WHIPLASH
INLEIDING
Whiplash - acceleratie-deceleratie mechanisme waarbij krachten inwerken op de nek. Veelvoorkomende
symptomen zijn nekpijn, een afgenomen mobiliteit van de nek, hoofdpijn en duizeligheid.
- 0 - Geen klachten, geen subjectieve en objectieve afwijkingen
- 1 - Pijn, stijfheid en gevoeligheid in nek, maar geen objectieve afwijkingen
- 2 - Nekklachten en andere klachten van het houdings- en bewegingsapparaat
- 3 - Nekklachten en neurologische uitvalsverschijnselen
- 4 - Nekklachten en fracturen of dislocaties
Bij elke graad van ernst kunnen symptomen aanwezig zijn zoals doofheid, duizeligheid, oorsuizen, hoofdpijn,
geheugenverlies, slikstoornissen en pijn in het temporomandibulaire gewricht.
Normaal beloop - herstel binnen 4 weken vooruitgang van activiteiten en participatie
Aan whiplash gerelateerde factoren
- afgenomen mobiliteit van de nek (vlak na ongeval)
- eerder hoofdtrauma
- vrouwelijk geslacht
- hogere leeftijd
Aan chronische pijn gerelateerde factoren
- wijze van omgaan met klachten
- psychosociale factoren - passieve coping, angst, minder tevreden met werksituatie.
In de eerste 3 weken na een whiplash observeert en ondersteunt de fysiotherapeut het natuurlijke beloop van
de gevolgen van de whiplash. Vanaf 3-6 weken speelt de fysiotherapeut indien nodig in op de wijze waarop de
patiënt omgaat met de klacht → gedragsgeoriënteerde principes
DIAGNOSTISCH PROCES
Aanbevolen instrumenten
- VAS
- Neck Disability Index (NDI) - functioneren van de patiënt systematisch in kaart brengen
- Dagschema - activiteiten in kaart brengen
Anamnese
- Inventarisatie ongevalsgerelateerde gegevens - situatie vóór de whiplash (soortgelijke klachten,
activiteiten, participatie), toedracht van het ongeval
- Inventarisatie beloop in de tijd - stoornissen, beperkingen, participatieproblemen (ernst en soort),
eerdere diagnostiek en behandeling en resultaat hiervan, eerder verkregen informatie (welke
informatie, door wie gegeven)
- Wijze van omgaan met klachten - welke betekenis kent de patiënt toe aan zijn klachten, heeft de
patiënt controle over zijn klachten.
- Inventarisatie status praesens - systematisch bevragen van verschillende functies, activiteiten,
participatie, staat de belasting (biopsychosociaal) in verhouding met belastbaarheid, huidige
behandeling, informatiebehoefte van de patiënt
Inspectie/palpatie - aandachtspunt is de aanwezigheid van antalgische houding en tonus van nekmusculatuur
INLEIDING
Whiplash - acceleratie-deceleratie mechanisme waarbij krachten inwerken op de nek. Veelvoorkomende
symptomen zijn nekpijn, een afgenomen mobiliteit van de nek, hoofdpijn en duizeligheid.
- 0 - Geen klachten, geen subjectieve en objectieve afwijkingen
- 1 - Pijn, stijfheid en gevoeligheid in nek, maar geen objectieve afwijkingen
- 2 - Nekklachten en andere klachten van het houdings- en bewegingsapparaat
- 3 - Nekklachten en neurologische uitvalsverschijnselen
- 4 - Nekklachten en fracturen of dislocaties
Bij elke graad van ernst kunnen symptomen aanwezig zijn zoals doofheid, duizeligheid, oorsuizen, hoofdpijn,
geheugenverlies, slikstoornissen en pijn in het temporomandibulaire gewricht.
Normaal beloop - herstel binnen 4 weken vooruitgang van activiteiten en participatie
Aan whiplash gerelateerde factoren
- afgenomen mobiliteit van de nek (vlak na ongeval)
- eerder hoofdtrauma
- vrouwelijk geslacht
- hogere leeftijd
Aan chronische pijn gerelateerde factoren
- wijze van omgaan met klachten
- psychosociale factoren - passieve coping, angst, minder tevreden met werksituatie.
In de eerste 3 weken na een whiplash observeert en ondersteunt de fysiotherapeut het natuurlijke beloop van
de gevolgen van de whiplash. Vanaf 3-6 weken speelt de fysiotherapeut indien nodig in op de wijze waarop de
patiënt omgaat met de klacht → gedragsgeoriënteerde principes
DIAGNOSTISCH PROCES
Aanbevolen instrumenten
- VAS
- Neck Disability Index (NDI) - functioneren van de patiënt systematisch in kaart brengen
- Dagschema - activiteiten in kaart brengen
Anamnese
- Inventarisatie ongevalsgerelateerde gegevens - situatie vóór de whiplash (soortgelijke klachten,
activiteiten, participatie), toedracht van het ongeval
- Inventarisatie beloop in de tijd - stoornissen, beperkingen, participatieproblemen (ernst en soort),
eerdere diagnostiek en behandeling en resultaat hiervan, eerder verkregen informatie (welke
informatie, door wie gegeven)
- Wijze van omgaan met klachten - welke betekenis kent de patiënt toe aan zijn klachten, heeft de
patiënt controle over zijn klachten.
- Inventarisatie status praesens - systematisch bevragen van verschillende functies, activiteiten,
participatie, staat de belasting (biopsychosociaal) in verhouding met belastbaarheid, huidige
behandeling, informatiebehoefte van de patiënt
Inspectie/palpatie - aandachtspunt is de aanwezigheid van antalgische houding en tonus van nekmusculatuur