100% tevredenheidsgarantie Direct beschikbaar na je betaling Lees online óf als PDF Geen vaste maandelijkse kosten 4,6 TrustPilot
logo-home
Samenvatting

Samenvatting Inleiding Goederenrecht

Beoordeling
5,0
(2)
Verkocht
7
Pagina's
19
Geüpload op
16-06-2019
Geschreven in
2018/2019

Een overzichtelijke en duidelijke samenvatting met alle stof die je moet kennen voor het tentamen Inleiding Goederenrecht, inclusief alle wetsartikelen en eventuele voorbeelden, schema's en stappenplan. Mijn tip is om alle artikelen die bij elkaar horen bij elkaar te schrijven en tabjes bij te doen. Ik kon namelijk alle vragen met mijn wettenbundel beantwoorden, zonder uit het hoofd te leren en ik haalde een 7,2. Deze samenvatting is een combinatie van aantekeningen uit de les en het boek Praktisch goederenrecht.

Meer zien Lees minder










Oeps! We kunnen je document nu niet laden. Probeer het nog eens of neem contact op met support.

Documentinformatie

Heel boek samengevat?
Nee
Wat is er van het boek samengevat?
Zie hoofdstukken achter college's
Geüpload op
16 juni 2019
Aantal pagina's
19
Geschreven in
2018/2019
Type
Samenvatting

Voorbeeld van de inhoud

Inleiding Goederenrecht
College 1 – Hoofdstuk 1 t/m 2.4
Goederenrecht (Boek 3 & 5)
= relatie tussen een goed en een (rechts)persoon




Vermogen
= geheel van bezittingen en schulden (de op geld waardeerbare rechten (activa) en
verplichtingen (passiva) die aan een rechtssubject toekomen). In het recht worden deze op
geld waardeerbare rechten niet aangeduid met de term activa, maar met goederen. De
passieve vermogensbestanddelen worden schulden genoemd.

Goederen (art. 3:1)
= alle zaken en alle vermogensrechten.

Registergoederen (art. 3:10)
= goederen die voor een geldige overdracht moeten worden ingeschreven in een register.
(Vb. Huis of bedrijfspand)

,Niet-registergoederen
= alle goederen die niet registergoederen zijn, waarvoor je geen inschrijving nodig hebt. (Vb.
Auto of telefoon)

Zaken (art. 3:2)
= de voor menselijke beheersing vatbare stoffelijke objecten (auto, huis) (alle
goederenrechtelijke rechten).

Onroerende zaken (art. 3:3 lid 1)
 De grond.
 De nog niet gewonnen delfstoffen. (olie, gas)
 De met de grond verenigde beplantingen. (bomen, planten)
 Gebouwen en werken die duurzaam met de grond zijn verenigd, hetzij
rechtstreeks, hetzij door vereniging met andere gebouwen of werken. (huizen)
Alle onroerende zaken zijn register goed, maar niet alle register goederen zijn onroerende
zaken.

Roerende zaken (art. 3:3 lid 2)
= alle zaken die niet onroerend zijn (auto, tafel, woonboot ook! want verplaatsbaar)

Vermogensrecht (art. 3:6)
= abstracte constructie in het recht wat aangeeft wat je positie is tegenover een goed. Fysiek
niet tastbaar. (vb. Of je eigenaar bent) (vruchtgebruik, pand en hypotheek).
Vereisten:
 Het recht moet overdraagbaar zijn, hetzij afzonderlijk, hetzij tezamen met een ander
recht.
 Het recht strekt ertoe de rechthebbende stoffelijk voordeel te verschaffen.
 Het recht is verkregen in ruil voor verstrekt of in het vooruitzicht gesteld stoffelijk
voordeel.

Goederenrechtelijke rechten
= gesloten systeem: alle goederenrechtelijke rechten staan in de wet (zaken)
 Eigendom  artikel 5:1 BW
Het meest omvattende recht dat een persoon op een zaak kan hebben. Je hebt dan
100% eigendom, alles van bijvoorbeeld een huis is van jou.
Je mag hiervan genieten of door een ander laten gebruiken.
Terugvorderingsactie = revindicatie
Vb. Als je een huis koopt is de grond + huis jouw eigendom.
 Erfpacht  artikel 5:85 BW
Het recht om een ander behorend stuk grond toe te gebruiken.
Vb. Als je een huis koopt, ben je bij erfpacht alleen eigenaar van het huis en niet van
de grond (die mag je gebruiken).
 Appartementsrecht  artikel 5:106 BW
Het eigendomsrecht van een appartement die je koopt in een
appartementencomplex.
Vb. Flatgebouw.
 Erfdienstbaarheid  artikel 5:70 BW
Het recht om een stuk grond te gebruiken waarvan je geen eigenaar bent.
Vb. Als je over een oprit moet lopen van je buurman om bij je eigen huis te komen,
dan heb je een erfdienstbaarheid op zijn oprit. Oprit = dienend erf. Eigen huis =
heersend erf. Recht van overpad.
 Opstal  artikel 5:101 BW

