Stimuleren en
evalueren –
opdracht 2
[naam]
[naam opleiding]
[naam praktijkopleider]
Datum:
, INLEIDING
& TERUGBLIK NAAR DE VOORLEESOPDRACHT B1-K1-W5
In juni vorig jaar heb ik samen aan diverse leerlingen het boekje “Toet gaat naar Dinoland”
voorgelezen. Toet is een konijn die met zijn rode autootje naar Dinoland afreist. Onderweg komt
hij allerlei dinosaurussen tegen en beleeft hij een spannend avontuur. Specifiek voor de
voorleesactiviteit hadden [Begeleider] en ik als doel gesteld voor [leerling]
Doel:
“[leerling] praat tijdens de voorleesactiviteit niet door de andere
kinderen of de juf heen en wacht netjes op zijn beurt met praten.”
Zoals te lezen valt in het verslag van opdracht B1-K1-W5 heeft [leerling] na het voorlezen van het
verhaal dit doel niet behaald. Vooral het kiezen van de juiste woorden om zijn mening of gevoel
over te brengen waren moeilijk voor hem. Hij verwisselt de betekenis van woorden bijvoorbeeld
“we zaten met zijn vieren in de fiets.”
Ook de plaatsbepalingen “bovenop” de berg, “onder in het dal” waren moeilijk voor hem.
SITUATIE
Onder toeziend oog van mijn [Begeleider] heb ik in de bibliotheek van de school een verhaaltje
voorgelezen aan een drietal leerlingen uit de kleuterklassen. De leerlingen [leerling2], [leerling] en
[leerling3] hebben allen een NT-2 indicatie en derhalve hebben zij extra ondersteuning nodig bij
het leren van de Nederlandse taal. De drie jongens hebben naar ik weet alle drie een interesse in
dinosaurussen, om deze reden heb ik een voorleesboekje uitgekozen waarin dit onderwerp aan
bod kwam.
Voor aanvang van de activiteit heb ik het boekje zorgvuldig geselecteerd en heb ik even kort
overlegd met een leerkracht of dit boekje geschikt is voor leerlingen met een NT-2 indicatie. Ik
heb vlak voordat ik ging voorlezen de ruimte gereed gemaakt, kussentjes op de bank neergelegd
en voor de sfeer de lichten in de bibliotheek uit gedaan.
Toen ik de ruimte had voorbereid ben ik de jongens uit de klas gaan halen, eerst haalde ik
[leerling2] op en later wilde ik [leerling] ophalen uit de klas, alleen toen gaf [leerling3] aan ook
graag mee te willen. [leerling] en [leerling2] hadden daar geen problemen mee (nadat ik dit aan
hen had gevraagd). Eenmaal in de bibliotheek moesten we
dus een beetje inschikken op de bank. Ik heb ervoor gezorgd
dat [leerling] (voor wie ik speciaal een doel had
geformuleerd) naast mij zat.
Bijpassende afbeelding
Noot achteraf: de spontane toevoeging van een leerling aan invoegen
de voorleesactiviteit was erg leuk. Dit was echt een
leermomentje voor mijzelf omdat ik heb gemerkt dat je
weinig in het onderwijs vooraf kan plannen.
1