+ bundels
Inhoud
1. Neerslag, drukgebieden en winden....................................................................................................2
1.1. Luchtvochtigheid en neerslag......................................................................................................2
1.1.1. Absolute en relatieve vochtigheid.........................................................................................2
1.1.2. Wolken..................................................................................................................................2
2. Luchtdruk en winden..........................................................................................................................3
2.1. Luchtdruk.....................................................................................................................................3
2.2. Drukgebieden, winden en luchtcirculatiemodel..........................................................................3
2.3. Van model naar realiteit: drukgebieden bestaan uit verschillende drukkernen...........................7
3. Gevolgen van (on)stabiele lucht.........................................................................................................7
3.1. Stijgingsregens.............................................................................................................................7
3.2. Specifieke regensystemen in relatie met de ITCZ: moesson.........................................................8
4. Klimaatverschillen...............................................................................................................................8
4.1. Polaire klimaten...........................................................................................................................8
4.2. Gematigde klimaten.....................................................................................................................8
4.3. Warme klimaten..........................................................................................................................8
5. Ons weer............................................................................................................................................9
5.1. Ons weer bij hoge en lage druk...................................................................................................9
5.2. .....................................................................................................................................................9
5.2.1. Botsing van twee grote soorten luchtmassa’s.......................................................................9
5.2.2. Fronten: koufront, warmtefront en occlusiefront.................................................................9
, 1. Neerslag, drukgebieden en winden
1.1. Luchtvochtigheid en neerslag
1.1.1. Absolute en relatieve vochtigheid
Absolute vochtigheid (AV)
= De hoeveelheid waterdamp (in g/cm³) die in de lucht aanwezig is bij een bepaalde druk en
temperatuur.
Relatieve vochtigheid (RV)
= Hoeveel % van de maximale capaciteit van waterdamp in de lucht aanwezig is.
100∗AV
RV=
maximale capaciteit van w at erdamp
De relatie van de temperatuur en de relatieve
vochtigheid.
De AV is constant. De temperatuur stijgt, de relatieve
vochtigheid daalt.
Als de temperatuur daalt, stijgt relatieve vochtigheid.
1.1.2. Wolken
Zowel bij a als b is er sprake van wolkenvorming…
A: de evapotranspiratie zet zich verder tot RV =
100%.
B: De temperatuur gaat dalen waardoor de
relatieve vochtigheid gaat stijgen tot 100%
A. Wolken (bundel)
Wolk = een verzameling van zeer kleine waterdruppels of ijskristallen of een mengsel van beide.
- Hoe ontstaan wolken?
Wolken ontstaan doordat de waterdamp rond condensatiekernen in de lucht condenseert tot
druppels en/of verrijpt tot ijskristallen. Dit gebeurt omdat de lucht afkoelt wanneer ze stijgt.
- Wat zijn condensatiekernen + vbn
= kleine stofdeeltjes die in de atmosfeer rondzweven. (stukjes klei, zeezout, fijn stof door
verbranding…)
Wolken veranderen voortdurend onder invloed van luchtstromen en natuurkundige processen. Er zijn
vier grote families die vernoemd zijn op basis van hun uiterlijk en hoogte.