Week 1 – Managementinformatie en BSC
Plan 1. Opstellen meerjarenbegroting
Do 2. Opstellen jaarbudget
- Kostenbudgetten
- Targets (productie, verkoop)
3. Uitvoeren activiteiten & rapporteren → Managementinformatie
Check 4. Analyseren informatie → Managementinformatie
Act 5. Bijsturen van activiteiten
Managementinformatie is informatie die nodig is om de dienst te evalueren en bij te sturen waar
mogelijk. Daarnaast heeft het management deze informatie nodig om verantwoording over haar
functioneren af te leggen.
Managementinformatie op drie niveaus:
▪ Strategisch: globale informatie, gehele organisatie, essentieel voor strategische koers
▪ Tactisch: rapportage vanuit detailinformatie van specifiek bedrijfsonderdeel voor
bijvoorbeeld procesverbeteringen, aansturen personeel, middelen, leveranciers, …
▪ Operationeel: detailinformatie, specifiek bedrijfsonderdeel, nodig om je werk uit te voeren
Een Balanced ScoreCard heeft vier perspectieven, bij elk perspectief bepaal je een Kritieke Succes
Factor (KSF) en vervolgens meerdere Prestatie-indicatoren (PI) en een bijbehorende norm. De KSF
zegt wat je gaat meten, de PI hoe en de norm waaraan dit moet voldoen.
Het stappenplan voor een BSC is:
1. Vaststellen van beleid op strategisch en tactisch niveau
2. Bepaal strategische doelen per resultaatgebied
3. Bepaal kritische succesfactoren
4. Bepaal de prestatie-indicatoren
5. Bepaal de targets (normen)
Begrippen:
Balanced Scorecard: Methode om de prestaties van een bedrijf vanuit verschillende perspectieven
inzichtelijk te maken. De perspectieven zijn: het financiële perspectief, klantperspectief, interne
processen en innovatie & leren. (Definitie naar Brouwers en De Keijzer, 2016, p 196)
Kritische Succesfactor (KSF): Een kritieke succesfactor is een factor die een grote invloed heeft op de
prestaties, ontwikkeling en voortbestaan van een organisatie (definitie naar Brouwers en De Keijzer,
2016, p 197).
Key Performance Indicator (KPI), Prestatie-indicator: zo eenvoudig mogelijke maatstaf om een ksf te
meten (naar Drion en Van Sprang, 2016, p 204-205).
Volgende indicator (lagging indicator): resultaat-georiënteerde indicator die pas inzichten
geeft als dingen gebeurd zijn. Ze zijn historisch van aard en geven vaak een reactie weer op
iets dat kort of lang geleden al heeft plaatsgevonden. Dit is een volg KPI dat output
georiënteerd is. Een voorbeeld van zo’n volg KPI is het streefgewicht(in kilo’s) van iemand die
wil afvallen.
Leidende indicator (leading indicator): indicator die direct het proces volgt. Deze indicator
geeft een (real-time) indicatie van een afwijking van de standaard. Leidende(proces-
georiënteerde) indicatoren tonen gelijk of iets mis gaat en/of afwijkt van de norm terwijl het
nog maanden kan duren voordat dit in de rapportage zichtbaar zal worden. Dit is een stuur