Samenvatting H8 – Basisboek criminologie
8.1 Rationele keuzebenadering
Becker (1968, 1996) stelde dat misdaden worden gepleegd als de verwachte baten de verwachte
kosten overtreffen.
Speltheorie: de speltheorie in de criminologie helpt ons te begrijpen hoe criminelen en politie elkaar
beïnvloeden door hun acties als een soort spel te zien. Beide partijen proberen hun eigen doelen te
bereiken: criminelen willen bijvoorbeeld succesvol stelen zonder gepakt te worden, terwijl de politie
probeert misdaden te voorkomen en criminelen te vangen. Door te kijken naar hoe deze 'spelers' hun
keuzes maken, kunnen we betere strategieën bedenken om misdaad te bestrijden.
Cornish en Clarke (2006) vatten hun rationele keuzeperspectief samen in 6 kernpunten:
Het plegen van delinquent gedrag is een doelgerichte handeling, gepleegd met de intentie om
voordeel te behalen;
Plegers proberen de beste beslissing te nemen, rekening houdend met in het geding zijne risico’s
en onzekerheden;
Het besluitvormingsproces van daders varieert aanzienlijk, afhankelijk van het soort criminaliteit;
Het besluit om zich in te laten met bepaalde soorten criminaliteit verschilt van het besluit om over
te gaan tot een specifiek misdrijf;
Betrokkenheidsbesluiten bestaan uit drie stappen: initiatie, gewenning en beëindiging;
Gebeurtenissenbesluiten kennen een volgorde van keuzes die in elk stadium van de criminele
gedraging worden gemaakt.
8.2 Gelegenheidstheorie
De omvang van criminaliteit wordt bepaald door drie factoren: aantallen potentiële daders, aantallen
aantrekkelijke doelwitten en de mate van toezicht op en de bescherming van deze doelwitten.
Volgens Cohen en Felson vinden structurele veranderingen plaats in dagelijkse routines en
beïnvloeden deze criminaliteit doordat ze bepalen of daders, doelwitten en toezicht op hetzelfde
moment en dezelfde plaats samenkomen.
1. Gemotiveerde daders
2. Geschikte targets
3. De afwezigheid ban adequaat toezicht
De gelegenheidstheorie van Felson en Clarke werd samengevat in 10 uitgangspunten:
8.1 Rationele keuzebenadering
Becker (1968, 1996) stelde dat misdaden worden gepleegd als de verwachte baten de verwachte
kosten overtreffen.
Speltheorie: de speltheorie in de criminologie helpt ons te begrijpen hoe criminelen en politie elkaar
beïnvloeden door hun acties als een soort spel te zien. Beide partijen proberen hun eigen doelen te
bereiken: criminelen willen bijvoorbeeld succesvol stelen zonder gepakt te worden, terwijl de politie
probeert misdaden te voorkomen en criminelen te vangen. Door te kijken naar hoe deze 'spelers' hun
keuzes maken, kunnen we betere strategieën bedenken om misdaad te bestrijden.
Cornish en Clarke (2006) vatten hun rationele keuzeperspectief samen in 6 kernpunten:
Het plegen van delinquent gedrag is een doelgerichte handeling, gepleegd met de intentie om
voordeel te behalen;
Plegers proberen de beste beslissing te nemen, rekening houdend met in het geding zijne risico’s
en onzekerheden;
Het besluitvormingsproces van daders varieert aanzienlijk, afhankelijk van het soort criminaliteit;
Het besluit om zich in te laten met bepaalde soorten criminaliteit verschilt van het besluit om over
te gaan tot een specifiek misdrijf;
Betrokkenheidsbesluiten bestaan uit drie stappen: initiatie, gewenning en beëindiging;
Gebeurtenissenbesluiten kennen een volgorde van keuzes die in elk stadium van de criminele
gedraging worden gemaakt.
8.2 Gelegenheidstheorie
De omvang van criminaliteit wordt bepaald door drie factoren: aantallen potentiële daders, aantallen
aantrekkelijke doelwitten en de mate van toezicht op en de bescherming van deze doelwitten.
Volgens Cohen en Felson vinden structurele veranderingen plaats in dagelijkse routines en
beïnvloeden deze criminaliteit doordat ze bepalen of daders, doelwitten en toezicht op hetzelfde
moment en dezelfde plaats samenkomen.
1. Gemotiveerde daders
2. Geschikte targets
3. De afwezigheid ban adequaat toezicht
De gelegenheidstheorie van Felson en Clarke werd samengevat in 10 uitgangspunten: