KENNISTOETS 4
Sanne van Houwelingen
HBO VERPLEEGKUNDE Kennistoets 4
,Verpleegkunde 50 vragen
1. Bij welke vorm van preventie hoort de onderstaande uitspraak:
Jongeren moeten gevaccineerd worden zodat deze ziektes later niet zullen voorkomen in
hun leven.
A. Universele, primaire preventie
B. Selectieve geïndiceerde en secundaire preventie
C. Zorg gerelateerde, tertiaire preventie
2. Welke term hoort bij deze stelling?
Door het bepalen van glucosewaarden wordt familiair aanwezige diabetes in een vroeg
stadium opgespoord, of wordt diabetes opgespoord bij mensen met abdominale obesitas en
hoge bloeddruk.
A. Casuïstische preventie
B. Tertiaire preventie
C. Case finding
3. Over welke vormen van preventie wordt gesproken in deze casus?
Bij een ernstig ziek kind met leukemie moet gelet worden op cariëspreventie, dit om
tandbederf te voorkomen, naast dit wordt er zorg geboden die is gericht op het omgaan met
de lichamelijke en geestelijke beperkingen die vooruitkomen uit een ziekte als leukemie. Het
bevorderen van zelfmanagement, gewenste leefstijlverandering zoals het handhaven van
een gezond rust- en schoolritme, geneesmiddelengebruik etc.
A. Universele, primaire preventie
B. Selectieve geïndiceerde en secundaire preventie
C. Zorg gerelateerde, tertiaire preventie
4. Welke van de volgende uitspraken over shock zijn waar?
A. Een cardiogene shock is een tekortschietende pompfunctie van het hart.
B. Een vasodilatatie shock houdt in dat er sprake is van overmatig bloedverlies.
C. Een hypovolemische shock kan ontstaan door ernstige diarree.
5. Welke symptomen komen alleen voor bij een vasodilatatie shock?
A. Koude en klamme huid
B. Rode huid
C. Zwakke pols
D. Warme huid
6. Welk symptoom kan bij ouderen soms de enige zijn?
A. Snelle ademhaling
B. Verwardheid
C. De huid ziet blauw en bleek
D. Lethargie
7. Geef aan bij de onderstaande punten bij waar die bij de ABCDE-methodiek hoort:
A. Airway
, B. Breathing
C. Circulation
D. Disability
E. Environment
1. UVPU-bepalen
2. Voelt naar adembewegingen in acute situatie max 15 sec.
3. Beoordelen mond/ keelholte
4. Inspecteren op uitwendige bloedingen
5. AMPLE uitvragen
8. Wat is geen vitale functie?
A. Lichaamstemperatuur
B. De pols
C. Kleur urine
D. De ademhaling
E. De bloeddruk
9. Welke belangrijke factoren hebben invloed op de bloeddruk?
A. Elasticiteit van de slagaders
B. Geslacht
C. Epinefrine en norepinefrine
D. Viscositeit
E. Hartminuutvolume
10. Welke uitspraken over motiverende gesprekvoering is niet waar?
A. De motivatie om gedrag te veranderen legt de hulpverlener op in plaats van dat hij
het uitlokt.
B. Motiverende gespreksvoering is gedragsverandering met betrekking tot leefstijl.
C. Gedragsverandering haalt intrinsieke motivatie van de cliënt naar boven.
D. De principes van motiverende gespreksvoering zijn: empathie uitdrukken,
ontwikkelen van discrepantie, vermijden van discussie, omgaan met weerstand en
self-efficacy ondersteunen.
11. Zet de volgende stappen van de vier processen trap op de juiste volgorde:
A. Ontlokken
B. Focussen
C. Plannen
D. Engageren
12. Zet de volgende punten over ambivalentie in de juiste volgorde:
A. Wat zijn de nadelen van het nieuwe gedrag
B. wat zijn de voordelen van het slechte gedrag
C. Wat zijn de nadelen van het slechte gedrag
D. Wat zijn de voordelen van het nieuwe gedrag