De foetale (neonatale) schedel.
Kennis van de anatomie van de foetale schedel en het benige en weke baringskanaal is nodig om
inzicht te krijgen in de passage van het kind door het baringskanaal bij de normale en pathologische
baring.
De foetale schedel
De vijf schedelbeenderen (de ossa frontalia, de ossa parietalia en het os occipitale) van de foetus zijn
nog niet volgroeid, maar van elkaar gescheiden door naden (sutura) en fontanellen (grote en kleine).
De sutura sagitalis wordt ook de pijlnaad genoemd en wordt gebruik bij het vaststellen van de stand
van het voorliggende deel (het eerste deel in de cervicale ring die gevoeld wordt bij inwendig
onderzoek).
De schedel van de foetus is vervormbaar, omdat de ossa parietalia over de ossa frontalia en het os
occipitale heen kunnen schuiven: dit heet moulage. Door deze moulage kan de schedel zich
aanpassen aan het baringskanaal. De omtrek van het hoofd zal verminderen (het hoofd wordt een
beetje kleiner).
De namen worden uit het latijn gevormd. Os = 1 been; ossa = 2 of meer beenderen. Zo hebben we 1
os occipitale, maar 2 ossa parietalia. De ossa worden gescheiden door een sutura of naad. Hier is dat
de sutura sagitalis.
, Kan het foetale hoofd doorheen het bekken? Kan een vaginale bevalling?
Dit is de vraag die elke zorgverlener zich bij het einde van de zwangerschap zich stelt. Om dit te
bepalen zullen zij zich in de zwangerschap beroepen op de handgrepen van Leopold en de handgreep
van Osborne. Zo nodig kan een RX van het bekken bijkomende informatie geven. De afmetingen van
het bekken worden dan bepaald. We hebben daar standaarden voor (zie het vrouwelijke bekken),
maar elke vrouw is anders. De schedel kan je gemeten worden via echografie. Alle gegevens samen
zorgen voor een besluit.
Tijdens de arbeid gaan bijkomende gegevens gebruikt worden. Bij inwendig onderzoek kan door
middel van de naden en de fontanellen de positie (stand en houding (flexie of deflexie)) van het
hoofd in het kleine bekken worden bepaald. De kleine fontanel (driehoekig), de sutura sagitalis
(pijlnaad) en de grote fontanel (ruit) zijn hierbij de oriëntatiepunten.
Kennis van de anatomie van de foetale schedel en het benige en weke baringskanaal is nodig om
inzicht te krijgen in de passage van het kind door het baringskanaal bij de normale en pathologische
baring.
De foetale schedel
De vijf schedelbeenderen (de ossa frontalia, de ossa parietalia en het os occipitale) van de foetus zijn
nog niet volgroeid, maar van elkaar gescheiden door naden (sutura) en fontanellen (grote en kleine).
De sutura sagitalis wordt ook de pijlnaad genoemd en wordt gebruik bij het vaststellen van de stand
van het voorliggende deel (het eerste deel in de cervicale ring die gevoeld wordt bij inwendig
onderzoek).
De schedel van de foetus is vervormbaar, omdat de ossa parietalia over de ossa frontalia en het os
occipitale heen kunnen schuiven: dit heet moulage. Door deze moulage kan de schedel zich
aanpassen aan het baringskanaal. De omtrek van het hoofd zal verminderen (het hoofd wordt een
beetje kleiner).
De namen worden uit het latijn gevormd. Os = 1 been; ossa = 2 of meer beenderen. Zo hebben we 1
os occipitale, maar 2 ossa parietalia. De ossa worden gescheiden door een sutura of naad. Hier is dat
de sutura sagitalis.
, Kan het foetale hoofd doorheen het bekken? Kan een vaginale bevalling?
Dit is de vraag die elke zorgverlener zich bij het einde van de zwangerschap zich stelt. Om dit te
bepalen zullen zij zich in de zwangerschap beroepen op de handgrepen van Leopold en de handgreep
van Osborne. Zo nodig kan een RX van het bekken bijkomende informatie geven. De afmetingen van
het bekken worden dan bepaald. We hebben daar standaarden voor (zie het vrouwelijke bekken),
maar elke vrouw is anders. De schedel kan je gemeten worden via echografie. Alle gegevens samen
zorgen voor een besluit.
Tijdens de arbeid gaan bijkomende gegevens gebruikt worden. Bij inwendig onderzoek kan door
middel van de naden en de fontanellen de positie (stand en houding (flexie of deflexie)) van het
hoofd in het kleine bekken worden bepaald. De kleine fontanel (driehoekig), de sutura sagitalis
(pijlnaad) en de grote fontanel (ruit) zijn hierbij de oriëntatiepunten.