Orthopedagogiek II
Pedagogische wetenschappen
Bachelor 2
Erasmus universiteit Rotterdam
, Problemen:
1. Stoorn-IS?
2. Jong, snel en wild
3. Het interesseert mij allemaal helemaal niets!
4. Een aap uit de mouw? Waar dan?
5. Discussie
6. Hello darkness, my old friend
7. In de aard van het beestje?
,Probleem 1
STOORN-IS?
LITERATUUR:
1. Prins & Braet (2014). Handboek klinische ontwikkelingspsychologie.
H1, H5 & H9 Grietens
2. Verhulst, Verheij & Danckaerts (2014). Kinder- en jeugdpsychiatrie.
H 21 Tromp
3. Wicks-Nelson & Israel (2015). Abnormal child and adolescent psychology (8th ed)
4. De Pauw & Mervielde (2010). Temperament, personality and developmental psychopathology
5. Shiner & Caspi (2003). Personality differences in childhood and adolescence
Leerdoel 1: Verschil tussen temperament en persoonlijkheid
Persoonlijkheid
VERHULST H 21
Persoonlijkheid = min of meer stabiele groep eigenschappen met hoor het individu kenmerkende
manier van denken, voelen en gedragen.
PRINS H5
Big five/ Vijf-Factorenmodel (VFM)
De vijf dimensies worden doorgaans benoemd als Extraversie (E), Altruïsme (vriendelijkheid)/
Agreeableness (A), Consciëntieusheid (C), Neuroticisme (N) ook wel Emotionele Stabiliteit
genoemd, en ten slotte Openheid voor ervaringen (O) of Intellect.
Deze vijf dimensies zijn gedefinieerd als tweepolig (zo heeft de Extraversie-dimensie een introverte
en een extraverte pool) en conceptueel onafhankelijk van elkaar. Dit laatste impliceert dat informatie
over iemands score op Extraversie geen informatie verschaft over zijn positie op een van de andere
dimensies, bijvoorbeeld Consciëntieusheid.
Persoonlijkheidstrekken zijn te beschouwen als mengvormen van deze vijf basisdimensies
Vijandigheid is een mengvorm van Neuroticisme (hoog) en Altruïsme(laag).
, Verschillende benaderingen werden gebruikt om de persoonlijkheid van kinderen en
adolescenten te beschrijven in termen van de VFM-dimensies. Algemeen kunnen drie
onderzoeksstrategieën onderscheiden worden: de top-down benadering, de bottom-up benadering en
de benadering die vijffactorenscores berekent op basis van schalen die oorspronkelijk een ander model
dan het VFM operationaliseren, maar wel persoonlijkheidsverschillen bij kinderen en adolescenten
meten.
Bottom up = theorie vormend
Startpunt = nieuwe hiërarchische ordeningen waarbij alle verschillen tussen kinderen en
adolescenten in kaart worden gebracht
Proces = de onderliggende dimensies van de verkregen taxonomie (ordening) worden
onderzocht Er wordt getoetst of het VFM teruggevonden kan worden
Resultaat= een vragenlijst/ instrument die de 5 dimensies meet bij kinderen en adolescenten.
Voorbeeld = lexicale benadering uitgangspunt voor beschrijving van
persoonlijkheidskenmerken bij kinderen. Opvallende en sociaal relevante eigenschappen die
belangrijk zijn om individuele verschillen tussen personen te benoemen of te beschrijven
worden in taal uitgedrukt. Onderzoek van de natuurlijke taal, zoals opgenomen in
woordenboeken, het beste uitgangspunt biedt voor de constructie van een taxonomie van
individuele verschillen.
Eigen interpretatie = een woord hangen aan opvallend gedrag en kijken of er een patroon
inzit in de verschillende termen en woorden. Deze termen en woorden kunnen een taxonomie
(ordening) vormen.
Top down = theorie toetsend
Startpunt: vragenlijsten die oorspronkelijk ontwikkeld worden voor het meten van de Big Five
bij volwassene.
Proces: deze lijsten neemt men bij kinderen en adolescenten af of herformuleert items zodat ze
meer aansluiten bij het niveau.
Resultaat: een vragenlijst die de big 5 meet bij kinderen en adolescenten.
Temperament
PRINS H5
Temperament = verwijzing naar eigenschappen die vroeg in de ontwikkeling observeerbaar zijn en
een sterke genetische of neurologische basis hebben.
Verschil: Persoonlijkheid heeft een minder sterke genetische basis en komt pas later in de
ontwikkeling tot uiting
Tomas & Chess:
Zagen persoonlijkheidsontwikkeling als het resultaat van de interactie tussen temperament factoren en
de omgeving aandacht voor individuele verschillen bij het kind.
Op basis van 9 gedragscategorieën 3 bouwstenen van persoonlijkheidseigenschappen die frequent
te observeren zijn bij jonge kinderen.
(normale bio
functies =
bijvoorbeeld
regelmatige
stoelgang)