Samenvatting methodisch werken met mensen met een
verstandelijke beperking
Ondersteuning aan mensen met een verstandelijke beperking. Lida Nijgh en Aart Bogerd.
Hoofdstuk 1 Hulpverlening aan mensen met een verstandelijke beperking
1.1 Inleiding:
Als je verstandelijk veel minder functioneert dan het gemiddelde, dan word je verstandelijk
gehandicapt genoemd.
In dit hoofdstuk staan we stil bij wat de hulpverlening inhoudt aan mensen met een verstandelijke
beperking en hoe hier vroeger en nu tegen aan wordt gekeken. Ook de manier waarop de
samenleving omgaat met mensen met een verstandelijke beperking heeft invloed op de
hulpverlening aan deze doelgroep.
1.2 Hulpverlening:
Welke vorm van hulpverlening iemand nodig heeft, is afhankelijk van zijn ondersteuningsvraag.
Factoren die dit bepalen zijn:
- Ernst van de beperking.
- Leeftijdsfase.
- Persoonlijke wensen en mogelijkheden.
De client vraagt namelijk ondersteuning, zodat hij een voor hem zo normaal mogelijk leven kan
leiden. Dit ‘’normale leven’’ ziet er voor iedereen weer anders uit.
Om deze bovenstaande reden, zijn de hulpverleningsvormen heel divers. Toch is er een aantal kaders
aan te geven als het gaat om hulpverlening aan verstandelijk beperkte mensen.
1.2.1 Een normaal leven:
De hulpverlening is erop gericht mensen met een verstandelijke beperking en hun familie, een zo
normaal en kansrijk mogelijk leven als maar mogelijk is te bieden.
De ernst van de verstandelijke beperking, kan de invulling van het leven sterk beïnvloeden.
De hulpverlening is ook sterk afhankelijk van het mensbeeld dat de hulpverlener en/of de
samenleving en/of de (professionele) hulpsector hanteert. Dat beeld is gedurende honderden jaren
ontwikkeld.
Mensen met een beperking hebben ook recht op een ‘’normaal leven’’. Dit is in onze ogen:
opvoeding in een gezin, scholing, contacten, werk en vrijetijdsactiviteiten.
1
, 1.2.2 Standaardregels voor gelijke kansen:
2
verstandelijke beperking
Ondersteuning aan mensen met een verstandelijke beperking. Lida Nijgh en Aart Bogerd.
Hoofdstuk 1 Hulpverlening aan mensen met een verstandelijke beperking
1.1 Inleiding:
Als je verstandelijk veel minder functioneert dan het gemiddelde, dan word je verstandelijk
gehandicapt genoemd.
In dit hoofdstuk staan we stil bij wat de hulpverlening inhoudt aan mensen met een verstandelijke
beperking en hoe hier vroeger en nu tegen aan wordt gekeken. Ook de manier waarop de
samenleving omgaat met mensen met een verstandelijke beperking heeft invloed op de
hulpverlening aan deze doelgroep.
1.2 Hulpverlening:
Welke vorm van hulpverlening iemand nodig heeft, is afhankelijk van zijn ondersteuningsvraag.
Factoren die dit bepalen zijn:
- Ernst van de beperking.
- Leeftijdsfase.
- Persoonlijke wensen en mogelijkheden.
De client vraagt namelijk ondersteuning, zodat hij een voor hem zo normaal mogelijk leven kan
leiden. Dit ‘’normale leven’’ ziet er voor iedereen weer anders uit.
Om deze bovenstaande reden, zijn de hulpverleningsvormen heel divers. Toch is er een aantal kaders
aan te geven als het gaat om hulpverlening aan verstandelijk beperkte mensen.
1.2.1 Een normaal leven:
De hulpverlening is erop gericht mensen met een verstandelijke beperking en hun familie, een zo
normaal en kansrijk mogelijk leven als maar mogelijk is te bieden.
De ernst van de verstandelijke beperking, kan de invulling van het leven sterk beïnvloeden.
De hulpverlening is ook sterk afhankelijk van het mensbeeld dat de hulpverlener en/of de
samenleving en/of de (professionele) hulpsector hanteert. Dat beeld is gedurende honderden jaren
ontwikkeld.
Mensen met een beperking hebben ook recht op een ‘’normaal leven’’. Dit is in onze ogen:
opvoeding in een gezin, scholing, contacten, werk en vrijetijdsactiviteiten.
1
, 1.2.2 Standaardregels voor gelijke kansen:
2