Hepatobiliair systeem – Aantekeningen hoorcolleges 4 t/m 5 (Parasitaire leverinfecties, Leverziekten bij
gezelschapsdieren)
Bij leveraandoeningen veroorzaakt door parasieten wordt onderscheid gemaakt tussen:
- “echte” leverparasieten: parasieten die in de lever als volwassen parasiet hun
voorkeursplaats hebben. Daar planten ze zich ook seksueel voort.
En:
- Leverpassanten: parasieten die de lever passeren als ze eenmaal in het lichaam zijn
binnengekomen.
- TGH: als larvaal stadium in een tussengastheer (TGH).
- Bij ziekte andere orgaansystemen: klachten kunnen dan ook worden veroorzaakt
door parasieten aan de lever.
Hepatobiliair systeem – Aantekeningen hoorcolleges 4 t/m 5 – Ellen van Sommeren 1
, Trematoda: platwormen, bijv. leverbotten.
Eimeria stiedai: een coccidium-protozo die uiteindelijk klachten veroorzaakt in de lever.
Nematoda: rondwormen. Capillaria hepatica vormt een uitzondering: dit is een “echte”
leverparasiet. Deze parasiet komt eigenlijk nooit buiten de lever en legt eieren in de
lever.
Cestoda: lintwormen.
Histomonas meleagridis en Leishmania donovani: protozoa. Leismania veroorzaakt
problemen/leidt tot infecties in andere orgaansystemen, maar kan ook tot leverklachten
leiden.
Hepatobiliair systeem – Aantekeningen hoorcolleges 4 t/m 5 – Ellen van Sommeren 2
, Fasciola hepatica, dicrocoelium dendriticum en ophistorchis felineus (komt voor bij
katten) zijn leverbotten.
Eimeria stiedai: komt voor bij konijnen. Is eigenlijk de enige Eimeria-soort die niet in de
darmen blijft. Veroorzaakt in de lever voornamelijk galgangcoccidiose. Deze protozo is
erg pathogeen, m.n. vanwege het aantal schizontgeneraties. Het aantal generaties is
groter dan bij veel andere Eimeria-soorten. Prepatentperiode (PPP) is een kleine 3 weken
(ong. 18 dagen). PPP en de patente periode wijken daarentegen weinig af van andere
Eimeria-soorten. Hetzelfde geldt voor de sporulatietijd (uitscheiding richting omgeving).
Hepatobiliair systeem – Aantekeningen hoorcolleges 4 t/m 5 – Ellen van Sommeren 3
, De levenscyclus is vergelijkbaar met die van andere Eimeria-soorten. De cyclus bestaat
o.a. uit een fase in het dier:
- Schizogonie: fase van ongeslachtelijke voortplanting/vermenigvuldiging.
- Gametogonie: fase van geslachtelijke voortplanting;
en uit een fase in de omgeving:
- Vorming oöcyste.
- Sporulatie van de oöcyste, waarna ze infectieus worden.
De protozo komt het lichaam doorgaan binnen via de darmwand, lymfe-/bloedvaten,
poortader en vervolgens de galgangen.
Links: lumen van de galgangen met stadia uit de levenscyclus van E. stiedai.
Rechts: verdikking van het epitheel zichtbaar.
Hepatobiliair systeem – Aantekeningen hoorcolleges 4 t/m 5 – Ellen van Sommeren 4
gezelschapsdieren)
Bij leveraandoeningen veroorzaakt door parasieten wordt onderscheid gemaakt tussen:
- “echte” leverparasieten: parasieten die in de lever als volwassen parasiet hun
voorkeursplaats hebben. Daar planten ze zich ook seksueel voort.
En:
- Leverpassanten: parasieten die de lever passeren als ze eenmaal in het lichaam zijn
binnengekomen.
- TGH: als larvaal stadium in een tussengastheer (TGH).
- Bij ziekte andere orgaansystemen: klachten kunnen dan ook worden veroorzaakt
door parasieten aan de lever.
Hepatobiliair systeem – Aantekeningen hoorcolleges 4 t/m 5 – Ellen van Sommeren 1
, Trematoda: platwormen, bijv. leverbotten.
Eimeria stiedai: een coccidium-protozo die uiteindelijk klachten veroorzaakt in de lever.
Nematoda: rondwormen. Capillaria hepatica vormt een uitzondering: dit is een “echte”
leverparasiet. Deze parasiet komt eigenlijk nooit buiten de lever en legt eieren in de
lever.
Cestoda: lintwormen.
Histomonas meleagridis en Leishmania donovani: protozoa. Leismania veroorzaakt
problemen/leidt tot infecties in andere orgaansystemen, maar kan ook tot leverklachten
leiden.
Hepatobiliair systeem – Aantekeningen hoorcolleges 4 t/m 5 – Ellen van Sommeren 2
, Fasciola hepatica, dicrocoelium dendriticum en ophistorchis felineus (komt voor bij
katten) zijn leverbotten.
Eimeria stiedai: komt voor bij konijnen. Is eigenlijk de enige Eimeria-soort die niet in de
darmen blijft. Veroorzaakt in de lever voornamelijk galgangcoccidiose. Deze protozo is
erg pathogeen, m.n. vanwege het aantal schizontgeneraties. Het aantal generaties is
groter dan bij veel andere Eimeria-soorten. Prepatentperiode (PPP) is een kleine 3 weken
(ong. 18 dagen). PPP en de patente periode wijken daarentegen weinig af van andere
Eimeria-soorten. Hetzelfde geldt voor de sporulatietijd (uitscheiding richting omgeving).
Hepatobiliair systeem – Aantekeningen hoorcolleges 4 t/m 5 – Ellen van Sommeren 3
, De levenscyclus is vergelijkbaar met die van andere Eimeria-soorten. De cyclus bestaat
o.a. uit een fase in het dier:
- Schizogonie: fase van ongeslachtelijke voortplanting/vermenigvuldiging.
- Gametogonie: fase van geslachtelijke voortplanting;
en uit een fase in de omgeving:
- Vorming oöcyste.
- Sporulatie van de oöcyste, waarna ze infectieus worden.
De protozo komt het lichaam doorgaan binnen via de darmwand, lymfe-/bloedvaten,
poortader en vervolgens de galgangen.
Links: lumen van de galgangen met stadia uit de levenscyclus van E. stiedai.
Rechts: verdikking van het epitheel zichtbaar.
Hepatobiliair systeem – Aantekeningen hoorcolleges 4 t/m 5 – Ellen van Sommeren 4