B1-K1-W5
Stimuleren en
evalueren
[naam]
MBO Onderwijsassistent
[naam praktijkopleider]
Datum:
, INLEIDING
Het kwalificatiedossier B1-K1-W5 verlangt van de student dat hij/zij een casuïstiek verslag schrijft
van een drietal uitgevoerde activiteiten waarbij de ontwikkeling van het kind centraal staat. De
opbouw van dit document is als volgt:
“Een beschrijving van een activiteit uitgevoerd door mij met een individuele
leerling, een activiteit met een groepje leerlingen en een voorleesactiviteit. “
Ik heb ervoor gekozen om een activiteit te beschrijven met een leerling uit groep 7 waarbij ik de
leerling extra uitleg heb gegeven over het vertalen van gegevens uit een tabel naar punten/lijnen
in een grafiek. De groepsactiviteit gaat over VOOR-VOOR-VOOR-KOOR-DOOR lezen met drie
leerlingen uit groep 4. De voorleesopdracht heb ik twee keer uitgevoerd met twee verschillende
groepjes leerlingen. Het eerste groepje bestond uit twee jongens en twee meisjes, de tweede
groep bestond uit drie jongens.
ACTIVITEIT 1: REKENEN MET LEERLING UIT GROEP 7
Het doel van de activiteit:
Mijn doel van de activiteit was om de leerling rekenkundig inzicht te geven hoe je gegevens uit
een tabel (tekst) kan omzetten in een grafische grafiek. Ik wilde hem ook graag uitleggen dat je
hierbij goed moet kijken naar de opbouw van de grafiek (assen benamingen en de verdeling van
de ‘maatstreepjes’ op de assen).
Verhaalsommen staan ook centraal binnen de [school], tijdens mijn uitvoering wilde ik graag de
‘platte’ tekst uit de tabel omzetten in een beeldend verhaal zodat de leerling zich ook een beeld
kan vormen van de voortgang/ontwikkeling van het ‘object’ wat in de grafiek wordt uitgezet. Als
voorbeeld: ”Jan wandelt om 13:00 weg en om 14:00 heeft hij 4 kilometer gewandeld. Jan kijkt om
15:00 nog eens op zijn horloge en ziet op zijn stappenteller klokje dat hij nu 9 kilometer heeft
gewandeld. De vraag is nu:” Heeft Jan nu het eerste of het tweede uur sneller gewandeld?”
Jan’ Wandeltocht
TIJD AFSTAND GEWANDELD
13:00 0
14:00 4
15:00 9
16:00 12
17:00 15
Het doel van de activiteit was dat de leerling na de activiteit in staat was om zelf een grafiek te
maken van gegevens die in een tabel vermeld staan.
1
Stimuleren en
evalueren
[naam]
MBO Onderwijsassistent
[naam praktijkopleider]
Datum:
, INLEIDING
Het kwalificatiedossier B1-K1-W5 verlangt van de student dat hij/zij een casuïstiek verslag schrijft
van een drietal uitgevoerde activiteiten waarbij de ontwikkeling van het kind centraal staat. De
opbouw van dit document is als volgt:
“Een beschrijving van een activiteit uitgevoerd door mij met een individuele
leerling, een activiteit met een groepje leerlingen en een voorleesactiviteit. “
Ik heb ervoor gekozen om een activiteit te beschrijven met een leerling uit groep 7 waarbij ik de
leerling extra uitleg heb gegeven over het vertalen van gegevens uit een tabel naar punten/lijnen
in een grafiek. De groepsactiviteit gaat over VOOR-VOOR-VOOR-KOOR-DOOR lezen met drie
leerlingen uit groep 4. De voorleesopdracht heb ik twee keer uitgevoerd met twee verschillende
groepjes leerlingen. Het eerste groepje bestond uit twee jongens en twee meisjes, de tweede
groep bestond uit drie jongens.
ACTIVITEIT 1: REKENEN MET LEERLING UIT GROEP 7
Het doel van de activiteit:
Mijn doel van de activiteit was om de leerling rekenkundig inzicht te geven hoe je gegevens uit
een tabel (tekst) kan omzetten in een grafische grafiek. Ik wilde hem ook graag uitleggen dat je
hierbij goed moet kijken naar de opbouw van de grafiek (assen benamingen en de verdeling van
de ‘maatstreepjes’ op de assen).
Verhaalsommen staan ook centraal binnen de [school], tijdens mijn uitvoering wilde ik graag de
‘platte’ tekst uit de tabel omzetten in een beeldend verhaal zodat de leerling zich ook een beeld
kan vormen van de voortgang/ontwikkeling van het ‘object’ wat in de grafiek wordt uitgezet. Als
voorbeeld: ”Jan wandelt om 13:00 weg en om 14:00 heeft hij 4 kilometer gewandeld. Jan kijkt om
15:00 nog eens op zijn horloge en ziet op zijn stappenteller klokje dat hij nu 9 kilometer heeft
gewandeld. De vraag is nu:” Heeft Jan nu het eerste of het tweede uur sneller gewandeld?”
Jan’ Wandeltocht
TIJD AFSTAND GEWANDELD
13:00 0
14:00 4
15:00 9
16:00 12
17:00 15
Het doel van de activiteit was dat de leerling na de activiteit in staat was om zelf een grafiek te
maken van gegevens die in een tabel vermeld staan.
1