, Het recht om panden te hebben op andermans grond, maar het blijft jou eigendom.
Dit wordt opstalrecht genoemd.
Vb. B zet gebouw op grond van A, dan blijft B door het opstalrecht eigenaar van het
gebouw.
 Pand  artikel 3::236 BW
Een zekerheidsrecht dat gevestigd kan worden op goederen die geen
registergoederen zijn.
Vb. Bij het uitlenen van geld aan je vriendin, voor de zekerheid kan je dan pandrecht
op haar telefoon doen voor het geval je het geld niet terugkrijgt (een soort borg).
 Hypotheek  artikel 3::260 BW
Het recht dat je aan de bank verleent bij het afsluiten van een hypothecaire lening. Bij
het niet nakomen van de verplichtingen heeft de bank het recht om uw woning op te
eisen en te verkopen. Dit is een zekerheidsrecht.
 Vruchtgebruik  artikel 3:201 BW
Recht om goederen van anderen te gebruiken. Het recht rust op eigenaar en niet op
de grond.
Vb. Als A een appelboom heeft op zijn erfdienst. B is gek op appels en krijgt
toestemming om A’s boom te gebruiken en krijgt daarom het recht van vruchtgebruik
op de boom van A.
Pand, hypotheek en vruchtgebruik zijn niet alleen zaken (boek 5), maar ook
vermogensrechten (boek 3). Beperkte rechten (de overige goederenrechtelijke rechten) zijn
afgeleid van moederrecht (eigendom) en maakt je voor een beperkt deel gerechtigd.
Alle goederenrechtelijke rechten zijn genots- of gebruiksrechten (ergens gebruik van mogen
maken), behalve pandrecht en hypotheekrecht (zijn zekerheidsrechten; zekerheid voor de
nakoming van de prestatie).
Absolute rechten Relatieve rechten (persoonlijke)
Behoort tot goederenrecht Behoort tot verbintenissenrecht dat wordt
gekenmerkt door een open stelsel en veel
aanvullend recht
Limitatief: Niet limitatief
eigendom, erfpacht, opstal,
appartementsrecht, erfdienstbaarheid,
pand, hypotheek, vruchtgebruik
Werking tegen iedereen Werking tegen een of meer bepaalde
personen
Droit de priorité Geen prioriteit: ongeacht moment van
= ouder gaat voor jonger absoluut recht ontstaan in beginsel van gelijke rang
Droit de suite Geen zaaksgevolg
= Zaaksgevolg. Goederen rechtelijke
rechten blijft op zaak rusten, dus gaat mee
met de zaak. Het recht volgt de zaak en niet
de persoon. (vb: Bij erfdienstbaarheid, het
recht van erfdienstbaarheid op het pad rust
op de grond en gaat daarom mee met de
grond en niet met de eigenaar.)
Droit de préférence Wel nadeel van later faillissement:
= Zakenrecht. Absoluut recht heeft geen vordering namelijk indienen bij curator
nadeel van later faillissement.
(vb: Bij een faillisementsituatie heeft degene
met de absolute recht geen last van het
faillissement, of te wel de bank.)

Let op! Absoluut recht gaat altijd voor relatief recht
Vruchten

Beoordelingen van geverifieerde kopers

Alle 2 reviews worden weergegeven
5 jaar geleden

6 jaar geleden

5,0

2 beoordelingen

5
2
4
0
3
0
2
0
1
0
Betrouwbare reviews op Stuvia

Alle beoordelingen zijn geschreven door echte Stuvia-gebruikers na geverifieerde aankopen.

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
De reputatie van een verkoper is gebaseerd op het aantal documenten dat iemand tegen betaling verkocht heeft en de beoordelingen die voor die items ontvangen zijn. Er zijn drie niveau’s te onderscheiden: brons, zilver en goud. Hoe beter de reputatie, hoe meer de kwaliteit van zijn of haar werk te vertrouwen is.
vayaxs Universiteit
Bekijk profiel
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
504
Lid sinds
8 jaar
Aantal volgers
363
Documenten
102
Laatst verkocht
1 week geleden

3,8

119 beoordelingen

5
34
4
46
3
23
2
8
1
8

Recent door jou bekeken

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Veelgestelde vragen