Leerpakket 8 – Leerjaar 2
Klinisch redeneren volgens ProActive Nursing
1
,Inhoudsopgave
Klinisch redeneren volgens ProActive Nursing ........................................................................................ 3
Wat is ProActive Nursing? ................................................................................................................... 3
Stap 1: oriëntatie op de situatie: ......................................................................................................... 3
Stap 2: klinische problematiek inzichtelijk maken:.............................................................................. 4
Stap 3: aanvullend onderzoek: ............................................................................................................ 5
Stap 4: klinisch beleid: ......................................................................................................................... 6
Stap 5: klinisch verloop:....................................................................................................................... 6
Stap 6: nabeschouwing: ...................................................................................................................... 6
Decompensatio cordis ............................................................................................................................. 7
Wat is decompensatio cordis? ............................................................................................................. 7
Links decompenseren: ......................................................................................................................... 7
Rechts decompenseren: ...................................................................................................................... 7
Volledig decompenseren: .................................................................................................................... 7
Chronic Obstructive Pulmonary Disease ................................................................................................. 8
Hoe verloopt de ademhaling? ............................................................................................................. 8
Wat is COPD? ....................................................................................................................................... 8
Pneumothorax ....................................................................................................................................... 10
Wat is een pneumothorax? ............................................................................................................... 10
Multiple Sclerose ................................................................................................................................... 11
Wat is multiple sclerose? ................................................................................................................... 11
Welke vormen van MS zijn er? .......................................................................................................... 11
Baarmoederhalskanker ......................................................................................................................... 13
Wat is een cervixcarcinoom? ............................................................................................................. 13
Diabetes Mellitus................................................................................................................................... 14
Hoe wordt de bloedsuikerspiegel geregeld? ..................................................................................... 14
Wat is diabetes mellitus?................................................................................................................... 14
Welke vormen van diabetes mellitus zijn er? .................................................................................... 14
Wat zijn hypo- en hyperglycemie? .................................................................................................... 15
Nierinsufficiëntie ................................................................................................................................... 16
Wat is de functie van de nieren? ....................................................................................................... 16
Wat is nierinsufficiëntie? ................................................................................................................... 17
Ziekte van Crohn .................................................................................................................................... 18
Wat is de ziekte van Crohn? .............................................................................................................. 18
Parameters ............................................................................................................................................ 19
Wat zijn parameters?......................................................................................................................... 19
2
, Klinisch redeneren volgens ProActive Nursing
Wat is ProActive Nursing?
ProActive Nursing bestaat uit 6 stappen, namelijk:
1. Oriëntatie op de situatie
2. Klinische problematiek inzichtelijk maken
3. Aanvullend onderzoek
4. Klinisch beleid
5. Klinisch verloop
6. Nabeschouwing
Stap 1: oriëntatie op de situatie:
In de eerste stap van ProActive Nursing heb je de gedachte: er is iets mis. In deze stap staat het
formuleren van het klinisch beeld en weergeven van jouw klinische blik op de situatie centraal. Je
gaat de actuele gezondheidssituatie bepalen. Dit kan met behulp van verschillende
meetinstrumenten. Dit zijn:
SBAR(R):
De SBARR is een instrument dat gebruikt wordt om snel en compleet te communiceren tijdens een
medische overdracht. Communicatie volgens de SBARR bevordert de samenwerking, patiëntveiligheid
en zorgt ervoor dat er geen essentiële informatie verloren gaat.
S: situatie: Geef aan wie je bent, om welke patiënt het gaat en wat het probleem is. Wie belt er, over
welke patiënt gaat het en wat is het probleem?
B: background: Geef aan wat de diagnose, voorgeschiedenis en de medische behandeling is, zoals:
onderzoek, diagnose en datum opname/OK, relevante ziekten, allergieën en zwangerschap,
afgesproken reanimatiebeleid en het huidige medicatiebeleid.
A: assessment: Meld recente uitslagen en geef een oordeel over het probleem. Gebruik ter
onderbouwing: metingen van de vitale functies, labuitslagen en inschatting van de urgentie.
R: recommendation: Geef aan wat je wilt dat er gebeurt en wanneer. Welke actie is nodig, binnen
welke termijn is dit vereist?
(R: read back): herhaal de afspraken en noteer deze in het dossier.
ALTIS:
Gebruik bij huidletsel een wondanamnese volgens de ALTIS methode. Deze dient ervoor om klachten
bij wonden steeds op dezelfde manier te beoordelen. Je kunt de ALTIS methode ook gebruiken bij
pijn.
A: aard: Hoe is de wond ontstaan, wat voor soort wond is het, doet de wond pijn en hoe voelt de pijn
aan?
L: lokalisatie: waar zit de wond en waar doet het pijn?
T: tijdsverloop: sinds wanneer is er sprake van huidletsel?
I: intensiteit: ernst van het letsel.
S: samenhang, beleving: zijn de klachten of de wond erger geworden sinds het ontstaan, wat is er
aan gedaan, begeleidende verschijnselen (bijv. koorts & jeuk), uitlokkende en verergerende factoren
en/of verzachtende factoren.
3