Additiepolymerisatie
Kunststoffen zijn vaste stoffen en ontstaan wanner kleine moleculen
worden gekoppeld tot hele lange ketens of grote netwerken.
Kunststoffen zijn polymeren(poly=veel), niet alle polymeren zijn
kunststoffen. De kleine moleculen waar een polymeer uit opgebouwd is,
noem je monomeren. De naam van de monomeren waaruit het polymeer
is opgebouwd geeft vaak de naam van het polymeer. Zo is het
monomeer bijvoorbeeld styreen en meerdere bij elkaar polystyreen.
Het koppelen van monomeren kan op twee manieren: via
additiepolymerisatie of via condensatiepolymerisatie(paragraaf 2).
Een additie kan via een radicaal of ionair mechanisme verlopen. Een
voorbeeld van de stoppen om polytheen te maken vanuit het monomeer
etheen:
1. Initiatie, er vormen radicalen moleculen:
2. Propagatie, de radicaalmoleculen reageren met etheen waardoor
de keten langer wordt.
Je kunt ze ook binnen een haakje aangeven met de letter n
hoeveel keer een bepaalde verbinding in de keten van het
polymeer voorkomt. Je noemt dit stukje verbinding ook wel de
repeterende eenheid of monomeereenheid.
, 3. Terminatie, de radicaalmoleculen reageren met elkaar en er
ontstaat een additiepolymeer
Op deze manier kun je aangeven dat een molecuul nog verder
doorloopt:
13.2
Condensatiepolymerisatie
Eigenschappen van stoffen, zoals flexibel of sterk, zijn goed te zien
op macroniveau. Op mesoniveau kun je meerdere moleculen van
een stof bij elkaar zien, zo zie je ook wat voor structuur de stof
heeft. Zijn de moleculen strak tegen elkaar aan, dan zal de