100% tevredenheidsgarantie Direct beschikbaar na je betaling Lees online óf als PDF Geen vaste maandelijkse kosten 4.2 TrustPilot
logo-home
Samenvatting

Samenvatting Uitgebreide uitwerking hoorcolleges Capita selecta Vennootschapsbelasting 2019

Beoordeling
3,6
(5)
Verkocht
10
Pagina's
134
Geüpload op
18-05-2019
Geschreven in
2018/2019

Alle hoorcolleges van het vak Capita selecta Vennootschapsbelasting samengevat en uitgewerkt, inclusief aanvullingen en de kennisclips.












Oeps! We kunnen je document nu niet laden. Probeer het nog eens of neem contact op met support.

Documentinformatie

Heel boek samengevat?
Onbekend
Geüpload op
18 mei 2019
Aantal pagina's
134
Geschreven in
2018/2019
Type
Samenvatting

Onderwerpen

Voorbeeld van de inhoud

Hoorcolleges Capita Selecta
Vennootschapsbelasting – 2019
HOORCOLLEGE 1 (29-01-2019): Geschiedenis en rechtsgrondslagen van
de Vpb
Literatuur:
 Boek Hoofdzaken H1, H2 en H3.
 S. Cnossen, Vennootschapsbelastingregimes: keuzes in kaart, WFR 2018/223.
 FIT bundel: 50 jaar vennootschapsbelasting.
 P.H.J. Essers, Rechtsvormdiscriminatie in het nationale en internationale belastingrecht, WFR
2018/109.
 Brief staatssecretaris 22 november 2018 over de vernieuwde rulingpraktijk.

Geschiedenis van de Vpb
 Patentrecht 1894  begin 19e eeuw
 Bedrijfsbelasting 1894 – 1915
 Wet IB’14 1915 – 1918  ook oorlogswinstbelasting 1916 (WFR R. Koster)
 Wet DTB 1 1918 – 1939
 Besluit WB’40 1939 – 1941  lijkt redelijk op de huidige vpb
 Besluit Vpb’42 1941 – 1970  belangrijkste voorganger vpb’69 (komt uit Duitsland)
 Wet Vpb’69 1970 – heden

Majeure aanpassingen Wet Vpb ‘69
1990 Eerste grote reparatie van de deelnemingsvrijstelling
1997 Reparatie beleggingsinstellingsregime
1997 Invoering artikel 10a (renteaftrekbeperking) en de eerste overnameholdingbepaling (art. 15ad)
n.a.v. het PLC-arrest
2001 ‘Stiekeme’ reparatie in de slipstream van invoering IB 2001 (afgewaardeerde vordering, anti-
handel- in- verlieslichamen)
2003 Aanpassing fiscale eenheidsregime
2004 Invoering thincapregeling en verliesverrekenings- beperking voor houdster- en
financieringsmaatschappijen n.a.v. het Bosal-arrest
2007 Wet Werken aan winst met o.a. tariefsverlaging gepaard aan grondslagverbreding, aanpassing
art. 10a en afschaffing overnameholdingbepaling
2010 Versimpeling van de regeling voor niet-kwalificerende beleggingsdeelnemingen (voorheen:
laagbelaste beleggingsdeelnemingen)
2011 Tussenregeling valutaresultaten
2012 (Her)invoering overnameholdingbepaling en voortaan symmetrisch behandeling v.i.-resultaten
2013 Afschaffing thincapregeling en invoering art. 13l (beperking aftrek deelnemingsrente)
2015 Wet compartimenteringsreserve
2016 Herziening belastingplicht overheidsbedrijven
2016/2017 Aanpassing buitenlandse belastingplicht (relatie met DB)
2018 ATAD1 (earningsstripping, CFC, exitheffingen)
De redenen voor deze aanpassingen zijn nauwelijks structureel.




