Geschreven door studenten die geslaagd zijn Direct beschikbaar na je betaling Online lezen of als PDF Verkeerd document? Gratis ruilen 4,6 TrustPilot
logo-home
Tentamen (uitwerkingen)

Tentamen 23-5-2016 Vragen en antwoorden apart! (Belastingrecht, BA1 Rechtsgeleerdheid, Universiteit Leiden)

Beoordeling
5,0
(1)
Verkocht
2
Pagina's
16
Geüpload op
01-06-2019
Geschreven in
2015/2016

Oefententamen Belastingrecht BA1 Rechtsgeleerdheid Universiteit Leiden Vragen en antwoorden apart Meerkeuzevragen en open vraag

Voorbeeld van de inhoud

Vraag 1.
Welke van de onderstaande beweringen is ​juist​ ten aanzien van de
rangorderegeling in de Wet inkomstenbelasting 2001?
a. De rangorderegeling beoogt elke inkomenscomponent in één box van de
inkomstenbelasting te belasten. Hierdoor wordt een inkomensbestanddeel
in de regel één keer in de belastingheffing betrokken.
b. Op grond van de rangorderegeling zijn vermogensbestanddelen die
inkomen genereren, belast in box 3 wanneer deze
vermogensbestanddelen zijn vrijgesteld in box 1 of box 2.
c. Voor de toepassing van de rangorderegeling geldt als voorwaarde dat
sprake dient te zijn van belastbaar inkomen in uit werk en woning.
d. Wanneer inkomsten in box 2 worden vrijgesteld, dan zullen deze
inkomsten op grond van de rangorderegeling in box 3 worden belast.

Vraag 2.
Jean-Claude, woonachtig in Frankrijk, heeft een mooi vakantiehuis
gekocht in Noordwijk. Hier vertoeft hij drie weken per jaar. De rest van
het jaar verhuurt hij het huis om de investering deels terug te kunnen
verdienen. Hij ontvangt per jaar € 40.000 aan huurinkomsten. Welke
stelling is ​juist​ ten aanzien van Jean-Claude ten aanzien van de Wet
inkomstenbelasting 2001?
a. Jean-Claude is over € 40.000 belast in box 1 als resultaat uit overige
werkzaamheden.
b. Jean-Claude is over € 40.000 belast in box 1 in verband met inkomsten uit
eigen woning. Indien Jean-Claude de woning heeft gefinancierd met een
lening zal dit in verband met de renteaftrek ter zake van de lening leiden
tot een aftrekpost in plaats van belastbaar inkomen in box 1.
c. Jean-Claude is over € 40.000 belast in box 3, aangezien onroerend goed
een bezitting is als bedoeld in art. 7.7 Wet IB 2001.
d. Geen van de alternatieven is juist.

Vraag 3.
Welke van de volgende stellingen met betrekking tot het begrip
‘dienstbetrekking’ in de Wet op de loonbelasting 1964 is ​onjuist​?
a. De drie essentiële kenmerken van een privaatrechtelijke dienstbetrekking
zijn: een gezagsverhouding, verplichting tot het persoonlijk verrichten van
arbeid en de verplichting van de werkgever om loon te betalen.
b. Een dienstbetrekking kan ook worden aangegaan door een natuurlijk
persoon die buitenlands belastingplichtig is.
c. Een fictieve dienstbetrekking is een dienstbetrekking waarbij in de regel
niet aan alle voorwaarden voor een privaatrechtelijke dienstbetrekking is
voldaan, maar waar bij wetsfictie toch een dienstbetrekking wordt
aangenomen.
d. Van een dienstbetrekking kan uitsluitend sprake zijn indien een
werknemer één dienstbetrekking heeft bij één werkgever.

,Vraag 4.
Anne Roelofssen is directrice en tevens 50% aandeelhouder van AR
Fashion BV. Anne verstaat haar vak en geeft succesvol leiding aan de
werknemers van AR Fashion BV. In 2016 ontvangt Anne als beloning
voor deze werkzaamheden een bonus. De bonus bestaat uit twee
elementen:
1) een bedrag van € 150.000; en
2) 4% van de aandelen in AR Fashion BV.
Welk van de onderstaande alternatieven is ​juist​ ten aanzien van de
belastingheffing over beide elementen van de toegekende bonus?
a. Beide elementen van de bonus zijn in het geheel niet belastbaar voor de
Wet op de loonbelasting 1964, omdat een gezagsverhouding tussen AR
Fashion BV en Anne ontbreekt. Anne is immers zelf de directrice van AR
Fashion BV.
b. Beide elementen van de bonus zijn belastbaar in box 1 van de Wet IB
2001 als loon uit dienstbetrekking. De bonus is tevens in het geheel
belastbaar voor de loonbelasting.
c. Het bedrag van € 150.000 (‘element 1’) is belastbaar in box 1 van de Wet
IB 2001 als loon uit dienstbetrekking en tevens belastbaar voor de
loonbelasting. De waarde van de verkregen aandelen (‘element 2’) is
uitsluitend belastbaar in box 2 van de Wet IB 2001.
d. Het bedrag van € 150.000 (‘element 1’) is belastbaar in box 1 van de Wet
IB 2001 als loon uit dienstbetrekking. De waarde van de verkregen
aandelen (‘element 2’) is belastbaar in box 3 van de Wet IB 2001 als een
belegging.

