer per week.
5% toename per 2 week. Eerst omvang toename daarna intensiteit.
Spieropbouw: toepassen 2 principes:
- Time under tension: duur van de spiercontractie, langzamer bewegen.
- Verkorten van pauze:
Opbouw in snelheid: zo snel mogelijk herhalingen maken binnen bepaalde tijdsduur.
Grafiek herhalingen-intensiteit.

Isometrisch: statisch: spanning terwijl de lengte onveranderd is.
5 keer per week, 6 sec, 2/3 van Fmax, 5% per week krachttoename.
Concentrisch: spier verkort, spanning varieert, dynamisch.
3 keer per week, 10 weken, 25% krachttoename.
Excentrisch : spier verlengt, spanning wordt groter, dynamisch.
Veel spierpijn,
Isokinetisch: spier verkort met constante snelheid, dymamisch.
Snel resultaat, specifiek, alleen met apparaat.

Borgschaal: manier om intensiteit van belasting te kwantificeren. Aerobe training: score: 12-16. Hoe
de patiënt de belasting ervaart: subjectieve belasting.

Functioneel trainen: handelingen uit het dagelijks leven oefenen, verbeteren ADL-vaardigheden.
Twee soorten trainingen om dagelijks functioneren te verbeteren:
- Gericht op het vergroten van grondmotorische eigenschappen zonder dit direct op een
functionele manier te doen.
- Waarbij de gewenste ADL-activiteiten letterlijk getraind worden. Functionele training.

Circuittraining: veel doorwisselen van spiergroepen en oefeningen gedurende de training.
Stationstraining: veel en lang achter elkaar op hetzelfde apparaat met dezelfde oefening en
spiergroep bezig zijn gedurende de training.

Testen
Åstrand-fietstest: submaximale test, duur: 6min. Maximale O2 opname wordt geschat door de relatie
tussen submaximaal vermogen en hartfrequentie. Er wordt blokbelasting gegeven, harfrequentie en
vermogen wordt geregistreerd, trapfrequentie=50rpm. Laatste minuten van de test hf tussen 130-
170 slagen per minuut.
Makkelijk uit te voeren, weinig risico’s, veel referentiewaarden beschikbaar. Nadeel: minder
nauwkeurig, minder specifiek voor max aerobe uithoudingsvermogen, niet geschikt voor max O2
opname te schatten.

Spierkrachttests:

Beoordelingen van geverifieerde kopers

Alle reviews worden weergegeven
6 jaar geleden

5,0

1 beoordelingen

5
1
4
0
3
0
2
0
1
0
Betrouwbare reviews op Stuvia

Alle beoordelingen zijn geschreven door echte Stuvia-gebruikers na geverifieerde aankopen.

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
De reputatie van een verkoper is gebaseerd op het aantal documenten dat iemand tegen betaling verkocht heeft en de beoordelingen die voor die items ontvangen zijn. Er zijn drie niveau’s te onderscheiden: brons, zilver en goud. Hoe beter de reputatie, hoe meer de kwaliteit van zijn of haar werk te vertrouwen is.
Schnilchlord Hanzehogeschool Groningen
Bekijk profiel
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
856
Lid sinds
12 jaar
Aantal volgers
373
Documenten
81
Laatst verkocht
2 weken geleden

3,5

114 beoordelingen

5
16
4
43
3
42
2
8
1
5

Recent door jou bekeken

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Veelgestelde vragen