1

,Nieuwe vpb?
 Rapport cie Van Weeghel van 7 april 2010
 Regering (Rutte-I) heeft anders beslist (Fiscale agenda van oud- staatssecretaris Weekers)
 BEPS/ATAD1 en 2/C(C)CTB (zie laatste HC)
 Kernproblemen belastingheffing van ondernemingen
o Relatie IB en Vpb
 Rechtsgrondslag (aparte) Vpb: de vennootschapsbelasting zou een voorheffing
van de inkomstenbelasting moeten zijn, omdat het de draagkracht van
natuurlijke personen verhoogt/verlaagt (afhankelijk van de werking)
 Neutraliteit rechtsvorm
o Verschillende behandeling EV en VV:
 EV = vergoeding niet aftrekbaar
 VV = rente aftrekbaar  incentive om met vreemd vermogen te financieren
o EU-rechtelijke randvoorwaarden
o Vpb als wapen in de concurrentie tussen landen (BEPS- discussie)/instrumentalisme

Vijf redenen voor verandering van de Vpb:
1. Tariefsverlaging (vaak gefinancierd door het verbreden van de grondslag)
2. OESO/EU:
a. Overeenstemming met het Europese recht door bijv. Richtlijnen en arresten zoals Bosal.
b. Economische dubbele belasting wordt onder het klassieke stelsel niet opgelost, wel
onder geïntegreerde stelsels.
3. Anti-misbruik: bijv. alle renteaftrekbepalingen: het spanningsveld is vaak grensoverschrijdend,
binnen Nederlandse bedrijven zelf maakt het niet zo uit waar de aftrek en bijtelling plaatsvindt.
Grensoverschrijdend wel omdat je dan met andere stelsels te maken hebt.
4. Conjuncturele invloeden, zoals:
a. Verruiming van verliesverrekening, in tijden van crisis
b. Mogelijkheid van willekeurige afschrijving als maatregel om de economie te stimuleren
5. Verbetering vestigingsklimaat/instrumentalisme: bijv. invoering innovatiebox.

Relatie tussen IB en Vpb
Klassieke stelsel (in NL voor niet-a.b.-houders): de Vpb wordt geheven over de winst van het lichaam
zonder rekening te houden met de heffing van de IB bij de aandeelhouder & omgekeerd.

Geïntegreerde stelsels
• Stelsel van volledige integratie: de Vpb is een voorheffing van de IB-claim die de aandeelhouder
verschuldigd is over de winst van het lichaam. Het idee is dat het lichaam zelf geen draagkracht
heeft, maar de achterliggende natuurlijke personen. hoWordt nergens toegepast
• Overige geïntegreerde stelsels:
o Aftrekvarianten
 Aftrek primair dividend: de vergoeding over het in de onderneming werkzame
eigen vermogen is een fiscale aftrekpost bij de VPB-heffing, indien en voor zover
deze normale vergoeding ter beschikking wordt gesteld als dividend
 Aftrek alle dividenden
 Aftrek primair rendement: de ‘normale’ beloning van het EV is aftrekbaar (dus
onafhankelijk of deze ter beschikking wordt gesteld aan de aandeelhouders als
dividend). Wordt vaak op de marktrente gesteld.
 O.b.v. deze stelsels wordt de vergoeding voor het EV niet
gediscrimineerd t.o.v. de vergoeding voor VV. Bij het klassieke stelsel is
dit wel het geval. Dat geeft een prikkel tot ongezonde
financieringsstructuur.




2

, o Toerekeningsvarianten
 Franse variant (partiële verrekening): bij de vennootschap wordt Vpb geheven.
Dit wordt bij de aandeelhouder tot 40% opgehoogd en aan de aandeelhouder
wordt een belastingkrediet voor hetzelfde bedrag gegeven.
 (Vroegere) Duitse variant (volledige verrekening): de Vpb die drukt op de
uitgedeelde winsten kan volledig worden verrekend.
 Nederlandse variant (forfaitaire verrekening voor a.b.-houder).

Grondslagen Vpb
Spelen een rol bij bezinning op een wenselijk fiscaal systeem. Juridisch (normatief) naast economisch
aspect. Historisch gezien de volgende pogingen:
 Antropomorfe visie (natuurlijk persoon en rechtspersoon zijn gelijk)
 Leer van het globale evenwicht
 Compensatie-theorie
 Profijtbeginsel
 Buitenkansbeginsel
 Budgettaire argument

Antropomorfe visie
 Een rechtspersoon is een zelfstandig iets en moet op dezelfde manier worden behandeld als een
natuurlijk persoon (dus bijv. ook vermogensbelasting). Een vennootschap heeft ook zelf
draagkracht.  Het lichaam is dus een zelfstandig subject dat los moet worden gezien van de
persoon die kapitaal verschaft (de ab-houder).
 Wat de IB is voor natuurlijke personen, is de Vpb voor rechtspersonen
 Komt van de Duitse bezetters
 Klinkt in eerste instantie goed, maar bij nader inzien niet:
o Rechtspersoon is geen natuurlijk persoon
o Als je rechtspersoon belast, dan belast je indirect natuurlijke personen
o Welke natuurlijke personen je indirect belast met een Vpb hangt af van de mate en wijze
van afwenteling
 Valt dus wat voor te zeggen, maar is in ieder geval niet de grondslag van de huidige wetgeving en
zou dat ook wel kunnen zijn? Als je de vennootschap belast, belast je indirect ook de
achterliggende aandeelhouder, de natuurlijk persoon.

Leer van het globale evenwicht
• O.a. verdedigd door Grapperhaus in zijn proefschrift
• Vpb is nodig om globaal een evenwicht te bereiken tussen de belastingdruk voor een IB-
ondernemer en ab-ondernemer met een BV of NV: het zorgt ervoor dat ondernemers fiscaal
gelijk behandeld worden zodat de keuze voor de rechtsvorm fiscaal neutraal uitpakt.
• Dat evenwicht is er globaal al niet, laat staan voor elk individueel geval! O.a. door verschillende
tariefstellingen in combinatie met de wijze waarop vennootschapsbelastingplichtige lichamen
kiezen om hun winsten uit te keren kan men niet spreken van een globaal evenwicht. Er is
namelijk wel degelijk verschil in (top)tarief voor de winsten van een ondernemer in de IB en de
winsten van een ondernemer die opereert via een vennootschap.
• Rechtvaardigt een tijdelijke Vpb (als voorheffing van de IB) maar niet een niet met IB
verrekenbare Vpb

Compensatietheorie
 O.a. verdedigd door Zeven en Kaldor
 Vpb is een heffing over de capital gains (meerwaarden) van de aandeelhouders
o Waarom dan ook Vpb over uitgedeelde winst? Geen verklaring.
 Ook deze theorie klopt dus niet c.q. biedt onvoldoende consistentie om een Vpb te
rechtvaardigen

3

, Profijtbeginsel
• Beginsel rechtvaardigt een belasting als een groep profijt heeft.
• Profijt dat Vpb zou rechtvaardigen is de rechtsorde: die maakt dat een aandeelhouder slechts
beperkt risico loopt, namelijk slechts tot het bedrag van zijn aandelenkapitaal.
• Bij even doordenken zou dit moeten leiden tot een verliesbelasting en geen winstbelasting! Het
beginsel kan niet uitwerken tot verdeling omdat de mate van profijt niet te meten is.
• Dus (ook dit is) een doelredenering!

Buitenkansbeginsel
 Enige beginsel dat enig hout snijdt!
 Beginsel rechtvaardigt belastingheffing als iemand zich bij het verkrijgen van een bate in een
bevoorrechte positie bevindt t.o.v. een ander
 In dit geval wordt een aandeelhouder vergeleken met een belegger in (veilige) staatsobligaties
 Rechtvaardigt een overwinstbelasting: het zou een verklaring kunnen zijn voor de Vpb, maar niet
voor de Vpb die we op dit moment hebben: nu belasten we alle winst.
 Diegene die belegt, heeft de mogelijkheid om winst te genereren. Dat rechtvaardigt de
heffing, maar dan moet je ook alleen maar belasten over de winst die het oplevert (de
overwinst). Een van de manieren om dat te doen is: primair dividend aftrekbaar maken,
omdat je alleen de winst die extra wordt gerealiseerd wil belasten met Vpb.
 Beginsel zegt niets over eventueel tarief

Budgettaire argument
 Schaamteloos gebruikt door de regering
 Terecht argument maar geen rechtvaardiging voor een belasting
 Als er budgettaire behoeften zijn bij de overheid dan kun je die ook op andere manieren
bevredigen dan met een nieuwe belasting
 Als het budgettaire argument voldoende zou zijn als rechtvaardiging voor een belasting dan kan
morgen elke belasting die iemand verzint worden ingevoerd

Aandeel Vpb in de belastingmix (2018)
 Totale inkomsten: 285 mld. (totaal uitgaven: 277 mld.)
 Daarvan directe belastingen: 83,1 mld.
 Daarvan vennootschapsbelasting: 21,8 mld. (8% van totale inkomsten/26% van de inkomsten uit
directe belastingen)
 Instrumentalisme (innovatiebox) en tariefsverlaging (verbreding grondslag)
 Begroting 2018 (bron miljoenennota)

Conclusie rechtsgrondslagen
 Geen overtuigende grondslagen voor een Vpb die los van de IB van de ab-houder wordt geheven.
 Van de meeste pogingen om tot een rechtsgrondslag voor onze Vpb te komen kan men
constateren dat ze mislukt zijn.
 Alleen het buitenkansbeginsel snijdt hout, maar het systeem is hier niet op aangepast.
 Dat beginsel zou leiden tot een overwinstbelasting als indirecte heffing van de aandeelhouder.
Het huidige systeem voldoet daar duidelijk niet aan.

Vlaktaks op gelijke hoogte met de Vpb en aanvullende uitkeringen belasten  stap richting neutraliteit en
betere grondslag dan we nu hebben. De kans dat het er komt is op korte termijn klein.

Visie (veel) economen
 Kapitaal kan niet zo zwaar belast worden omdat het dan vlucht
 Bij kapitaalvlucht betaalt de productiefactor arbeid het gelag!
 Kapitaal wordt relatief schaarser en dus arbeid goedkoper
 Probeer als politicus maar eens aan de kiezers te verkopen dat je kapitaal met fluwelen
handschoenen moet aanpakken omdat anders arbeidsinkomensgenieters de prijs betalen

4
€3,98
Krijg toegang tot het volledige document:
Gekocht door 10 studenten

100% tevredenheidsgarantie
Direct beschikbaar na je betaling
Lees online óf als PDF
Geen vaste maandelijkse kosten

Beoordelingen van geverifieerde kopers

Alle 5 reviews worden weergegeven
3 jaar geleden

5 jaar geleden

5 jaar geleden

6 jaar geleden

6 jaar geleden

3,6

5 beoordelingen

5
1
4
1
3
3
2
0
1
0
Betrouwbare reviews op Stuvia

Alle beoordelingen zijn geschreven door echte Stuvia-gebruikers na geverifieerde aankopen.

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
De reputatie van een verkoper is gebaseerd op het aantal documenten dat iemand tegen betaling verkocht heeft en de beoordelingen die voor die items ontvangen zijn. Er zijn drie niveau’s te onderscheiden: brons, zilver en goud. Hoe beter de reputatie, hoe meer de kwaliteit van zijn of haar werk te vertrouwen is.
ev94 Tilburg University
Bekijk profiel
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
119
Lid sinds
7 jaar
Aantal volgers
82
Documenten
18
Laatst verkocht
4 jaar geleden

3,8

28 beoordelingen

5
5
4
13
3
9
2
1
1
0

Recent door jou bekeken

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Veelgestelde vragen