Vraag 5.
Pieter wil een loodgietersbedrijf beginnen. Pieter vraagt zijn vriend
Hans om het bedrijf samen op te zetten. Hans heeft geen kennis van het
loodgietersvak, maar hij beschikt wél over het startkapitaal dat nodig is.
Pieter en Hans richten samen een BV op, waarvan ze beide 50% van de
aandelen houden. Ze spreken af dat Pieter het bedrijf zal leiden en Hans
slechts vermogen aan de BV zal verschaffen. Kan Hans onder de
hiervoor geschetste omstandigheden gebruik maken van de
zelfstandigenaftrek van art. 3.76 Wet IB 2001?
a. Ja, mits Hans voldoet aan het urencriterium van art. 3.6 Wet IB 2001.
b. Ja. Hans voldoet niet aan het arbeidsvereiste in de zin van art. 3.92 Wet
IB 2001 en kan om die reden gebruik maken van ondernemersfaciliteiten.
c. Nee. Er is ten aanzien van Hans sprake van ondernemerschap, maar hij
kan geen gebruik maken van ondernemersfaciliteiten aangezien Pieter
daadwerkelijk het bedrijf leidt.
d. Nee. Hans kwalificeert niet als ondernemer in de zin van art. 3.4 Wet IB
2001.

Vraag 6.
De deelnemingsvrijstelling in de Wet op de vennootschapsbelasting
1969 is een voorbeeld van een:
a. fiscaal instrumentalisme.
b. objectieve vrijstelling.
c. subjectieve vrijstelling.
d. winstuitstelfaciliteit.

, Vraag 7.
De ondernemer geniet winst uit onderneming in box 1; de belegger valt
onder de vermogensrendementsheffing van box 3. Welk van de
onderstaande alternatieven geeft een ​juiste​ weergave van het verschil
in fiscale behandeling tussen ondernemers en beleggers?
a. Box 1 belast daadwerkelijk genoten winsten en verliezen tegen een
progressief tarief; box 3 belast het forfaitaire rendement tegen een
proportioneel tarief.
b. Box 1 belast daadwerkelijk genoten winsten en verliezen tegen een
progressief tarief; box 3 belast het forfaitaire rendement tegen een
progressief tarief.
c. Box 1 belast fictief genoten winsten en verliezen tegen een proportioneel
tarief; box 3 belast het forfaitaire rendement tegen een proportioneel
tarief.
d. Box 1 belast forfaitair genoten winsten en verliezen tegen een progressief
tarief; box 3 belast het forfaitaire rendement tegen een proportioneel
tarief.

Vraag 8.
Stelling I: Volgens de Nederlandse Wet IB 2001 zijn illegale activiteiten
(zoals bijvoorbeeld het handelen in drugs) niet belastbaar voor de
inkomstenbelasting, aangezien met dergelijke activiteiten niet wordt
deelgenomen aan het economische verkeer.

Stelling II: Wat als een bron van inkomen geldt voor de Wet IB 2001,
kan per box verschillen.

Welke van de volgende alternatieven is juist?
a. Alleen stelling I is juist.
b. Alleen stelling II is juist.
c. Beide stellingen zijn juist.
d. Beide stellingen zijn onjuist

Vraag 9.
X heeft een belang van 100% in BV X.
BV X heeft een belang van 50% in BV Y.
BV Y heeft een belang van 60% in BV Z.
Welk van de onderstaande stellingen ten aanzien van de
bovengenoemde feiten is ​juist​?
a. X is direct gerechtigd voor 100% in BV X, X is indirect gerechtigd voor
50% in BV Y en niet gerechtigd in BV Z.
b. X is direct gerechtigd voor 100% in BV X, X is indirect gerechtigd voor
100% in BV Y en indirect gerechtigd voor 30% in BV Z.
c. X is direct gerechtigd voor 100% in BV X, X is indirect gerechtigd voor
50% in BV Y en indirect gerechtigd voor 30% in BV Z.
d. X is direct gerechtigd voor 100% in BV X, X is indirect gerechtigd voor
50% in BV Y en indirect gerechtigd voor 50% in BV Z

Documentinformatie

Geüpload op
1 juni 2019
Aantal pagina's
16
Geschreven in
2015/2016
Type
Tentamen (uitwerkingen)
Bevat
Vragen en antwoorden
€3,49
Krijg toegang tot het volledige document:

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kun je een ander document kiezen. Je kunt het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Maak kennis met de verkoper
Seller avatar
IrisvanB
5,0
(1)

Beoordelingen van geverifieerde kopers

Alle reviews worden weergegeven
6 jaar geleden

5,0

1 beoordelingen

5
1
4
0
3
0
2
0
1
0
Betrouwbare reviews op Stuvia

Alle beoordelingen zijn geschreven door echte Stuvia-gebruikers na geverifieerde aankopen.

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
IrisvanB Universiteit Leiden
Bekijk profiel
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
2
Lid sinds
6 jaar
Aantal volgers
2
Documenten
1
Laatst verkocht
2 jaar geleden

5,0

1 beoordelingen

5
1
4
0
3
0
2
0
1
0

Recent door jou bekeken

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen